Maandelijks archief: februari 2018

Klein spook

Dat ik als kind al veel verbeelding had, moet je mijn ouders niet vertellen. Ze liepen beschaamd een paar meter achter me terwijl ik een onzichtbaar hondje aan een al even ingebeelde leiband uitliet – een hondje dat wel eens kon treuzelen, of net veel te snel liep en dat ik voorzichtig opzij trok als er tegenliggers waren. Gelukkig bleef het bij die ene vijs en kwam het voor de rest wel in orde. (Soms waren het ook meerdere honden, van verschillende rassen, grote én kleintjes. Dat waren zelfs voor een volleerde dogwalker als ik een beetje stresserende wandelingen, want die beestjes liepen natuurlijk niet allemaal braaf naast elkaar. JA ZEG.)

Zelf een kindje krijgen heeft mijn verbeelding weer in een hogere versnelling getrapt. Ik denk dat ik haar hoor wenen, terwijl ze rustig ligt te slapen. Ik moet een paar keer opnieuw aan een stuk stof (mijn kleren, haar kleren, tetradoeken,…) voelen om te bepalen of het nu echt nat is of gewoon een beetje klam of een kwestie van fantoom-nattigheid. Maar de minst leuke waanideeën zijn die rond haar gezondheid. Zodra er iets aan de horizon opduikt, verandert mijn brein in een goedkope clickbait-site. “Deze ouders negeerden één banaal symptoom. ZE ZOUDEN HET ZICH HUN HELE LEVEN BEKLAGEN.” “De onzichtbare (maar dodelijke!) gevaren in je eigen huiskamer”. “Vijfentachtig zaken waar je kind allergisch aan kan zijn. Ken jij ze allemaal?” “Deze vrouw lette één moment niet op. Je raadt nooit wat er toen gebeurde.” Een beetje oogprut, een beetje uitslag, een beetje roodheid: ik heb weinig nodig om op hol te slagen. Ze zal toch wel ok zijn? Voelt ze nu warm aan? Ze zal toch vannacht niet ineens achteruit gaan en dat wij dan slapen en het niet merken? Moeten we misschien toch niet… Dan blijft het spoken in mijn hoofd tot ze de volgende keer gulzig eet of vrolijk brabbelt.

Het weegt, de verantwoordelijkheid voor zo’n hulpeloos marmotje. En dan te denken dat er nog 101 kinderziektes en 13 ongelukken op ons af komen (meer als ze veel van haar vader heeft). Als mijn mama vroeger zei dat ze wou dat ze ziek kon zijn in mijn plaats, vond ik dat als 8-jarige totaal onbegrijpelijk. En ongeloofwaardig. Het zal wel, moeder. Het zal zeker.

 

 

 

 

Advertenties
Getagged

Bio Sam Renascent

Een paar maanden geleden mocht ik deze charmante ster-in-wording interviewen in hartje Brussel, zodat ik een korte bio kon schrijven net voor zijn eerste single “Kobotama” uitkwam. Wie hem live wil zien: dat kan, in de AB, in mei!

 

Getagged , , , ,

Ridders & rohypnol

Er was eens een kindje dat zo goed geslapen had dat haar mama haar in een berenpak stak en haar trakteerde op een uitstap naar centrum Brussel. Ze gingen langs boekenwinkel Passa Porta, een hoop klerenwinkels, Super Green Me en de hele tijd scheen het zonnetje en lachte het leven hen toe. Niet alleen het leven, maar vooral ook de Brusselse ridders. 

We kwamen ze tegen vandaag, ja, in grote getale. In metrostation Simonis was het een opgeschoten tienerjongen met magere benen die ons ter hulp kwam: hij zou de koets wel even mee de trappen afdragen. Ik verdenk hem ervan dat hij het vooral deed om indruk te maken op zijn vriendinnetje – een meisje met zorgvuldig gekrulde lokken die mijn ongedouchte zelve geen blik gunde. Na een lange gang kwam trap 2 en ook daar greep een man – solo deze keer – zonder veel poespas het voorste wiel. Eenmaal op de metro vroeg een andere man spontaan of ik wou zitten en bij de kinderwinkel L’asticot dook knight in shining armor nummer 4 op: de man met de korte paardenstaart mompelde nog iets over dat het wel vreemd was dat een kinderwinkel niet voorzien was op koetsen, hielp ons de trappen op en wenste me nog een bonne journée.

Op zoek naar een plek om te lunchen waar ik eventueel ook borstvoeding zou kunnen geven belandde ik in Chicago, een soort kindercafé. Ik kreeg het laatste vrije tafeltje, maar kon me amper concentreren op de menukaart. Dat het er druk zou zijn op een vakantiedag had ik wel verwacht maar het aantal decibels zat net één peuter-meltdown boven wat ik mentaal aan kon. Ik zag de twee vrouwen naast me ook een beetje bedenkelijk kijken (“Wij hébben niet eens kinderen bij, wat DOEN we hier?”), wierp een blik op mijn onverstoorbaar ronkend Beertje Rohypnol en besloot dat ik even goed door kon zetten tot thuis waar we allebei in alle rust zouden kunnen eten. En toen was daar ridder nummer 5: een lieve Chicago-vrouw met rood haar die volgens mij een beetje aan het aftellen was tot sluitingstijd. Ik hoefde niet eens iets te zeggen. “Druk he? Ik weet het. Het is echt superdruk. Sorry hoor. Nee, ik begrijp het, ik houd even de deur voor jullie open”. Ze deed niet zakelijk, niet emotioneel, niet fake bezorgd, maar heel gewoon: ze keek me in de ogen en ze begreep het. Dat dit het even niet was. Dat ik na die eerste 6 weken nog een beginner ben. Nog niet één van die onverstoorbare ouders die eender waar eender wanneer neerploffen en doen wat moet gebeuren. Ik moet Brussel een beetje opnieuw leren kennen, nieuwe routes uitstippelen, met veel liften, vlakke stoepen en brede passages. En als ik verkeerd loop, moet ik af en toe mijn kar keren. Of mijn koets.

We wandelden rustig naar IJzer waar een iets oudere man die op straat een beetje stond te keuvelen met grote passen naar ons toe kwam. “Je vous aide!”. Toen ik hem onderaan de eerste trap wou bedanken, beende hij weer voor ons uit: “Er is nog een trap! Kom maar, ik help u daar nog af.” Eenmaal op het perron gaf ik hem mijn breedste glimlach, een grand merci en een voorzichtig kneepje op zijn arm. Maar dat kon hij natuurlijk niet voelen, in zijn blinkende harnas.

Getagged ,

Dubbelinterview Groen

Voor Vlaams parlementslid Imade Annouri en Sandrine Ekofo, juriste en voorzitter van de Afro-Belgische vereniging Kilalo, is het duidelijk welke kant we uit moeten. ‘Iedereen die mee wil nadenken en wil bouwen aan onze toekomst verdient een plaats rond de tafel.’ Een levendig gesprek over samenleven in een Vlaanderen dat steeds diverser wordt.

Gepubliceerd in “Pit” (winter 2018)

Getagged , , , , , , ,
Advertenties