Maandelijks archief: mei 2019

Kaëll

Van peuters kan je veel leren. Met stip op 1: how to give zero fucks. Dat lieve blonde meisje dat zo schattig kan grijnzen en kushandjes kan gooien, ramt ook zonder pardon haar felroze wagentje tegen je schenen of tegen de deur, opnieuw en opnieuw. En opnieuw. Ze gedraagt zich over het algemeen voorbeeldig in de supermarkt, maar als ze het beu is, prikt ze lekker wat gaatjes in vaccum verpakte boodschappen. De voorbije week was ze ziek en gaf ze over in de crèche. Niet met veel misbaar, zoals een normalerik, maar effe casual tussen het speelgoed waarna ze rustig verder banjerde. Wij begroeten nieuwe gezichten op z’n minst beleefd en steken een vieze hap subtiel weg in een serviette, peuters beginnen gewoon te krijsen en te spuwen. ALLES KAPOT. Peuters don’t care.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Want het moet het juiste lepeltje zijn. En de juiste knuffel. En het juiste boekje. Verrassingen kunnen, zeker, maar wat enigszins routine is, moet dat ook wel blijven. Wachten is geen sinecure. Ververst worden is soms een kwelling en als ze uitgeput zijn kan niks nog. Gelukkig is mode nog geen twistpunt. We kunnen haar eigenlijk aantrekken wat we willen (zolang zij de schoenen mag kiezen. En de jas). ‘Klaaaa’, klinkt het dan tevreden, eens ook de tweede schoen aan is. Soms met twee opengesperde handjes, als een kleine Bart Kaëll die het podium opstapt.

Mijn moederdagvoornemen van dit jaar is om meer zoals zij in het leven te staan. Niet dat ik plots mijn beker lauwe koffie tergend traag over mijn bureau ga uitgieten of mijn stoel vijftien keer tegen het been van een collega ga aanrammen terwijl die geduldig ‘Niet doen’ zegt. Maar gewoon, iets minder deksel op alles en iets meer Kaëll. Klaar.

Advertenties

Barst

Gisteren viel er rinkelend een glas op de grond. Het stond dan ook op een plaats waar ze aan kon. Of bovenop iets waar ze aan kon. Maakt niet uit. Ik kijk naar haar peutergezichtje. Ze is niet geschrokken, dat heeft ze sowieso niet snel. Ook niet beteuterd, beschaamd of boos. Ze staat gewoon een beetje koeltjes te kijken naar de scherven. Lang niet zo leuk als de regenmaker die ze daarnet cadeau kreeg. Ik neem haar mee naar een andere kamer om haar pyjama aan te trekken terwijl Simon stoffer en blik haalt. Ze protesteert even maar legt zich, eenmaal op weg naar boven, bij haar lot neer. Ze zegt tegenwoordig zelfs iets dat lijkt op ‘Slaapwel’ wanneer we de deur zachtjes achter ons sluiten. Grappig hoe ze onze intonatie en die van de dames op de crèche perfect imiteert. ‘Sjaaa-we’.

Ik probeer een tekstje te schrijven voor een vriend, maar scroll tussendoor een beetje dwangmatig (is er een andere manier) op Twitter. Ook daar ligt veel in scherven. De dood – onverwacht, agressief – overheerst vanavond, naast verdriet en woede. Er passeert toevallig een artikel over het ouderschap, met de zin All that fierce love you have for your kids comes with a huge amount of serious anxiety that you will NEVER shake off until you die.

Dat de dierenwereld – die natuurlijk gewoon onze eigen wereld is – dag na dag grotere barsten vertoont, stond gisteren nog eens in hoofdletters in de krant. Steeds meer wezens worden ziek van het huidige systeem, maar de paardenmolen stoppen blijkt niet zo makkelijk. Ik weet even niet van waar het meest acute gevaar komt.

Barst-e1466498042392

Ik wrijf over mijn buik. In wat voor kermis kom jij terecht, samen met dat zoete zusje van je? Misschien bij de smoutebollen, met wangen vol poeder en plakhandjes. Of in een schreeuwerige achtbaan waarvan de bouten goed vast zitten, als dat je ding is. Jullie mogen zelfs achter een kraam, tussen de rommel en die dikke elektriciteitsdraden, stiekem staan lachen met jullie vriendjes omdat jullie iets doen wat niet mag. Ik hoop alleen dat er niets op jullie hoofd valt. Dat er alleen krijtjes uit elkaar knallen en enkel eendjes worden geschaakt. Dat jullie niet verloren lopen en de foute hoek omslaan. Of verdwalen in een monsterlijk spiegelpaleis waarin jullie telkens tegen een onwrikbare wand lopen, welke kant jullie ook uitrennen. Dat de grond onder jullie botsauto niet plots opensplijt, tot een kloof waar ook wij dan onvermijdelijk mee in zouden tuimelen.

Botsen mag. Dat zal niet anders kunnen. Maar niet uit elkaar barsten. Alsjeblieft.

 

Advertenties