Maandelijks archief: oktober 2019

Donker

We hebben onze zoon allebei al aangesproken met de foute naam (die van de kat). Gisteren bleek pas na enkele uren dat ik het schaap een pamper maatje 5 had omgedaan – uit de schuif van zijn grote zus. En ja, ik heb ’s nachts wel eens mijn hand uitgestoken om Simon wakker te schudden en hem te vragen waar Miles was om net op tijd te beseffen: gewoon hier, in je eigen armen, je hebt ‘m letterlijk vast, kalmeer. Mja. Mijn brein voelt een beetje als het Belgische treinverkeer, het bolt maar met aardig wat vertragingen en technische pannes. It’s clear from your vacant expressions, the lights are not all on upstairs.

‘Mama! Papaaa!’ Klik, nachtlampje aan. We schuifelen, met één open en één toegeplakt ooglid, op automatische piloot de gang door. ‘Het is nog donker buiten, kijk maar’ horen we onszelf zeggen tegen ons andere kindje, dat plots ook een paar gaten in onze nacht prikt. Misschien vindt ze het niet kunnen dat zij alleen ligt en wij allemaal samen. Misschien wil ze checken hoe snel we hier staan, aan haar zijde, moest er uit het donker plots iets opdoemen.

We maken net genoeg licht zodat ze ons kan zien. Nee, we gaan nog niet opstaan. Flesje? Kusje. Aaitje. Traantje wegvegen. Zoen voor de leeuw. Je deken. Slaap maar, schat, mama en papa slapen ook (zeiden ze vol hoop). Op kousenvoetjes weer terug, het nachtlampje klikt uit. Voor even. Tot de baby pruttelt en we hem op de tast niet kunnen helpen.

Light+on

’s Ochtends is er van de nachtelijke droefenis weinig te merken. ‘In een kein stashonnetje’ schalt door de badkamer en wij krijgen onze bevelen. ‘Bloek aandoen! Patoffeltjes! Allez kom!’. Het is nog altijd donker buiten. Ze is net groot genoeg om, op haar tenen, aan de lichtschakelaars te kunnen.

‘Zullen we zwaaien?’ Het is één van de weinige dingen waar ze ’s ochtends enthousiast over is. Ik til haar op de vensterbank en ze zet haar handjes tegen het keukenraam. Ze gaat door haar dak wanneer ze ziet dat de rosse poes van de buren buiten is. Er wonen geen mensen vlak achter ons, maar ik vraag me toch even af of iemand ons ziet staan. Ik heb nog niet in de spiegel gekeken, nog geen slok koffie op en ik draag het hemd waar ik in sliep, amper en waarschijnlijk fout geknoopt. Gelukkig kan ik me verstoppen achter Little Miss Sunshine. We zien een etage lager een fluohelm buitenstappen en beginnen te zwaaien. Dat blijven we doen tot het rode achterlicht de hoek omzwenkt. Ik zet haar terug op de grond en ze rent de kamer uit. Het begint te dagen.

 

 

 

 

 

Advertenties

Interview Andy Griffiths

 

Enkele maanden geleden mocht ik in Hasselt de fascinerende auteur @andygbooks interviewen. Over zijn succesreeks ‘De Waanzinnige Boomhut’, zijn verleden als punk-frontman en de spooky boekencollectie van zijn grootmoeder. Nu in Verzin, het tijdschrift van @creatief_schrijven!

Getagged , , , , , ,

Amai

Amaais. Dat is wat Frances antwoordt als je haar vraagt hoe haar broertje heet. We laten het voorlopig zo. Het komt in de buurt van zijn echte naam, het is knetterschattig en bovendien heel toepasselijk.

Het woord schoot al vaak door mijn hoofd de voorbije maand. Amai…

  • hoe zot blijft het moment waarop die baby plots op je borst ligt, in al zijn minuscule glorie? Je staart, nog wat gaga van de adrenaline en de pijn, naar een verfrommeld snoetje en kan alleen gelukzalig denken ‘Jij bent het dus. Natuurlijk’. En samen genieten van het feit dat die bevalling achter de rug is.
  • zo’n pasgeboren kindje is afhankelijk, weerloos en dag en nacht aan jou vastgeplakt. Dat is bijzonder maar ook genadeloos.
  • communiceren met iemand die stil/rustig is OF boos zijn tandvlees bloot krijst is…niet altijd zo tof als communiceren met andere, minder binaire mensen.
  • het is de tweede keer allemaal niet meer zo nieuw, niet meer zo overweldigend. Dat voelt soms wat wrang (zo snel ben je dus gewend aan de Mirakelen des Levens), maar het spaart ook stress uit.
  • je vergeet zoveel als je het niet opschrijft. Ons eerste kind is nog geen twee en we hebben de helft van de tijd al geen benul meer hoe alles ‘toen’ ging. Een wonder dat onze eigen ouders nog IETS weten over toen wij klein waren.
  • vanaf wanneer zou ‘met vier’ heel normaal gaan aanvoelen in plaats van overladen? En waarom vragen mensen nu al of er nog een derde kind komt??
  • hoe doen mensen dat zonder partner? Mensen die elkaar niet kunnen aflossen of bijstaan, die geen snelle knuffel kunnen stelen in de keuken? Ik zou het echt niet weten. (In dezelfde lijn, hoe doen vrouwen het die kinderen hebben met een man van de school ‘Goh. de eerste twee jaar sta je als vader toch aan de zijlijn‘ – dat is gezeik van de allerhoogste plank en maak met zo iemand toch geen kinderen. Mijn man staat mee op die middenveldstip – ja, voetbalmetaforen zijn volledig mijn ding – en daar ben ik elke dag blij om)
  • wat een geniaal idee van de vroedvrouw om het woord ‘acceptatie’ te laten vallen. Mindful moederen, of zo.
  • borstvoeden hoi hatsekidee, maar het kan ook pijnlijk, morsig en fysiek belastend zijn (hallo borstontsteking). Ik doe het, maar ik kijk ook uit naar het moment waarop ik mijn dagen niet meer moet uitrekenen in blokjes van zoveel uur tussen twee voedingen.
  • kunnen wetenschappers eens onderzoeken hoe de Estafette van Kleine Verdrietjes werkt? Je weet wel, het fenomeen waarbij Ene Kind en Andere Kind elkaar naadloos aflossen met gejengel, waardoor je altijd wel iemand aan het helpen of troosten bent? Het lijken wel communicerende vaten terwijl je eigen vat leegdruppelt (Ik heb ooit surfles gevolgd en dat ging niet zo goed, wat te verwachten was. Het vervelendste vond ik dat de zee (oceaan?) nooit zei ‘Ik ga even pauzeren, zodat dat mensje kan uitblazen, het zout water uit haar ogen kan wissen, eens diep kan ademhalen en rustig op haar plank kan kruipen’. Hoe moest ik dit ooit onder de knie krijgen als ik mij na elke aquatische opdoffer niet even bij elkaar kon rapen? Surfen heb ik nooit geleerd. Moederen al wel een beetje. Maar dus die ene golf na die andere, terwijl je ook wel eens even op het strand wil staan, dát).
    back
  • hoe warm is het bij Kind en Gezin? Ik snap het, je moet je baby uitkleden terwijl je wacht en dus mag het niet te fris zijn, maar my God. En lang leve de dames-vrijwilligers zonder wie de wereld vierkant zou draaien, maar ze hebben verdorie toch altijd wel wat aan de hand daar. En zoveel onnodige stress. Terwijl hun taak hoofdzakelijk is om pamperbaby’s op een weegschaal te leggen, kan je iets gezelligers te doen hebben op een druilerige herfstdag?
  • hoe fijn is het als je een eerlijke maar ietwat beschaamde confessie doet bij een andere ouder en die laconiek reageert met ‘Maar schatteke, bij ons was dat ook hoor’?
  • sorry aan de DHL-man op wiens autoraampje ik klopte en die ik vol vertrouwen aansprak met ‘U heeft aangebeld?’ en die helemaal niet had aangebeld maar toevallig voor onze deur geparkeerd stond – ik ben niet gek, ik had echt iets gehoord. Denk ik. Ook sorry aan de andere pakjesman bij wie ik vergat om mijn knoopjes weer toe te knopen. U bent een ware professional.
  • een peuter die wild speelt en per se zelf wil eten + borstvoeding + een jongensbaby die alle kanten uit plast = zo.veel.vuile.was.
  • hoeveel verschil kan er zijn tussen de ene dag en de andere? Het ene UUR en het andere. Ligt het aan een extra stukje slaap, een opstoot van hormonen, de juiste tas koffie, ik weet het niet, maar de grens tussen ellende en euforie en tussen ontroering en blinde paniek is vervaarlijk dun in babyland.
  • En ten slotte, HOE FLINK IS ONZE PEUTER. Natuurlijk merkt ze een verschil. Natuurlijk vraagt ze aandacht op allerlei manieren, profiteert ze van de aanwezigheid van bezoek om een grootse show op te voeren en is ze soms wat bruut met haar broer. Maar al bij al doet ze het fantastisch en houdt ze zich helemaal staande. Amaais.

 

Advertenties