Tagarchief: boek

De Tweede

‘En, nog geen plannen voor een tweede?’. Ik heb de vraag nooit vervelend gevonden, maar laten we wel wezen: die is net zo ongepast als ‘En, wanneer beginnen jullie eraan?’. Misschien lukt het niet. Of willen jullie het gewoon niet. En vooral: it is nobody else’s businessssss. Toch vinden veel mensen het een totaal onschuldige vraag. Je bent de wondere wereld van het ouderschap met haar gebroken nachten en knijpzakjes met fruit al ingetuimeld, toch? Waarom zou je dan niet blijven gaan?

Net zoals je bij een tweede kind wat minder kraambezoek en minder kaartjes in de bus krijgt, zijn er ook veel minder boeken en artikels aan gewijd. ‘What to expect when you’re expecting’ weet je al, dus dat is dan klaar, lijkt de markt te denken. Er is nochtans genoeg om over te praten. Waarom hebben alle gezinnen in reclamespots 2 kinderen? Hoeveel jaloezie en ruzie haal je de stadsmuren binnen met die tweede? Klopt het cliché over verwende enige kinderen? Of worden zij net perfect opgevoed, op de schoot bij hun relatief uitgeruste en aandachtige ouderpaar?

Over dat soort vragen gaat ‘De Tweede’ van Lynn Berger, een boek ‘over het zijn en krijgen van een tweede kind’. Geen dikke academische turf, maar een oprechte zoektocht van een moeder langs wetenschappelijke literatuur en haar eigen leven als oudere zus. Ze is benieuwd: Hoeveel sociale druk voelen we om voor meer dan één kind te gaan? Wat met studies die aantonen dat een tweede kind (laat staan een derde) ouders objectief niet gelukkiger maakt dan een eerste? Maakt je positie in je ge9200000101062181zin echt iets uit? Of projecteren we met z’n allen gewoon veel op die ‘slimme, verantwoordelijke, ernstige’ oudste? Begin je als kind 2 al met een achterstand aan een leven van permanente vergelijking? Of is het een zegen om in een geoliede machine terecht te komen bij mensen die de tijd niet meer hebben om permanent boven je hoofd te helikopteren?

Het is een boeiend boek, ik heb een hoop passages gelezen en herlezen met een blik van herkenning. Maar er staan geen eenduidige ja-nee-antwoorden in, voor wie daar op hoopt. Daar zijn nog veel langere en meer uitgebreide studies voor nodig, rond duizenden gezinnen, over verschillende generaties. Het boek doet wat het maximaal kan en dat is een hoop bedenkingen en afwegingen op een rijtje zetten, een aantal enerzijds-anderzijdsen. Een paar onaangename waarheden die de Dreambabys van deze wereld angstvallig geheim willen houden, afgewisseld met warme, fijne anekdotes over wat het ouderschap onwaarschijnlijk mooi maakt. En daar doe je als volwassene dan vooral maar mee wat je zelf wil. Gelukkig maar. ‘Tweede kind = totale rampspoed’ zou een bittere pil geweest zijn: ik ben op dit moment halverwege mijn tweede zwangerschap.

Ronde twee

Fysiek is het deze keer, om welke reden dan ook, een stuk makkelijker. Praktisch weten we veel beter waar we aan toe zijn. Maar mentaal is het andere koek. Want ook daar weten we veel beter waar we aan toe zijn, over een maand of vier. Geheugenverlies heeft z’n werk gedaan maar niet zo grondig dat ik vergeten ben hoe beurs je lichaam aanvoelt tijdens en onmiddellijk na een bevalling. Ik kijk niet uit naar het tetra-gemors met uitgespuwde melk (‘teruggeven’ is echt een belachelijk beleefde term, het is niet alsof je baby er een strikje rond doet en zegt ‘Weet je, ik ga toch passen, maar ik waardeer de moeite, echt’). De diepe bezorgdheid die nooit meer weg gaat maar toch nog een extra randje heeft die allereerste maanden wanneer je starende walnootbaby nog zo weinig reserve en autonomie heeft. De fluïditeit van de tijd, met cycli van 2 of 3 uur. Het is een heel bijzondere periode, intiem, puur. Ik wil er absoluut niet ondankbaar voor lijken. Maar er zit ook veel herhaling, routine en eenzaamheid achter. En onvermijdelijk beginnen we er deze keer aan met een tikkeltje minder verwondering en nieuwsgierigheid. En met een olijke peuter in huis. Vooral dat.

Meer dan ooit geniet ik van haar priemende blik, haar schaamteloos gepor in de wereld om haar heen en de met niets te vergelijken weldaad van haar giechel. Toen ik pas weer zwanger was, voelde dat allemaal plots bitterzoet aan. Wat zal er met onze unit gebeuren? Nemen we haar iets af? We kunnen haar veel aandacht geven, veel op haar tempo afstemmen en elkaar als ouders afwisselen. Wat als leuke momenten binnenkort de hele tijd onderbroken worden door baby-behoeftes en ik de teleurstelling op haar gezicht lees? Wat als zij door een lastige peuterfase gaat net op een moment dat ik al uitgeput en leeg ben, en daardoor te hard reageer op haar driftbuien? Is het idee van een tweede gewoon leuker dan de realiteit?

sibling-rivalry

Rivaliteit

Wat geen enkele studie hoeft te bewijzen is het basisverschil: een eerste kind zet trots stapjes in verse sneeuw, alle anderen worden onvermijdelijk geconfronteerd met de bestaande sporen. Als jongste heb je een ander, ouder kind naast je om op te reageren, om te imiteren, om je mee te meten. En ook de ouders kunnen nu vergelijken: ‘Onze tweede is een pak rustiger’ of ‘We beseffen nu pas hoe weinig de oudste at, wisten wij veel’. De silver lining: een jonger kind leert vanaf het begin beter te delen en leert in het algemeen veel van de oudste. De oudste leeft zich in in de jongste, ook een belangrijke vaardigheid. De minder fonkelende lining: de observaties van de ouders, hoe subjectief ook, worden vaak waarheid. Als een kind maar vaak genoeg hoort dat het iets is, gaat het zich daar ook naar gedragen. We bevestigen de oudste constant in hoe flink en groot hij of zij is en zeggen dan verbaasd ‘Toch straf dat de oudsten altijd van die verantwoordelijke types zijn’. Beetje mee opletten dus. Zeg liever gewoon ‘Je bent aan het morsen’ dan ‘Kijk eens hoe netjes je zus eet?’.

Ik ken niemand die in perfecte harmonie is opgegroeid met z’n broers of zussen. Een optimist zou zeggen: prima, want conflicten maken deel uit van het leven – en je training kan maar beter op tijd beginnen. Een Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog omschrijft het grote voordeel zo: ‘Je kunt je broers en zussen de huid vol schelden, de volgende dag zitten ze toch weer naast je aan het ontbijt’. En dus zoek je, willen of niet, naar een manier om met elkaar samen te leven. Interessant is dat ouders die in het algemeen geen goede band hadden met hun broers en zussen meer hun best doen om het met hun eigen kinderen anders aan te pakken. Ze zijn heel bewust bezig met wat er speelt, in tegenstelling tot ouders die ervan uitgaan dat het allemaal wel losloopt.

Sommige eerste kinderen krijgen last van woedeaanvallen, regressief gedrag en bedplassen – anderen lijken het amper te merken dat er een baby is bijgekomen. In die nieuwe broer- of zusrelatie zit alles: ‘honderd nieuwe aanleidingen voor angst en vertedering en verbazing’. Je kent elkaars wereld door en door (zoet) én net daarom kan je elkaar als geen ander irriteren (bitter). Er is onvoorwaardelijke steun én diepgewortelde rivaliteit. Berger observeert: ‘Het slechte beïnvloedt ons sterker dan het goede. Vandaar dat psychologen zich lange tijd meer interesseerden voor de zaken die ons doen wankelen (…) Vandaar misschien ook dat veel ouders die een tweede verwachten vooral vrezen voor wat er mis kan gaan’. Wat me toch wat onrustig maakt is lezen dat ‘het negatieve effect van een conflictrijke broer-zusrelatie groter is dan het positieve effect van een warme band’. Berger concludeert: ‘Kennelijk hebben de meesten van ons genoeg vertrouwen in de goede afloop – of zijn we zo huiverig voor het alternatief, een enig kind – om het risico gewoon te nemen’.Parenting-3

Roedel

Een eerste kind heeft gemiddeld 2 jaar exclusieve aandacht van zijn ouders, een luxe die enkel voor hem of haar is weggelegd. Datzelfde kind heeft wellicht het langst de strengste, meest consequente en meest pedagogisch ambitieuze ouders van de bende – er bestaan genoeg cartoons over hoeveel lakser je met elk kind wordt qua regels, gezond eten, TV-tijd en ga zo maar door. Schoppen de eersten het daarom verder? Gaan ze meer verdienen later? Wat een onmogelijke vraag, besluit Berger. ‘Het samenleven met ons viertal voelt eerder als een ingewikkelde choreografie dan als een wedstrijd. Onze roedel oefent in routine, niet voor een race. The winner takes it all, survival of the fittest: het is een absurde lens om het gezinsleven door te bekijken’.

Berger neemt afscheid van haar lezers met een ontroerend besluit: geen enkele ouder begint met een leeg blad. Maar je kan wel proberen om je verwachtingen te zien voor wat ze zijn. Om het verhaal van je kind ‘niet al van tevoren te vertellen (…) en niets anders te doen dan te luisteren en te kijken’. Dat is op een manier meteen alles wat ik wou weten.

Getagged , , , ,

Een zachte anarchist

9789401452397

Eén van de zonen van Jan Peumans was zo moedig om een biografie te schrijven over zijn vader. Het boek start bij de (generatie van de) ouders van Jan, bespreekt Jans kindertijd, jeugd, studentenjaren, zijn activisme, zijn grote politieke stappen en eindigt vandaag. Ik mocht er mee aan schaven en schrappen en leerde veel bij over deze unieke stem in de Belgische politiek.

 

Getagged , , , ,

Boe(k)

Kinderen krijgen blijft niet zonder gevolgen. Deze zomer zei ik enthousiast tegen een andere mama “Ah, jullie hebben ook de Koetje Boe Bal!” waarop ze mij informeerde dat het geloei dat ik net gehoord had gewoon van een koe kwam. Je weet wel. In de wei. Daar. Ze was zo vriendelijk om daarna met mij te blijven praten, maar je moet niet vragen hoe diep de “Boe boe boe, zegt de koe, speel met mij, dat maakt me vrolijk en blij” in al mijn cortexen gestuwd is de afgelopen maanden.

Heb je geen flauw idee wat een Koetje Boe Bal is, dan ben je waarschijnlijk ook iemand die nog veel echte boeken leest. Ik doe mijn best maar het is even geleden dat ik nog iets uitlas dat me van mijn sokken blies. Ik heb “Tonio” meer dan 400 bladzijden lang volgehouden, uit een soort “ik moet het goed vinden, want volgens de flaptekst vond iedereen het waanzinnig en monumentaal en aangrijpend en het IS ook wel triest”-verplichting, maar het staat sinds vandaag terug in de bib. Ik voelde het niet. In plaats van in het verhaal te worden gezogen duwden veel passages me net weg. Ik zat heel dicht bij een intense man die ik eigenlijk…niet wilde leren kennen. En laten we een koe een koe noemen, dat heb ik in mijn single days vaak genoeg gedaan, ha! Exit hedendaagse klassieker dus.

De Acht Bergen” en “Buzz Aldrin” heb ik zonder enige moeite uitgelezen, maar mijn adem stokte er niet van. Voorlopig heb ik enkel bij “Lente” van Karl Ove Knausgard al hele paragrafen willen herlezen en zorgvuldig proeven, niet toevallig omdat het over het dagelijks leven met een baby van 3 maanden gaat en ik toen dagelijks met een baby van drie maanden leefde. Misschien lees ik tegenwoordig te gefragmenteerd om echt diep in een verhaal te duiken – en werkte Knausgard omdat hij korte vignetjes schrijft. Al ben ik “Educated” van Tara Westover – die opgroeide in een  geïsoleerd en behoorlijk dysfunctioneel gezin in Idaho – nu toch in grote happen aan het opslokken.

Gelukkig zijn daar ook: kinderboeken! Voorlezen wordt steeds leuker – tot een paar maanden geleden voelde het redelijk pointless, maar nu onze dochter rustig mee naar elke pagina kijkt (en al eens iets aanwijst) in plaats van papier als een food group te beschouwen, heb ik er zelf ook meer lol in. Ik weet dat er al ettelijke sites en blogs en instagrams bestaan over kinder- en prentenboeken, maar de mooiste titels wil ik hier toch graag delen. Het is een genre waarin zoveel talent schittert, in België en ver daarbuiten. De illustraties zijn vaak onwaarschijnlijk mooi. En veel zeggen met weinig tekst, daar ben ik tegenwoordig geweldig voor te vinden.

Getagged , , , , ,

Artikel: “Wat doe ik met ondergesneeuwde teksten?”

Heerlijk als je zo vol ideeën en energie zit dat een verhaal in één vloeiende beweging uit je pen gulpt. Helaas loopt het vaak anders: je komt vast te zitten. Ergens onderweg vliegt de inspiratie het raam uit. Heeft het zin om die schrijfsels bij te houden, in al hun onvoltooide glorie? Bestaat de kans dat je ze ooit nog opnieuw vastpakt? Na hoeveel tijd verlos je ze best uit hun lijden? Wij vroegen het aan een aantal ervaringsdeskundigen.

 

Hoe verder je al gevorderd bent, hoe pijnlijker het is om je manuscript aan de kant te leggen. Maar het is niet abnormaal om pas na tientallen pagina’s te stranden. Bart Moeyaert noemt zichzelf ‘heel goed’ in ondergesneeuwde manuscripten: “Ik loop vaak vast eens ik veertig tot zeventig bladzijden ver ben. Gelukkig kan ik een verhaal jaren later weer oppikken om het dan wel af te maken”. Ook voor Herman Brusselmans ligt het kritieke punt behoorlijk ver: “Ik voel ‘het’ rond pagina zestig à tachtig. Als ik er dan geen goed gevoel bij heb, gaat het in de archieven. Is het niet goed genoeg, dan is het verloren werk geweest, maar tant pis. Dat maakt er allemaal deel van uit.”

 

Gepubliceerd in Verzin, jaargang 12, nr 4 (oktober – december 2017)

Getagged , , , , , , , ,

“Helpen bij verlies en verdriet”

Na het dunnere boekje dat je eind 2016 via De Standaard kon kopen, werkte ik deze lente mee aan een tweede publicatie van Manu Keirse, bij Lannoo. Het originele boek is al twintig jaar oud en kreeg een grondige make-over, zowel qua thema’s als qua taalgebruik. Vrolijke materie is het niet, verlies. Maar als je er dan toch doorheen moet – en dat moeten we allemaal, op allerlei manieren – of anderen er doorheen wil helpen, dan vind je in dit boek ongetwijfeld solide advies. (Inclusief: het is een misverstand dat je alle verlies moet “verwerken” tot het helemaal weg is, als een soort papierversnipperaar. Soms blijft het, voor altijd. En dat is ok.)

“Helpen bij verlies en verdriet” is al vele jaren het basisboek over rouwverwerking in de Lage Landen. Twintig jaar na de verschijning van de eerste uitgave verschijnt nu een volledig nieuwe editie, met aandacht voor nieuwe thema’s als verborgen verlies en online rouwen. Aan de hand van vele herkenbare voorbeelden toont Manu Keirse hoe rouwen niet gelijkstaat aan afscheid nemen, maar aan anders leren vasthouden. De talloze concrete tips voor de rouwende én zijn omgeving maken “Helpen bij verlies en verdriet” bovendien tot een heel praktisch boek. Onmisbaar voor iedereen die met verlies geconfronteerd wordt.

 

Lees hier het interview met Manu Keirse in De Standaard (27.05.2017):

20170527_De-Standaard-Antwerpen_p-20-21

Getagged , , , , ,

Boek “Verdriet – Leren omgaan met afscheid”

15225190_10104734660968542_1180933571_o

Al gemerkt dat er sinds enkele zaterdagen boeken bij De Standaard zitten? Aan het 4de en laatste exemplaar, over verdriet, werkte ik als copywriter. Los van die link beloof ik dat er echt waardevolle wijsheden in staan. Over hoe we net als in de liefde, ons gezinsleven en onze jobs af moeten van het idee dat we tekortschieten: we zijn bang dat we ons verdriet niet flink genoeg verwerken, niet snel genoeg, niet volgens de zogezegde normen. Terwijl iedereen het recht heeft op zijn eigen, levenslange parcours. Op 3 december bij de krant!

 

Getagged , ,

Boek “Verdriet”

Tussen 12 november en 10 december kan je via De Standaard vier verschillende boeken aankopen. Aan het vierde boek, over verdriet, werkte ik dit najaar mee als copywriter.

Ik kende het werk van Manu Keirse niet zo goed toen ik aan de opdracht begon, maar hij heeft prachtige inzichten. Verdriet laat zich niet in een hokje duwen en is even complex als de mens zelf. Het duurt soms kort, soms een leven lang. Het kan je meteen overvallen, maar sommige mensen duwen het jarenlang voor zich uit. Het is nooit puur maar vermengd met schuldgevoel, schaamte, woede en tederheid. Het zet alles op z’n kop en je relaties onder spanning. Er is geen juiste of foute manier om verdriet te verwerken – en dat toont dit boek heel troostend aan.

gm08kawg

Getagged , , , , , ,

Boekrecensie “Het Meisje met de Onderrug Tattoo”

2015 was het jaar van Amy Schumer. De New Yorkse actrice speelde de hoofdrol in Trainwreck, een film die ze zelf schreef en die wereldwijd meer dan 140 miljoen dollar opbracht. Ze won een Emmy voor haar sketchprogramma Inside Amy Schumer, waarvan het vierde seizoen intussen is ingeblikt. En toen ze in Madison Square Garden het voorprogramma deed van Madonna, liet ze het publiek fijntjes weten dat ze binnenkort in diezelfde arena te bewonderen zou zijn als hoofdact, de eerste vrouwelijke stand-up comedian die dit tot nu toe voor elkaar kreeg.

Ch3O3p8WUAAQLc8.nocrop.w529.h848

We kunnen enkel raden hoe ze tussendoor de tijd vond om een boek te schrijven. The Girl with the Lower Back Tattoo heet het origineel, een verwijzing naar The Girl with the Dragon Tattoo, de verfilming van Stieg Larssons’ boek. In de introductie maakt ze meteen duidelijk dat het geen autobiografie is (“Dat schrijf ik wel als ik 90 ben”) en geen zelfhulpboek (“Ik ben een complete randdebiel en ik weet nergens iets van”). In 34 hoofdstukken deelt ze de moeilijkste, de meest vernederende en de meest euforische momenten van haar leven.

Lees verder op Charliemag.be

Getagged , , , , ,

Boek “Voor Hetzelfde Geld”

13839692_10157336463025372_266361695_o

Voor Hetzelfde Geld” is al jaren hét consumentenprogramma van Vlaanderen – met Thomas Vanderveken, Britt van Marsenille en Jan Van Looveren als trouwe boegbeelden.

Ik schreef in 2014 al mee aan de eerste versie van het boek, waarin alle tips uit de reportages worden gebundeld. Dit najaar brengt Lannoo een frisse update uit van deze onmisbare budgetbijbel.

Getagged , , , , , , , , , , , ,

Artikel “Research”

image1(1)

Natuurlijk kan je schrijven puur vanuit je herinneringen en je verbeelding. Maar de meeste auteurs doen meer. Voor ze een letter op papier zetten, verdiepen ze zich maandenlang in specifieke onderwerpen, tijdsperiodes en historische figuren. Ze spitten archieven uit, interviewen experts en leggen een uitgebreid researchdossier aan. VERZIN sprak met vier auteurs over hun aanpak.

Er moet iets in je lijf gevaren zijn om zo lang monomaan bezig te zijn met de research naar een onderwerp. Ik wil mijn wereld groter maken dan hij is.

Gepubliceerd in Verzin.

Getagged , , , , , , , ,