Categorie archief: blog

Ridders & rohypnol

Er was eens een kindje dat zo goed geslapen had dat haar mama haar in een berenpak stak en haar trakteerde op een uitstap naar centrum Brussel. Ze gingen langs boekenwinkel Passa Porta, een hoop klerenwinkels, Super Green Me en de hele tijd scheen het zonnetje en lachte het leven hen toe. Niet alleen het leven, maar vooral ook de Brusselse ridders. 

We kwamen ze tegen vandaag, ja, in grote getale. In metrostation Simonis was het een opgeschoten tienerjongen met magere benen die ons ter hulp kwam: hij zou de koets wel even mee de trappen afdragen. Ik verdenk hem ervan dat hij het vooral deed om indruk te maken op zijn vriendinnetje – een meisje met zorgvuldig gekrulde lokken die mijn ongedouchte zelve geen blik gunde. Na een lange gang kwam trap 2 en ook daar greep een man – solo deze keer – zonder veel poespas het voorste wiel. Eenmaal op de metro vroeg een andere man spontaan of ik wou zitten en bij de kinderwinkel L’asticot dook knight in shining armor nummer 4 op: de man met de korte paardenstaart mompelde nog iets over dat het wel vreemd was dat een kinderwinkel niet voorzien was op koetsen, hielp ons de trappen op en wenste me nog een bonne journée.

Op zoek naar een plek om te lunchen waar ik eventueel ook borstvoeding zou kunnen geven belandde ik in Chicago, een soort kindercafé. Ik kreeg het laatste vrije tafeltje, maar kon me amper concentreren op de menukaart. Dat het er druk zou zijn op een vakantiedag had ik wel verwacht maar het aantal decibels zat net één peuter-meltdown boven wat ik mentaal aan kon. Ik zag de twee vrouwen naast me ook een beetje bedenkelijk kijken (“Wij hébben niet eens kinderen bij, wat DOEN we hier?”), wierp een blik op mijn onverstoorbaar ronkend Beertje Rohypnol en besloot dat ik even goed door kon zetten tot thuis waar we allebei in alle rust zouden kunnen eten. En toen was daar ridder nummer 5: een lieve Chicago-vrouw met rood haar die volgens mij een beetje aan het aftellen was tot sluitingstijd. Ik hoefde niet eens iets te zeggen. “Druk he? Ik weet het. Het is echt superdruk. Sorry hoor. Nee, ik begrijp het, ik houd even de deur voor jullie open”. Ze deed niet zakelijk, niet emotioneel, niet fake bezorgd, maar heel gewoon: ze keek me in de ogen en ze begreep het. Dat dit het even niet was. Dat ik na die eerste 6 weken nog een beginner ben. Nog niet één van die onverstoorbare ouders die eender waar eender wanneer neerploffen en doen wat moet gebeuren. Ik moet Brussel een beetje opnieuw leren kennen, nieuwe routes uitstippelen, met veel liften, vlakke stoepen en brede passages. En als ik verkeerd loop, moet ik af en toe mijn kar keren. Of mijn koets.

We wandelden rustig naar IJzer waar een iets oudere man die op straat een beetje stond te keuvelen met grote passen naar ons toe kwam. “Je vous aide!”. Toen ik hem onderaan de eerste trap wou bedanken, beende hij weer voor ons uit: “Er is nog een trap! Kom maar, ik help u daar nog af.” Eenmaal op het perron gaf ik hem mijn breedste glimlach, een grand merci en een voorzichtig kneepje op zijn arm. Maar dat kon hij natuurlijk niet voelen, in zijn blinkende harnas.

Advertenties
Getagged ,

Dokter, dokter

How not to.

1. Vertrek te laat naar de dokter zodat je je onderweg goed kan opjagen.

2. Vergeet je boekje van Kind en Gezin, zodat je één straat terug moet, de koets weer naar binnen moet sjouwen en nog snel de trap moet oprennen.

3. Loop onderweg nog eens verkeerd, denk “Ik zal wel ongeveer op dezelfde plek uitkomen” en beland in een (mooi!) doodlopend straatje, waardoor je uiteindelijk toch op je stappen moet terugkeren en nog een pak meer tijd verliest.

4. Heb het veel te warm. Zweet. Vraag je constant af of de baby wel ok is, onder die laagjes. Vraag je af of de dokter straks je zweet zou ruiken.

5. Vraag je baby om het op een erbarmelijk krijsen te zetten zodra je bij de dokter bent. Maak het nog raarder door je kind niet meteen te kunnen troosten en haar zo ongemakkelijk bij je te pakken dat de dokter zich waarschijnlijk afvraagt of jij wel de echte moeder bent of iemand die voor het eerst in haar leven een baby van dichtbij ziet.

6. Val helemaal door de mand wanneer de dokter vraagt of je een propere luier bij je hebt (ja!) en ook doekjes (… nee. De luiertas zou morgen toekomen, dan ga ik alles netjes bij me hebben. Dit is écht mijn baby waar ik al een maand voor zorg, echte waarheid.)

7. Hoor de dokter zeggen dat alles qua hart, longen, gewicht en groei perfect is maar spits vooral je oren wanneer ze praat over dingen die beter zouden kunnen, zoals haar luieruitslag en buikkrampen. Laat de tranen in je ogen springen bij het idee dat je je kind niet perfect aan het verzorgen bent en ze dus de hele dag lang geweldig afziet door jouw egoïstische schuld.

8. Doe je uiterste best om je tranen te verbergen en trek daarbij zo’n onnatuurlijk gezicht dat de dokter zich nu niet alleen afvraagt of je een kidnapper bent, maar daarnaast of jij misschien ook last hebt van pijnlijke krampjes.

9. Haast je naar huis om nog op tijd langs de apotheek te kunnen. Geef de baby meteen eten. Strek je pijnlijke rug en benen en besef dat je sowieso al twijfelachtige conditie nu echt zo goed als weg is.

10. Gooi je gloednieuwe anti-kramp-druppeltjes per ongeluk mee weg met een lege doos koekjes en vis ze de dag erna, na lang vruchteloos zoeken en de gouden tip van je echtgenoot, uit de vuilbak.

Voila. Meer is het eigenlijk niet.

Getagged

Wish list

Intussen is onze nieuwe huisgenoot er al een slordige maand. Ik zei op voorhand vaak dat ik goed wist dat ik geen idee had hoe het zou zijn, zo’n leven met baby. Vier weken in heb ik bepaalde bedenkingen en kan ik aanstormende moeders van harte het volgende toewensen:

  • een saaie zwangerschap, met klachten zo banaal dat zelfs geïnteresseerde mensen mét kinderen er hun schouders bij ophalen wegens een te hoog tjsa-gehalte. In dezelfde context een nog saaiere bevalling, waarbij medisch helemaal niets bijzonders gebeurt (buiten de Terbuiklegging van de Bijzondere Baby zelf, uiteraard).
  • Een gezonde portie geheugenverlies (zie: bevalling, slechte nachten). Vergeet gerust ook andere dingen. Je hebt nu het perfecte excuus.
  • creativiteit. Elke babysituatie is nieuw en vraagt om super voor de hand liggende (“We gebruiken vanaf nu dat merk luiercrème en niet meer dat”) of complexere oplossingen (“Ah, heeft ze de verzorgingstafel weer…? Ja, als ik een Jackson Pollockske voel aankomen, dan houd ik haar benen zo, de oude luier daar en de nieuwe hier en houd ik de tetradoek zo. Dan hoef je je eigen kleren, pantoffels en het gordijn nadien niet in de was te steken. Aanrader!”)
  • het talent om te eten, je aan te kleden, te typen, te bellen, op te ruimen, post te openen en ga zo maar door met één hand/arm. Ja, draagzakken bestaan, ik weet, maar die gebruik je geen 24/7. Verder ook stevige biceps en lenige polsen.
  • het wiskundig fysicaal wetenschappelijk talent om dé ideale aankleed-formule uit te zoeken met als variabelen de buitentemperatuur, je lichaamstemperatuur, aantal lagen kledij (zowel voor jou als voor baby) en het stoof-effect van een draagzak.
  • knuffels. Niet van baby’s, want die hebben amper kracht in hun armen. Met veel geluk molenwieken ze eens per ongeluk één hand richting je nek (en dat is dan nog eens heel pijnlijk, met die vlijmscherpe nageltjes). Ik heb het over volwassen knuffels. Vooral die van je lief, weet je nog. Ook (vooral?) op momenten dat je onder de zure melk hangt en nog altijd niet hebt kunnen douchen.
  • openbaar vervoer zonder hoestende/rochelende medemensen. En als het even kan mét medepassagiers die je bemoedigend een knipoogje toewerpen.
  • kleine gelukjes. Net wanneer je slechte dingen begint te denken over de schattigheid/wenselijkheid van je nageslacht, produceert ze een gek dolfijnenpiepje of een rare Jurassic Park-achtige kreun of kijkt ze je aan met een koppie waar je toch weer om moet grijnzen.
  • een vriendelijke badkamerspiegel die je een goed gevoel geeft. Is dat niet het geval, stop met kijken en ga iets leuks doen/eten. Het heeft geen zin om te blijven turen tot je ongelukkig wordt – met de tijd slijten die kilo’s wel en vervagen de andere neveneffecten. En is dat niet zo, dan is dat ook maar zo. Folteringen, dat zijn pas problemen. Zie jezelf graag.
  • zelfrelativering. Zing het onnozel liedje en doe het onnozel dansje als je baby daar rustiger van wordt. Google die bizarre vraag, niemand gaat dat weten (je krijgt misschien wel wat rare reclameboodschappen op Facebook). Het doel heiligt de middelen.
  • schepjes moed. De eerste lange autorit, de eerste keer samen op pad met de draagzak, en nog tientallen anderen eerstes. Er is altijd een deel van je dat denkt “Mmmmofikblijfgewoonthuis”. Toch doen.
  • de kracht om zonder enig sarcasme dingen te zeggen waar je pre-baby-zelf je meewarig voor had aangekeken, zoals “Drie uur aan een stuk geslapen, zalig!”.
  • zeeën van tijd. Op een pruttelend tempo en met onwaarschijnlijk repetitieve handelingen (verversen, voeden, vasthouden x 10000) dag na dag vullen, ik gun het iedereen. Dat gezegd zijnde, er is niks mis met een paar plannen/verplichtingen in je agenda. “GENIET VAN ELK MOMENT EN STAAR CONSTANT NAAR DAT GEZICHTJE DAT ELKE MINUUT OUDER WORDT” is op zich zeker geen slecht advies, maar het mag ook geen zuurstofloos harnas worden.
  • Luxe in je eigen kot. Verse koffie met een éclairtje of een groot, assymmetrisch stuk Tony Chocolonely. Een lange hete douche met fancy ass producten.
  • een voorliefde of op z’n minst een gezonde fascinatie voor lichaamsfuncties ende -sappen. Onwaarschijnlijk veel gesprekken gaan plots over volle pampers en luide protten. And you will genuinely care.
  • Een grote portie “meh”. Ik was gisteren voor het eerst met Frances in de bib. Om een boek terug te brengen dat al een week te laat was en waar ik geen halve pagina van heb gelezen. So be it. Dat was dan niet de dag waarop ik de grootste doorbraak van mijn leven meemaakte. Ooit lees ik ongetwijfeld wel weer boeken. Op z’n minst een knisperboekje.
  • Een tof en simpel ritueel. Voor mij is dat bijvoorbeeld de postbus checken – zo rond 14u (de postbode komt hier gigantisch laat). Vaker wel dan niet zit er een leuk kaartje in of een postpakketje met een babycadeau. Altijd de max. En ik moet er mij niet eens voor aankleden!
  • Een lievelingskleur die NIET geel is. Was dat wel jouw favoriet, dan is de kans groot dat die kleur vanaf nu voor eeuwig verpest is.
  • de helderheid van geest om het luide huilen niet persoonlijk te nemen of onmiddellijk te willen oplossen. Tenzij je baby een beetje abnormaal is, zal hij/zij hoe dan ook een portie van de dag doorbrengen met huilen. Het was leuker geweest als baby’s zouden spinnen of ronken om te communiceren, maar Moeder Natuur koos voor een schel gekrijs dat je hersencellen doet knappen. Bedankt daarvoor. Als je een lange huilbui zonder verpinken aan kunt, teach me how.
  • genoeg overschotliefde voor je huisdier(en). Ik moet toegeven dat ik Achiel de voorbije weken onmiskenbaar op de laagste trede heb gezet. Zijn tot waanzin drijvend getreuzel bij elke deur (terwijl we ons best doen om het in de juiste kamers lekker warm te houden), zijn oneindige haarverlies (de witte kat hadden we al voor we ergens gingen wonen met een zwarte trap), zijn neiging om mee te miauwen met een huilende Frances (géén moment waarop je nog meer gejengel wil horen), zijn gewoonte om voor en tussen je voeten te lopen (Not.While.I.Am.Holding.The.Baby), zijn immer lege eetkommetje (terwijl er tientallen korrels omheen gestrooid liggen, maar die voldoen blijkbaar niet, en je al de hele dag bezig bent met een ander wezen van 4 kg eten te geven) – het stak me de voorbije weken allemaal geweldig tegen. En hoe zacht hij is, werd toch ineens relatief nu ik weet hoe zacht een babyvelletje echt is. Maar stilaan worden we weer vriendjes. Het helpt dat hij er vaak niet is.
  • de ruimte om af en toe eens naar de bodem te zinken. Geen paniek als je een aambeeld op je hoofd krijgt. Als je even heel diep wil zuchten en je verliezen in tollende gedachten over je leven en de wereld en de toekomst. Laat ze toe, zwem verder. Wat vandaag waar en onontkoombaar aanvoelt, is dat morgen misschien niet meer.
  • bescheiden stijl-dromen. Ik kleed Frances uiteraard liefst mooi, maar of dingen perfect (bij elkaar) passen voor maximale snoezigheid is voorlopig zwaar ondergeschikt aan “is het proper/warm genoeg/voorhanden”. Op sommige dagen is het redelijk raak en dat is goed genoeg.
  • massaal veel toffe peren om je heen die je kindje, net als jij, overspoelen met gekke bijnamen en warme knuffels. Die spontaan taakjes overnemen, leuke cadeaus maken en geven, zonder verpinken onsmakelijke verhalen aanhoren, blijven vragen hoe het met je gaat en meeleven op de mindere momenten. Je staat er nooit alleen voor.
  • En nog een fijn weekend!

 

Getagged

Alleen

Ik hoor de voordeur toegaan. Simon en Frances wandelen/buggy-en naar het Elisabethpark, ik neem voor de zekerheid de bus. De bevalling is nog niet zo lang geleden en ik weet niet zeker of een dik kwartier heen én daarna terug stappen fysiek zo’n strak plan is. Langzaam opbouwen, zei de vroedvrouw. Niet alleen de bodem van mijn lichaam moet weer helemaal aansterken, ook die onder mijn voeten was ik precies even kwijt. Op de best mogelijke manier, maar toch.

Spontaan begin ik wat spullen bij elkaar te rapen – een extra mutsje, haar groene dekentje met witte wolken, tiens, de oplader van onze camera zit nog in mijn tas – tot ik besef dat ik zo ongeveer voor het eerst in 14 dagen alleen ben. Echt alleen. Beetje onwerkelijk. Dat ik bovendien een jeans aan heb (een heel stretchy exemplaar) die voor Echte Broek kan doorgaan is helemaal trippen. Goed bezig, lichaam. Ik begin je langzaamaan weer te herkennen, een paar nieuwe features daar gelaten.

Ook aan de bushalte is het even aanpassen. Ik heb hier tijdens mijn laatste trimester vaak staan wachten, met mijn kolkende buik. Ik kan weer een pak vrijer bewegen, maar ik hoop nog steeds op een zitplaatsje. Het ruikt hier ENORM naar uitlaatgassen. Het wordt al een beetje donker. Ik denk aan roekeloze auto’s en de buggy en probeer de doembeelden uit mijn hoofd te bannen. Niemand op deze bus weet dat dit mijn eerste solo-tripje is. Ik ontspan mijn schouders.

Ze doet het zo goed. Ze kan luid krijsen, maar net zo goed komt dat smoeltje op twee seconden weer helemaal tot rust, eens we uitgevogeld hebben wat ze nodig heeft. Ze kan heerlijk rustig op een arm liggen soezen, high on milk, met wegdraaiende ogen. Ze snapt dat het verversen achter de rug is zodra de tweede pamperplakker vast zit. Na een paar omwegen lijkt het toch goed te komen qua borstvoeding – ze drinkt zelfs in het magazijn van Dreambaby. Tetradoeken, waar ik op voorhand maar niet echt van begreep waar ze voor dienden, hangen standaard over een schouder of de dichtstbijzijnde stoel. Simon en ik gaan nooit meer een trap op of af zonder een handvol objecten om in de was te doen, in de kast te leggen, weg te gooien of terug te plaatsen. We zeggen nog altijd tegen elkaar dat ze toch prachtig is en zacht en werken haar nu al op de zenuwen.

Ik kijk even rond – een arbeider in fluogeel, een opgeschoten tienerjongen, een zwarte man op leeftijd die diep zucht wanneer zijn telefoon rinkelt – maar ik besef gelukkig op tijd dat het in de buitenwereld niet de bedoeling is om beaat glimlachend lang naar gezichten te staren en ze duizend kusjes te geven. Het is bloedheet op deze bus – of ben ik gewoon veel te warm aangekleed? Het is 6 graden buiten, dat is wel ok voor baby’s, toch? Het vriest niet en ze is goed ingepakt. Ik stuur snel een berichtje: “onderweg”. Dat zijn we, met ons drieën. Al twee weken.

Getagged

Eén week Frances

  • Body maat 48
  • Baby niezen normaal
  • Baby niezen geel snot normaal
  • Pasgeboren baby hik
  • Pasgeboren baby hik echt heel vaak
  • Wanneer pasgeboren baby wassen?
  • Temperatuur badje baby (37)
  • Zwitsal ingrediënten
  • Hoeveelheid borstvoeding pasgeboren baby
  • Pasgeboren baby krampjes
  • Pasgeboren baby buik masseren zonder navelstompje pijn te doen
  • Hoe goed ziet een baby
  • Ziet baby baard beter dan niet-baard
  • Kleur ogen baby verandering
  • Pasgeboren baby koude voetjes normaal (jep)
  • Pasgeboren baby oranje in pamper normaal (jep)
  • Effect bier borstvoeding
  • Effect Ed Sheeran borstvoeding
  • Baby anti tepel vijand
  • Kraamkost magische smaak
  • CM openingsuren
  • Thuiszorgwinkel Meise
  • Hoeveel pampers per dag (8)
  • Baby sharting
  • Babywinkel vanderstraeten
  • Afgekolfde melk houdbaarheid kamertemperatuur
  • Baby sharting vooral bij papa
  • Hema droogrek fles (nope)
  • Wanneer baby rijksregisternummer
  • Relax baby vanaf wanneer (in het begin niet te lang)
  • Baby vanaf wanneer fopspeen
  • Baby vanaf wanneer glimlach
  • Baby vanaf wanneer de ALLERBESTE (vanaf het begin)
Getagged

Hokjesdenken

Het is me een raadsel waarom klerenwinkels niet volop inzetten op het ontwerp van hun pashokjes. Wie wint er bij als het hokje klein is, het licht des duivels, de haakjes en het zitbankje onhandig? Zorg toch dat elke passer er ravissant uitziet! Kermisspiegels die je lichaam helemaal transformeren hoeft nu ook niet, maar gewoon: mooi uitgelicht, genoeg plaats, neutrale kleuren. Ik heb de voorbije jaren al zo vaak in complete horror naar mijn spiegelbeeld staan staren omdat ik er vreselijk uitzag, met elke oneffenheid op mijn huid uitgelicht alsof er een mottig Brits roddelblaadje mee gemoeid was met de kop “CELEBS’ CELLULITE SHAME SHOCKER”. Weg sfeer, weg centen.

 

body2

 

Toen ik deze week ging winkelen had ik een heel fijne hokjeservaring bij Costes. Zij doen het alvast goed. Net als mijn eigen lichaam, trouwens. Tot nu toe kom ik vooral gewicht bij waar het moet, is mijn navel nog even naar binnen gekeerd als ik en houden mijn rug en gewrichten het allemaal goed vol. Voorover bukken wordt steeds minder prettig, hoge hakken doen het niet meer zo en bij sommige bewegingen krijg ik duidelijke alarmsignalen van mijn zenuwbanen, maar al bij al: een tevreden klant. Voor één van de weinige keren in mijn leven kon ik oprecht glimlachen naar halfnaakte hokjes-Sofie. Oh ironie, net op het moment dat ik meer weeg dan vroeger met mijn woelende compagnon. Over een half jaar is het ongetwijfeld een ander verhaal maar in deze fase zien we er goed uit, samen. Aangezien winkelen met buitenlichaamse kinderen supermoeilijk is – ze wenen, zagen, doen in hun broek, lopen weg of blijven zitten en breken de boel af – profiteer ik maar even van deze kangoeroe-situatie. Ik ben al mijn hele leven een aaier – zachte stofjes, zachte haartjes, bontjassen, irresistible – en nu heb ik de allerbeste globe om zo wat over te strelen en naar te staren (eigenlijk 3, maar dat zou een beetje raar worden in het openbaar. En lang duren in dat hokje).

Oktober

d0480a20b43e3e9803b79323be59abe5

Omdat “oktober wijnmaand!” op dit moment pijnlijk weinig voor mij kan betekenen, heb ik een ander voorstel. Laten we oktober eens uitroepen tot pauzemaand. Niet stoppen, voornamelijk playen, maar af en toe pauze en zeker geen fast forward. In de eerste plaats voor Simon – die zich daar toch niks van aantrekt omdat hij alleen in de zetel blijft zitten als hij zich létterlijk kreupel heeft gelopen – die zich de voorbije maanden heel zwaar heeft belast. In plaats van na het werk aan zijn tweede leven te beginnen als schilder, elektricien of atleet hoop ik dat hij rust, uitgaat en nikst.

Pauzemaand, dus. Ik voeg de daad bij het woord door meteen een goed voornemen af te blazen. Want uiteraard zou ik toneel spelen dit jaar. Komaan. Eén avond per week repeteren, dat is echt geen big deal. Zeker als ik maandenlang thuis ben. En tegen mei, eens we echt gaan optreden, ben ik fysiek en mentaal helemaal de oude! Play play play! En toch hoorde ik het mezelf zeggen op de Eerste Grote Vergadering: “Misschien doe ik dit jaar beter wat ondersteunende dingen: promo, productie…?”. Mijn hart bloedde, mijn imaginaire maar daarom niet minder glamoureuze Hollywoodcarrière kreeg een zoveelste deuk en tegelijkertijd voelde ik mijn schouders ontspannen. Ik hoef geen twee of drie nachten op toneelweekend als de baby nog klein is. De maandagen waarop het me moeilijk gaat, hoef ik niet ’s avonds naar Leuven te bollen en weer terug – zonder schuldgevoel. Eventueel een kleine rol, als het stuk er om vraagt, we zien wel. Ik draag bij wat ik kan, wanneer ik kan.

Ook qua baby-prep moet ik mezelf intomen. Ik heb te laat zitten googelen en daardoor een nacht slecht geslapen, piekerend over welke spullen we nodig hebben, welke we op de geboortelijst kunnen zetten en welke we beter zelf kopen, welke nieuw, welke tweedehands, welke lenen, welke stelen want fucking hell dat kost toch wel wat allemaal en hoe moet je nu zo’n donsdeken combineren met een slaapzak, een laken, een inbakerdoek en een babynestje? Pointless, natuurlijk. HET IS NOG KEI LANG. En we krijgen heel wat spullen – er liggen nu al een hoop kleertjes klaar, met dank aan familie & vrienden, en er komt nog van alles bij. Begin november is nog prima op tijd om die lijst af te werken. En mijn schoonzus legt mij alles met eindeloos veel geduld uit, want zij weet wél waar een babynestje voor dient. Djeez. Slaap toch nu je nog kan, eindeloze dommerik.

Ik ben alvast begonnen met al mijn internetdata in september op te gebruiken, zodat ik nog een hele week analoog moet doorbrengen. De tijd gaat vanzelf trager. Mee daardoor speel ik met het idee om eindelijk eens aan die “30×30 Nature Challenge” te beginnen – een uitdaging om 30 dagen op rij minstens 30 minuten in de natuur door te brengen. Kwestie van een goede gewoonte te kweken die je daarna zo goed mogelijk volhoudt. Om het allemaal wat haalbaar te houden wil ik de challenge graag ombuigen tot 30×30 tussen nu en D-Day. Nog een slordige 100 dagen is dat. Na de geboorte zal ik hopelijk met dagelijkse wandelingetjes mijn bos-, blad- en grasuren makkelijk halen. Tot die tijd:

pregnant pause (plural pregnant pauses)

  1. A pause that gives the impression that it will be followed by something significant.

 

Shanti special

Dat ik ondanks alles nog steeds een grote dosis naïviteit in mij heb, werd vanavond alweer duidelijk. Ik dacht echt dat prenatale yoga massaal veel leuker zou zijn dan de gewone yoga waar ik mij de voorbije jaren af en toe aan heb gewaagd. Iets met gezellige massages, lekkere muziek en vooral veel stretches. Een soort chill theekransje in lycra waarin we elkaar allemaal zouden steunen en bewieroken, aanstaande moeders onder elkaar.

Turns out: het is gewoon yoga. Met matjes, blote voeten, adem-instructies, een grote spiegelwand (LOVE those, immer flatterend) en met die godgeklaagde zonnegroet die ik nog nooit helemaal onder (achter? naast?) mijn stijve knie heb gekregen. Het enige verschil? Elke yogadocent heeft wel zo’n zinnetje om te zeggen “de losers die niet kunnen volgen, mogen hun arm ook gewoon laten hangen” en dit is de eerste keer dat ik de vrouw volledig geloofde. Ze leek oprecht en zonder stiekem superioriteitsgevoel bezorgd om ons fysiek welzijn. Met succes. We deden allemaal flink mee: ook de vrouwen die echt al een gigantische buik hadden gingen fluks op hun schouders staan met hun voeten recht in de lucht.

Zoals in ongeveer elke cursus die ik al heb gevolgd (en dat zijn er véél. Ik blijf koppig geloven dat ik mezelf kan heruitvinden in 6 lessen, om keer op keer gedesillusioneerd af te haken) had ik ook hier binnen de eerste 10 minuten al doemgedachten.

Waarom ben ik hier? Ga ik dit echt volhouden? Zou ik straks al de volle pot moeten betalen of telt dit nog als proefles? Eigenlijk is het wel goed dat ik dit doe, voor mijn lichaam. Maar anderzijds moet ik toch niks tegen mijn zin doen? Dat is sowieso slecht voor de baby. Ik ben toch volwassen, zeker. Ik kan na het werk ook gewoon naar huis gaan, waar mijn stoere, onuitputtelijke man ons nieuwe huis kamer per kamer aan het verfraaien is. Maar ik doe al niks van sport, dus misschien moet ik het toch maar doen. En een quitter wil ik ook niet zijn, wat voor voorbeeld stel ik dan. Ow, ben ik nu weer aan het exhalen terwijl we eigenlijk moeten inhalen? En zei ze net dat we de “the skin of your buttocks” moesten ontspannen? Hoe precies? Bleh, ik ga yoga echt nooit superleuk vinden. Het stretchen en het liggen wel, maar al die andere dingen… Wow, die andere vrouw is veel ronder dan ik, maar ook veel leniger – hoe doet die dat? Ik heb nu al moeite om mijn veters te binden en ik heb nog maar een penske van niks. Zouden die ook niet allemaal veel protten moeten laten? Ik ga gewoon langs een kinesist, dat zal ook wel goed zijn. En misschien zelfs efficiënter. Uiteindelijk moeten we toch ook een beetje zuinig zijn, met al die kosten aan het huis. Ik moet trouwens nog iets vragen aan Simon over die offerte. Ah, toch iemand die één oefening aan zich laat voorbijgaan. Altijd leuk als niet iedereen flinker-dan-flink staat te wezen. Mijn borsten zijn echt serieus gegroeid. Mijn heupen misschien ook, of lijkt dat gewoon zo omdat ik een oude joggingbroek aan heb? Oei, kwam ik nu te dicht bij die naast mij? Die had anders ook haar kussen aan de andere kant van haar matje kunnen leggen, daar is nog keiveel plaats.   

Alsof ze mijn innnerlijk gebrom tot vooraan kon horen, kondigde de docente naar het einde van de les toe aan dat we even tijd gingen maken voor positive thoughts. Die bestonden er vooral uit om onze buik aan te raken en tapas (ik verzin dit niet: http://yogashanti.com/focus/tapas-riding-the-heat/#.Wa8JDIpLe1s) naar onze baby te sturen.

Ik mocht gewoon 10 euro betalen voor de proefles en later beslissen of ik nog eens kom. Wat tapas precies is/zijn is me nog niet volledig duidelijk. Ik nam de metro naar huis en ging snel frietjes halen om de hoek voor mijn noeste arbeider. Shanti special, moet kunnen.

Getagged ,

Safari

Op de site waar we ons hebben geregistreerd voor kinderopvang staat ze genoteerd als “Kind 1: Voornaam ongekend Steverlinck”. Prachtig toch. Elke week leiden er steeds meer paper trails naar Voornaam ongekend. Een agenda vol afspraken bij de gynaecoloog, de vroedvrouw, de prenatale yoga-vrouw (die mij nu al zenuwachtig maakt met haar veel te gebalanceerde emails) en de kinesist. Formulieren op het werk. Formulieren bij de mutualiteit. Een lijst met babyspullen die we van onze door de wol geverfde broers en zussen krijgen/lenen. Een gedeeld Google Drive-document met to do’s. Een kaartje om in 1e klasse te mogen treinen (nog heel even geduld). Een aftel-scheurkalender die steeds korter wordt.

Daarnaast kunnen we het ook steeds meer voelen. Ik hang elke week kleren weg waarvan ik weet dat ik ze het komende half jaar niet eens moet aankijken. De weegschaal geeft bijna vier kilo meer aan (waarvan een hoop extra bloed, een slordige 500 gr baby en minstens zo veel extra borst). De ergste misselijkheid lijkt verleden tijd. En Simon kan de razendsnelle fist bumps die ik al een paar weken voel nu ook zien, met het blote oog. In plaats van naar onze e-reader of iPad staren we ’s avonds naar het stuk huid rond mijn navel, op ‘s werelds meest statische safari (“Dat was één! Was dat één? Heb je het gezien? Heb ik het gemist? Wow, dat was een serieuze.”).

Vorige week hadden we het gore lef om op een muziekfestival een tafeltje in te palmen backstage en het daar luidop te hebben over verbouwingen én de baby. Als er nog jonge twintigers rondlopen in het Warandepark met bloedende oren en betraande wangen, sorry, onze schuld. Het kan verkeren. De baby voelen bewegen is opgeschoven van “te walgelijk om over na te denken, tenzij in een ambulance op weg naar het Tropisch Instituut” naar “Doe nog eens, mokkelino. Toe?”.

Hoe het precies zal zijn, blijft voorlopig even vaag als de echografiefoto’s zonder uitleg van de dokter. Mét uitleg konden we wel zien dat ze er voorlopig cool as a cucumber bijligt. Handjes achter het hoofd, ellebogen in de lucht, benen bijzonder lenig opgevouwen. “Een wiebelaar”, zei dokter Paul, “maar ze stopt zich niet weg”. Als alles goed blijft lopen, zal ons huis moeten wennen aan een pak extra lawaai, energie, getater, knuffeldieren, vuile was en een eindeloze stroom plakpollekes. Over een exotische reis gesproken.

Hoe van Brussel te houden

Er zijn van die dingen waar jij op mag spuwen, maar anderen niet. Dingen waarop je kankert tot het schuim je op de lippen staat, maar waarvan je moeilijk kan verdragen dat andere mensen er laatdunkend over doen. Leuven, waar ik opgroeide, is zoiets. Dirty Dancing is zoiets (behalve dat ik nooit zou spuwen noch kankeren op Dirty Dancing). En Brussel. Zeker Brussel. Mijn pleidooi voor een hellhole met weinig vrienden.

Stap 1: Niet.

U bent hiermee waarschijnlijk in de meerderheid.

U haalt de vuile straten aan, het kamikaze-verkeer, de verloederde buurten, het “Is-dit-nog-wel-België-gevoel” (looking at you, Sally van Blind Getrouwd), de ingeslagen ruiten, de urinegeur in de trein- en metrostations, het dubbelparkeren, de dealers, het gebrekkige Nederlands (maar wel massa’s Arabisch), de onzinnige politieke spelletjes, de rottende tunnels en ga zo maar door. En op veel punten heeft u ronduit gelijk. Ik droom zelf ook van een hutje aan de zee.

Stap 2: Geef het tijd.

Ik wist niet zeker of ik naar hier wou komen. Collega’s die hier woonden vertelden zonder verpinken gruwelijke anekdotes over hoe ze overvallen, beroofd en gevierendeeld waren maar zeiden in dezelfde adem “topstad, gewoon doen”. Heel verwarrend. Een beetje zoals jonge ouders je vertellen dat ze niet meer weten wat seks is, geen tijd hebben om met hun ogen te knipperen en twijfelen aan elke levenskeuze die ze ooit maakten maar afsluiten met “baby’s zijn 24 karaats goud met hersenkwabben van pure engel, gewoon doen”. Niet te snappen tot je het zelf probeert, vermoed ik.

Toen ik hier de eerste keer naartoe kwam, sprintte ik snel weer weg. Een beetje geclaxonneer en ik verschrompelde als een slak. (Anno 2017 zou ik zonder verpinken “gore fuckhond” roepen of komt die claxon gewoon van mij, omdat die onnozelaar daar niet moet oversteken).

Toen ik hier de tweede keer naartoe kwam en wel bleef, vertelde iemand mij “Er zijn twee scenario’s. Ofwel loop je na één jaar gillend weg en kijk je nooit meer om. Ofwel word je verliefd en hang je er voor tien jaar aan.” Puur op koppigheid hield ik na dat eerste jaar vol. Ik woonde niet meer samen met de jongen die mijn hand vasthield bij de verhuis naar Brussel. Over mijn lijk dat ik zonder zijn handje meteen weer zou afdruipen. Ik had verdorie in Toronto gewoond, wat zou het Brussels Gewest mij dan plots te veel worden?

Blijkt dat verhuizen binnen je eigen land best pittig kan zijn. Ik ging in Leuven naar de kapper, de tandarts en de oogarts. Ik ging er nog vaker naar mijn toenmalig lief. Ik miste zo weinig mogelijk, al voelde ik ook dat zo’n spreidstand niet te lang mag duren.

Met de jaren liet ik steeds meer de railing los en schuifelde ik stilaan naar het midden van de ijspiste. Een Brusselse kapper. Mijn 29ste verjaardag vieren in Brussel. Een ander lief, met een Brussels adres.

Ik keek verder dan het centrum en ontdekte, ik zeg maar iets, de hippodroom in Bosvoorde. Toen ik filmpjes maakte voor de Koningin Elisabethwedstrijd zoefde ik met de cameraploeg door de decadent dure wijken van Posh Bruxelles. Ik ging naar de film en belandde toevallig in de Grand Eldorado. Ik begon met Bruxelles A Font – een Instagramprojectje waarin ik letters, woorden en logo’s fotografeerde op straat. Ik nam een stratenplan en duidde met een roze fluostift alle straten aan waar ik ooit al had gewandeld, om mijn eigen blinde vlekken te kunnen localiseren. (Nee, het is nog niet vol, maar wel steeds rozer).

Stap 3: Wees eerlijk.

Er zijn massa’s mensen die niet houden van steden. En dat is helemaal ok. Er zijn naar het schijnt zelfs mensen die niet van Parijs houden. Maar Brussel afrekenen op shit die typisch is voor steden en net zo goed in Antwerpen gebeurt, vind ik niet kosjer.

Het is makkelijk om de hellhole-mythologie waarheid te laten worden – des te meer als je hier weinig tijd doorbrengt. Ik was in het begin een poster child van de Bange Buitenstaander Beweging. Ik hield mijn huissleutels klaar in mijn hand, ik durfde mijn iPod (ha! Ver Verleden) niet gebruiken. Ik zag zoveel mensen die er anders uitzagen dan ik (of zo weinig die er hetzelfde uitzagen), die luidkeels op straat dingen stonden te zeggen die ik niet verstond, en ook dat vond ik bedreigend. En opnieuw, dat mag. Ik laat die gevoelens bij mezelf gewoon toe, als ze er zijn. Ik heb niet zo lang geleden “ik haat Molenbeek” gesmst naar mijn lief, en al klinkt het nu knullig, ik meende het toen uit de grond van mijn hart (al weet ik niet meer concreet wat er aan de hand was). Ik stapte vorig jaar na de aanslagen met heel dubbele gevoelens de metro op en ik betrapte mezelf op tranen van woede, gericht op al die vreemde mensen om mij heen. Niets mis mee.

Maar niets houdt je tegen om af en toe bij jezelf af te checken wat je projecteert en wat er écht aan de hand is. Wat de ene percipieert als een louche en levensgevaarlijke straathoek/medepassagier/situatie, daar haalt een ander fluitend zijn schouders voor op. Je bepaalt voor een groot stuk je eigen comfort zone. (En als je écht gelooft dat al het Kwaad van de Wereld zich verzamelt op een paar vierkante kilometer rond de Zenne, dan heb ik slecht nieuws).

Stap 4: Luister, praat, kijk.

Op de metro naar huis zat ik net naast een Italiaanse vrouw. Ze was aan het telefoneren en zei heel gemeend “Che bruto!”. Ging zeker over een fout vriendje. Zoiets vind ik leuk. De metro, zeker onder de Europese wijk, is altijd een beetje Babylon. (Een “Humans of Brussels”-fotoreeks zou er trouwens ogen te kort komen). Wat de kindjes van het Toekomstatelier allemaal vragen en zeggen, vind ik leuk. Dat er, toen ik laatst viel met de fiets omdat iemand zonder te kijken overstak en ik te bruusk moest remmen, twee zwarte meisjes vroegen of alles ok was, dat vind ik leuk. Dat mensen me vaak de weg vragen en dat ik hen meestal kan helpen, leuk. Dat de man die bedelt voor het wisselkantoor op de Gentsesteenweg en ik elke dag hallo tegen elkaar zeggen (en iets meer als we elkaar even niet gezien hebben), leuk. Het zero fucks-gehalte van Brussel is bijwijlen wraakroepend, maar het maakt tegelijkertijd dat mensen hier van weinig opkijken. De drempels zijn eigenlijk ontzettend laag.

Iedereen heeft bitchy resting face, ik in de eerste plaats. Niemand is Moeder Theresa, ik in de laatste plaats. Ik negeer heel veel mensen. Maar met je vizier op een kiertje ziet het landschap er al helemaal anders uit. We wonen in ons appartementsgebouw in Molenbeek onder één dak met Grieken, Turken, Congolezen, Marokkanen en van die Belgen – en we hebben met bijna iedereen een babbeltje (al vind ik die ene vrouw die alles over ons lijkt te weten en het zelfs merkt wanneer Simon een paar kilo is afgevallen wel stilaan een beetje akelig). Het is een petri-schaaltje. Soms gaat het stinken en schimmelen, maar soms is het ook geniaal. Of wist u niet dat dit allemaal één groot experiment was?

Stap 5: Relativeer.

Het is hier Caracas niet. Ik ben één keer op mijn plaats gezet, toen ik aan het zagen was over het Brusselse verkeer, door iemand die net terugkwam van China. Dat kon ik niet zo waarderen (Mag ik mijn eigen levenspijn nog kiezen DANKUWEL), maar ze had natuurlijk een punt. In the larger scheme of things is Brussel, naast honderden mastodont-steden, een piepkuiken. Een piepkuiken met een rokershoestje en een scherpe R, maar desalniettemin een babydier – en daar doen we lief tegen.

Stap 6: Gewoon.

Er wonen hier ongetwijfeld mensen die koekjes kakken, om even wat beeldspraak van mijn eindredacteur te lenen. En, aan het andere eind van het spectrum, is er sowieso ook een zeker quotiënt gore fuckhonden. Brussel is geen verre planeet. Het is gewoon een plek, met gebouwen en mensen, die meestal hun best doen, niet te vaak alleen willen zijn en wat geld willen verdienen. Een mindfuck van een mengelmoes, met mooie gevels. Bruut en oneindig zacht.

Getagged
Advertenties