Je de floop flee

Zouden mensen die in de supermarkt geconfronteerd werden met zo goed als lege rekken – en die dus noodgedwongen hun mandje moesten vullen met wat er nog was – iets hebben aan de recepten uit ons IKEA-keukentje? De peuter toverde vandaag kiwi in de oven met mayonnaise op tafel, met een halve appel (ongeschild) in een koffietas als toetje. Doe er uw voordeel mee.

Deze middag maakte ik spontaan een filmpje toen we samen ‘IJsbeer, ijsbeer, wat hoor je daar?’ van Eric Carle lazen – een boek waar ze al lang gek op is. Plots is er tijd om wel tien boeken na elkaar te lezen. Enfin, eigenlijk is die tijd er niet, maar ik wil haar ook niet de hele dag afwimpelen en haar broer slaapt net even. Het is fijn, zo naast elkaar, ook voor mijn angstige geest. Ik post het filmpje in de whatsapp-groepen van onze twee families en stuur het ook naar de meters en de peters. Het is daar druk deze dagen. Terwijl ik haar Facetime-drang normaal gezien wat temper, ga ik er nu vaker op in. Oma of tante nog eens bellen? Waarom ook niet. Ik weet op voorhand dat ze de telefoon zo schuin gaat houden dat enkel haar frou en ons plafond zichtbaar zijn en dat er buiten een paar ‘ja’s’ en totale non sequiturs weinig conversatie zal volgen, maar dat is ok. Elk gesprekje doet deugd, want het betekent eigenlijk altijd ‘Wij denken aan jullie en hopen dat het allemaal goed komt’.

Ze ziet een treintje op de kast staan met haar naam. De eerste letter kent ze al een tijdje als ‘haar letter’ en die spot ze OVERAL, tot op verpakkingen toe. Ik spel de andere drie letters: errr, aaah en nnnnuh. Ze knikt en gaat ze ook af: ‘Shushi, sesshies en shniis’. Help. Ik heb Joey gebaard die Frans leert.

a6574aca52aca2d294792dd0264695b5

We spelen met playdoh – hartjesvormpjes, wormpjes (worstjes) en kaas met gaatjes in alle kleuren van de regenboog. En ze haalt ook haar dokterstas boven. ‘Mama is ziek?’ vraagt ze, en begint meteen te knikken. Volleerd. Ze haalt de speelgoedkassa uit de kast, die met het scannertje dat rood licht geeft, en bestraalt zorgvuldig mijn handen en voeten. Een soort hypermoderne UV-therapie, vermoed ik. Ze lijkt tevreden. Niet alleen met mijn gezondheid, maar in het algemeen. Ze lijkt het niet vreemd te vinden dat we met z’n allen in het langste weekend ooit verzeild zijn en dat we nergens meer samen naartoe gaan. Benieuwd hoe lang dat duurt.

Terwijl ik dit snel aan het schrijven ben – het is niet dat er geen echt werk op mij ligt te roepen nu de kindjes in bed liggen – loopt er een berichtje binnen. ‘Even zwaaien aan jullie raam?’ Vrienden uit de buurt, die nog een avondwandelingetje maken om hun hoofd wat te verluchten. We praten, vanuit ons raam, zoals we nog nooit eerder gedaan hebben. Het doet deugd om elkaar te zien en te horen, nu we elkaar niet meer vanzelf kruisen aan de deur van de crèche. Het doet deugd om deze mindfuckery in woorden te gieten.

 

 

 

 

 

Creche

Ik ben de tel kwijt, maar ik ben al enkele honderden keren door de poort van onze crèche gewandeld. Met een baby in een draagzak. Met een 1-jarige in een buggy. Met een baby én een 1-jarige in een fietskar. In de blakende zon, de gietende regen en in het pikdonker. Die poort is de poort van onze dagen. Na het afzetten begint de dag echt. En na het ophalen gaat het wieltje stilaan langzamer draaien.

Ik ben er al in tranen toegekomen, hoogzwanger en moegetergd door een rellende peuter. Eén avond was ik te laat – ik stond hopeloos vast in de file en mijn man zat in het buitenland voor zijn werk – en rende zo snel mijn voeten mij dragen konden naar binnen, waar twee engelen mijn dochter en elkaar gezelschap hielden. In het kleine halletje heb ik al knuffels gekregen van andere mama’s, eindeloos veel babbeltjes gedaan met de poetsvrouw, hopen papieren knutselwerkjes bewonderd. Elke ochtend wijst onze dochter fier naar haar lockertje en kapstok. Ze inspecteert welke pantoffels er in de gang staan en licht me luidop toe welke kindjes er al zijn en wie nog moet toekomen. Als ze iets nieuws aan heeft, kan ze niet wachten om linea recta naar Natasja te catwalken, de kinderverzorgster wiens ‘ooohs’ en ‘wauws’ het meeste indruk maken. En ook als ze niet in vorm is, laat ze zich met plezier door haar optillen en paaien.

Na ons eerste bezoek was ik nochtans niet helemaal overtuigd. Was dit een goede plek? Zou ze hier gelukkig zijn? Was er genoeg plaats om te spelen, ook buiten? Ik had nooit iets anders overwogen dan mijn kind(eren) voltijds weg te brengen, net zoals mijn eigen moeder dat gedaan had. Maar de concrete realiteit – wegsprinten naar kantoor terwijl je vlees en bloed achterblijft ten huize ‘maximum 8 kinderen per aanwezige kinderbegeleider’ – klonk ronduit lelijk.

Na anderhalf jaar stel ik me sommige vragen niet meer. We zien met onze eigen ogen hoe goed onze dochter in haar vel zit, hoe enthousiast ze speelt. Maar één vraag blijft hangen: kunnen we echt niet beter dan dit? Vinden we de zorg voor de allerkleinsten zo onbelangrijk? Laat het grote geld maar elders naartoe vloeien – onze baby’s hebben niet veel nodig, zo blijkt. En als er een kinderverzorgster ziek wordt of door haar rug gaat van het eindeloze tillen en dragen en sussen, tsjah, dan moeten haar collega’s hun maximum maar wat optrekken. Tientallen pampers vervangen, kan dat niet nog wat efficiënter? Tranen drogen, ruzies doven, eten naar binnen lepelen en tussendoor taal, creativiteit en empathie stimuleren, het is blijkbaar niet zo waardevol dat er niet nog een beetje op bespaard kan worden. 1,3 procent minder werkingsmiddelen, om concreet te zijn. Amper 1,3 procent! Waar hebben we het over! Die baby’s mogen verdorie blij zijn dat ze geen theatervoorstellingen of kortfilms maken, ze zouden wel anders piepen. 

Ik ben eindeloos dankbaar voor de vrouwen die daar hun kas afdraaien. Ga er maar aan staan, elke dag opnieuw, tot half 7 ’s avonds. Ook op momenten dat je collega onverwacht uitvalt, elk kindje hoest en jengelt en je directrice je vertelt dat er nog steeds geen vervanger is gevonden voor die andere collega die weken geleden al ziek werd. Hetzelfde geldt uiteraard voor de mensen die zorgen voor onze zieken en bejaarden en al wie hulp nodig heeft. 

’s Avonds staat er vaak een hartje op het hand van onze dochter. ‘Van Odedie’ (Elodie). Het was ook Odedie die de kartonnen verjaardagskroon maakte die dit weekend vereeuwigd zal worden op een nieuwe reeks familiefoto’s. Even toveren met een paar nietjes, wat stickers en kleurpotloden. Het is het grootste werk dat er is.

 

10 nummers

Jonas Winterland nodigde mij uit om 10 dagen lang een nummer te posten dat belangrijk is geweest in mijn leven.

10. Charles Aznavour – eender wat

Charles Aznavour is mijn Madeleine-koekje. Deze muziek, dat is mijn moeder die op zondagmiddag staat te strijken in de kamer naast mijn slaapkamer. Ik hoor haar mee neuriën met de enige cd die ze ooit opzet terwijl ze kwistig extra stoom op de hemden van mijn vader loslaat. Psh. Psh. Franse vibrato – iets over jonge liefde en oude spijt. Psh. Soms zet ik me even op de vensterbank en kijk ik toe. Ik stel wat onzinnige vragen. Ik zou moeten oefenen, morgen is het weer gitaarles, maar zit liever hier. Ik ruik deze liedjes.

9. Cat Stevens – Wild World.

Cd’s waren voor de strijkkamer, platen waren strictly voor de living. Waaronder ook Tea for the Tillerman van Cat/Yusuf. Ik heb lang niet geweten wat een ‘tillerman’ in godsnaam was (volgens tinternet ‘person who steers a boat’ dan wel ‘a person who steers the rear wheels of a fire truck or controls its ladder) en ik vond de LP-hoes ook best creepy. Maar mama zei eens dat papa moest huilen met ‘Wild World‘ toen mijn oudere zus nog maar een peuter was omdat hij toen al dacht aan het moment waarop ze groot zou zijn en dat maakte behoorlijk veel indruk. Ook toen ik de teksten nog niet begreep voelde de plaat al als een warme, ruige jas.

8. Old McDonald had a farm

‘Wij gaan later toch geen kinderliedjes opzetten in de auto he?’. Twee jaar later piep ik – uiteraard – anders. Ik zing ze verdorie zelf! Ik had er niet aan gedacht hoe geweldig het is om dat bijna-twee stemmetje van op de achterbank te horen freestylen. Er is een olifantje in het bos, er zijn dieren die wonderen verrichten, zakken witte wol, haasjes vol adrenaline en sinds kort een heel arsenaal Sint-nummers. Ik zat onlangs achter het stuur met een innerlijke batterij van een bedroevende 18%. Maar zelfs dan, als mijn dochter met een brede smile vraagt of ik ‘Ie-jaa-joo’ wil zingen, dan zing ik.

7. Jasper Steverlinck / Bruce Springsteen – If I should fall behind.
https://www.youtube.com/watch?v=i2eBvLS_0vU

Op nummer 7 omdat we op de 7de getrouwd zijn. We hoorden dit nummer op de wei van Werchter – door de boss himself. Jasper was zo galant om het tijdens onze openingsdans te willen spelen.

6. Heather Nova – Island.

De eerste cd die ik ooit kocht – met een cadeaubon, vermoedelijk nog in de Free Record Shop – was Oyster van Heather Nova. Ik wist begot niet wat kiezen dus koos mijn oudere zus in mijn plaats. Cool plan, alleen had ik als 9-jarige totaal geen voeling met de muziek of de teksten over gebroken harten en misbruik. Maar met de tijd kwam dat en als tiener kon ik ook volop zwelgen.

5. Janet Baker – When I am laid.

Kippenvel. Ontdekt dankzij Alleen Elvis blijft bestaan.

4. Acda en de Munnik – Als je bij me weggaat

Ontdekt via een Nederlandse jongen waar ik als puber veel te lang een veel te groot boontje voor had. Hij brandde cd’s voor mij (ja, die tijd was het) van dit duo, stuurde ze op met de post en ik zong woord voor woord mee, want dan voelde het ergens alsof we met elkaar communiceerden.

3. Laura Marling – Crawled out of the sea

Liefde.

2. Feist – The limit to your love.

Of ik mee wou naar een concertje. Ze had gratis tickets via haar studentenjob bij de radio. Waarom niet? En zo kwam ik dankzij mijn Pools kotgenootje in Toronto terecht bij een concert van de mij toen totaal onbekende Feist. Wie wordt er nu niet binnen de eerste minuut verliefd op deze vrouw?

1. Tank and the Bangas

Als ik me slecht wil voelen luister ik naar Lera Lynn. Als ik me goed wil voelen naar deze band.

 

Heel

Dat Alanis er serieus naast zat met haar voorbeelden van ironie weten we al lang. Dus hier, neem deze: het ouderschap. Hoe omschrijf je anders dat het bijmaken van 200% nieuwe mensen ertoe leidt dat je je precies nooit meer 100% voelt?

Ik heb het niet zozeer over het slaapgebrek en de viruspiñata die de crèche heet. Ik heb het niet over die lamme arm omdat je het kindje dat per se met de fiets wou UITERAARD toch aan het dragen bent (en haar driewielertje in je andere hand). Ik heb het over het feit dat je met je gedachten altijd deels bij die kleine mensen bent, als ze in de buurt zijn en al helemaal als ze niet in de buurt zijn. Alsof je hersengolven dag en nacht op hun frequentie zijn afgestemd – soms heel subtiel, dan weer loeihard – waardoor er altijd een zachte ruis zit op je eigen bedenkingen. Ik heb het over hoe zoveel handelingen zoveel mentale omwegen vragen.

Is het tijd om te vertrekken? Heeft iedereen genoeg gegeten en gedronken? Zijn alle pampers proper? Raakt iedereen veilig de trap af? Heb ik alles bij? Nemen we de buggy of de draagzak of de fietskar? Regent het? Hoe ver moeten we? Gaan ze op de creche merken dat ik een pyjamabroek draag? Maakt het uit? Welke schoenen en jasjes doe ik hen aan? Niet doen, schatje. Kom jij eens hier? Nee, laat dat maar liggen. Dat gaan we niet meenemen. Oei, haal dat eens uit je mond. Ik zal je helpen, kom maar. Het is koud, dus doen we onze jas aan. Heb ik mijn sleutels? Schat, mama moet heel even terug naar boven, maar ik kom meteen terug, ok? Stap maar aan die kant. Stoppen bij het zebrapad. Zie je het groen licht? Nu moet je echt echt ECHT oversteken, anders is het weer rood. Nee, ik kan je niet pakken, lieveke. Geef maar een hand, maar kom nu. Ja, dat is een heel grote regenplas. Ja, dat is een hond. Je valt noodgedwongen eindeloos in herhaling. Je hoort jezelf dingen zeggen die je altijd associeerde met duffe moederkes die niets beter konden bedenken. Het is een stroom van gedachten en beslissingen en communicatie waarmee je alles goed wil laten verlopen, maar die je op een of andere manier ook erodeert.

the-funny-thing-about-kids-is-they-are-the-reason-48290774

Nog heel even en ik laat ook kind 2 elke werkdag achter bij iemand anders terwijl ik aan de andere kant van de stad mail, bel, praat, luister en gratis koffie tank. De vorige keer voelde dat alsof ik een ledemaat kwijt was. Mijn dag- en nachttaak zat, toch tot de vroege avond, plots bij iemand anders. De draaimolen staat even stil, de muziek staat af. Maar de vrijgekomen ruimte vult zich niet vanzelf weer met elegante passen vooruit en fijnzinnige toonladders tot een logisch geheel.

Ik weet dat het over een paar jaar anders zal zijn. Het praktische geharrewar blijft niet duren en ik begrijp de gelukzaligheid waarmee mijn oudere broer zich het moment voor de geest haalt waarop hij aan zijn kinderen vroeg om hun gordels vast te maken en hij twee perfecte klikjes hoorde. Op een dag horen we nog net ‘Ik ga effe naar Seb he!’ voor de voordeur dichtvalt. En kunnen we onze energie weer helemaal anders verdelen.

Als de tropenjaren je iets leren is het dat je meer kan dan je denkt. Ook op het moment dat je je even coherent en volledig voelt als een halfverteerde sliert zeewier daag je nog op. Ook dan hoor je je peuter vragen ‘Mama ie-ja-joo?’ en zing je Old McDonald had a farm. Met een moo moo hier en een fucking moo moo daar. Ie-ja ie-ja oo. Het zijn geen geniale doorbraken die de mensheid vooruithelpen. Maar het is een pleziertje voor een van mijn favoriete mensen. En dat moet even volstaan.

 

 

 

Scenes uit een huwelijksleven

  • Ik zal dat wel even voor jou installeren.
  • Dat is lief.
  • Waar is je laptop?
  • Hier. Ik heb wel niet meer veel batterij.
  • Ik snap niet dat je die niet insteekt overdag. Allez, geef je oplader. Wat is je paswoord?
  • XXX!
  • Nee, dat is niet juist.
  • Ah. Met een cijfer bij dan?
  • Nee. (begint ongemakkelijk te schuifelen)
  • Dan sowieso XXXX.
  • Nope. Komaan he.
  • Ben je zeker?
  • Ja, ik kan toch typen. Het is niet XXXX (steeds meer wenkbrauwhaartjes springen recht)
  • Goh. Geen idee dan.
  • Hoe kan dat?
  • Meestal wordt dat automatisch ingevuld, ik heb dat al heel lang niet meer zelf moeten typen.
  • Kies dan gewoon altijd hetzelfde paswoord.
  • Super onveilig. Probeer eens xxx?
  • Ook niet (Een ader tekent zich af). Is het met een hoofdletter?
  • Mogelijks.
  • Heb je dat nergens opgeschreven dan?
  • Ah nee, da’s ook totaal niet veilig.
  • (diepe zucht, meerdere vingers worden gekraakt). Ok, niet erg, je kan aangeven dat je het niet meer weet. Wat is je gebruikersnaam?
  • Mmmm. Bedoel je… Sofie?
  • Oh my god.
  • Ja ZEG. Dat moet ik ook nooit invullen normaal! Probeer eens dit.
  • Nope.
  • Ok, dat dan.
  • Ook niet. (Enkele tanden knarsen. De kat zwiept onrustig met zijn staart.) Met welk emailadres is dat verbonden?
  • Ik vermoed met gmail.
  • Je vermoedt het? Ik snap niet… Soit. Laat maar zitten. Je oude paswoord was ‘Appeltaart1’.
  • Appeltaart1?? Zo raar. Zegt me niks.
  • Bon. Je mag een nieuw kiezen, ik stel voor dat je iets pakt dat je wel kan onthouden en dat vanaf nu ergens bijhoudt.
  • Yes.
  • Waar is je identiteitskaart?
  • Ik denk in mijn portefeuille. Ja, voila!
  • Weet je tenminste de code van dit?
  • Ja, dat is 123.
  • Allez vooruit. Zover zijn we.
  • Hoera!
  • Ik ga nu de hele app gewoon wissen en herinstalleren.
  • Ok.
  • Wat is je paswoord voor de app store?
  • Pfoe. Geen flauw idee.
  • … (Een snoezig wolkje stoom ontsnapt uit het linkeroor)
  • Normaal gaat dat vanzelf. Met mijn vingerafdruk.
  • HOE BESTA JIJ IN DE WERELD!
  • Dat lukt wel.
  • Geef gewoon uw telefoon.
  • Hier! Oei, de batterij is precies plat. Heb jij mijn oplader ergens gezien?
  • (Staat op, graait een handvol koffiebonen uit het koffiemachine en begint rustig te kauwen, de blik op oneindig.)

 

 

Donker

We hebben onze zoon allebei al aangesproken met de foute naam (die van de kat). Gisteren bleek pas na enkele uren dat ik het schaap een pamper maatje 5 had omgedaan – uit de schuif van zijn grote zus. En ja, ik heb ’s nachts wel eens mijn hand uitgestoken om Simon wakker te schudden en hem te vragen waar Miles was om net op tijd te beseffen: gewoon hier, in je eigen armen, je hebt ‘m letterlijk vast, kalmeer. Mja. Mijn brein voelt een beetje als het Belgische treinverkeer, het bolt maar met aardig wat vertragingen en technische pannes. It’s clear from your vacant expressions, the lights are not all on upstairs.

‘Mama! Papaaa!’ Klik, nachtlampje aan. We schuifelen, met één open en één toegeplakt ooglid, op automatische piloot de gang door. ‘Het is nog donker buiten, kijk maar’ horen we onszelf zeggen tegen ons andere kindje, dat plots ook een paar gaten in onze nacht prikt. Misschien vindt ze het niet kunnen dat zij alleen ligt en wij allemaal samen. Misschien wil ze checken hoe snel we hier staan, aan haar zijde, moest er uit het donker plots iets opdoemen.

We maken net genoeg licht zodat ze ons kan zien. Nee, we gaan nog niet opstaan. Flesje? Kusje. Aaitje. Traantje wegvegen. Zoen voor de leeuw. Je deken. Slaap maar, schat, mama en papa slapen ook (zeiden ze vol hoop). Op kousenvoetjes weer terug, het nachtlampje klikt uit. Voor even. Tot de baby pruttelt en we hem op de tast niet kunnen helpen.

Light+on

’s Ochtends is er van de nachtelijke droefenis weinig te merken. ‘In een kein stashonnetje’ schalt door de badkamer en wij krijgen onze bevelen. ‘Bloek aandoen! Patoffeltjes! Allez kom!’. Het is nog altijd donker buiten. Ze is net groot genoeg om, op haar tenen, aan de lichtschakelaars te kunnen.

‘Zullen we zwaaien?’ Het is één van de weinige dingen waar ze ’s ochtends enthousiast over is. Ik til haar op de vensterbank en ze zet haar handjes tegen het keukenraam. Ze gaat door haar dak wanneer ze ziet dat de rosse poes van de buren buiten is. Er wonen geen mensen vlak achter ons, maar ik vraag me toch even af of iemand ons ziet staan. Ik heb nog niet in de spiegel gekeken, nog geen slok koffie op en ik draag het hemd waar ik in sliep, amper en waarschijnlijk fout geknoopt. Gelukkig kan ik me verstoppen achter Little Miss Sunshine. We zien een etage lager een fluohelm buitenstappen en beginnen te zwaaien. Dat blijven we doen tot het rode achterlicht de hoek omzwenkt. Ik zet haar terug op de grond en ze rent de kamer uit. Het begint te dagen.

 

 

 

 

 

Interview Andy Griffiths

 

Enkele maanden geleden mocht ik in Hasselt de fascinerende auteur @andygbooks interviewen. Over zijn succesreeks ‘De Waanzinnige Boomhut’, zijn verleden als punk-frontman en de spooky boekencollectie van zijn grootmoeder. Nu in Verzin, het tijdschrift van @creatief_schrijven!

Getagged , , , , , ,

Amai

Amaais. Dat is wat Frances antwoordt als je haar vraagt hoe haar broertje heet. We laten het voorlopig zo. Het komt in de buurt van zijn echte naam, het is knetterschattig en bovendien heel toepasselijk.

Het woord schoot al vaak door mijn hoofd de voorbije maand. Amai…

  • hoe zot blijft het moment waarop die baby plots op je borst ligt, in al zijn minuscule glorie? Je staart, nog wat gaga van de adrenaline en de pijn, naar een verfrommeld snoetje en kan alleen gelukzalig denken ‘Jij bent het dus. Natuurlijk’. En samen genieten van het feit dat die bevalling achter de rug is.
  • zo’n pasgeboren kindje is afhankelijk, weerloos en dag en nacht aan jou vastgeplakt. Dat is bijzonder maar ook genadeloos.
  • communiceren met iemand die stil/rustig is OF boos zijn tandvlees bloot krijst is…niet altijd zo tof als communiceren met andere, minder binaire mensen.
  • het is de tweede keer allemaal niet meer zo nieuw, niet meer zo overweldigend. Dat voelt soms wat wrang (zo snel ben je dus gewend aan de Mirakelen des Levens), maar het spaart ook stress uit.
  • je vergeet zoveel als je het niet opschrijft. Ons eerste kind is nog geen twee en we hebben de helft van de tijd al geen benul meer hoe alles ‘toen’ ging. Een wonder dat onze eigen ouders nog IETS weten over toen wij klein waren.
  • vanaf wanneer zou ‘met vier’ heel normaal gaan aanvoelen in plaats van overladen? En waarom vragen mensen nu al of er nog een derde kind komt??
  • hoe doen mensen dat zonder partner? Mensen die elkaar niet kunnen aflossen of bijstaan, die geen snelle knuffel kunnen stelen in de keuken? Ik zou het echt niet weten. (In dezelfde lijn, hoe doen vrouwen het die kinderen hebben met een man van de school ‘Goh. de eerste twee jaar sta je als vader toch aan de zijlijn‘ – dat is gezeik van de allerhoogste plank en maak met zo iemand toch geen kinderen. Mijn man staat mee op die middenveldstip – ja, voetbalmetaforen zijn volledig mijn ding – en daar ben ik elke dag blij om)
  • wat een geniaal idee van de vroedvrouw om het woord ‘acceptatie’ te laten vallen. Mindful moederen, of zo.
  • borstvoeden hoi hatsekidee, maar het kan ook pijnlijk, morsig en fysiek belastend zijn (hallo borstontsteking). Ik doe het, maar ik kijk ook uit naar het moment waarop ik mijn dagen niet meer moet uitrekenen in blokjes van zoveel uur tussen twee voedingen.
  • kunnen wetenschappers eens onderzoeken hoe de Estafette van Kleine Verdrietjes werkt? Je weet wel, het fenomeen waarbij Ene Kind en Andere Kind elkaar naadloos aflossen met gejengel, waardoor je altijd wel iemand aan het helpen of troosten bent? Het lijken wel communicerende vaten terwijl je eigen vat leegdruppelt (Ik heb ooit surfles gevolgd en dat ging niet zo goed, wat te verwachten was. Het vervelendste vond ik dat de zee (oceaan?) nooit zei ‘Ik ga even pauzeren, zodat dat mensje kan uitblazen, het zout water uit haar ogen kan wissen, eens diep kan ademhalen en rustig op haar plank kan kruipen’. Hoe moest ik dit ooit onder de knie krijgen als ik mij na elke aquatische opdoffer niet even bij elkaar kon rapen? Surfen heb ik nooit geleerd. Moederen al wel een beetje. Maar dus die ene golf na die andere, terwijl je ook wel eens even op het strand wil staan, dát).
    back
  • hoe warm is het bij Kind en Gezin? Ik snap het, je moet je baby uitkleden terwijl je wacht en dus mag het niet te fris zijn, maar my God. En lang leve de dames-vrijwilligers zonder wie de wereld vierkant zou draaien, maar ze hebben verdorie toch altijd wel wat aan de hand daar. En zoveel onnodige stress. Terwijl hun taak hoofdzakelijk is om pamperbaby’s op een weegschaal te leggen, kan je iets gezelligers te doen hebben op een druilerige herfstdag?
  • hoe fijn is het als je een eerlijke maar ietwat beschaamde confessie doet bij een andere ouder en die laconiek reageert met ‘Maar schatteke, bij ons was dat ook hoor’?
  • sorry aan de DHL-man op wiens autoraampje ik klopte en die ik vol vertrouwen aansprak met ‘U heeft aangebeld?’ en die helemaal niet had aangebeld maar toevallig voor onze deur geparkeerd stond – ik ben niet gek, ik had echt iets gehoord. Denk ik. Ook sorry aan de andere pakjesman bij wie ik vergat om mijn knoopjes weer toe te knopen. U bent een ware professional.
  • een peuter die wild speelt en per se zelf wil eten + borstvoeding + een jongensbaby die alle kanten uit plast = zo.veel.vuile.was.
  • hoeveel verschil kan er zijn tussen de ene dag en de andere? Het ene UUR en het andere. Ligt het aan een extra stukje slaap, een opstoot van hormonen, de juiste tas koffie, ik weet het niet, maar de grens tussen ellende en euforie en tussen ontroering en blinde paniek is vervaarlijk dun in babyland.
  • En ten slotte, HOE FLINK IS ONZE PEUTER. Natuurlijk merkt ze een verschil. Natuurlijk vraagt ze aandacht op allerlei manieren, profiteert ze van de aanwezigheid van bezoek om een grootse show op te voeren en is ze soms wat bruut met haar broer. Maar al bij al doet ze het fantastisch en houdt ze zich helemaal staande. Amaais.

 

Volledig

‘Jaaaa?!’

Ik weet niet waar of van wie je hebt het opgepikt, maar plots zijn al jouw ‘ja’s’ lang en maken ze een grappig vragend bochtje. Terwijl ze ook duidelijk en overtuigd zijn. Alsof je verbaasd bent door je eigen gevoel en het elke keer grondig wil proeven. ‘Of ik een flesje wil? IK GELOOF WAREMPEL VAN WEL MOEDER EN ZET ER MAAR SPOED ACHTER’. Je zegt nu ook ‘eummm’ als je een boekje staat te kiezen, ‘zo’ of ‘en nu’ als we de auto parkeren (dat komt van mij, hopelijk luister je minder goed naar de andere dingen die ik zeg als ik achter het stuur zit), en ‘mhm’ alsof je al veel ouder bent. De ‘visj’ in jouw prentenboek is een ‘dolfijn’ geworden. En je zet steeds meer woorden op een rijtje.

Vorige week trok ik je een bloemenkleedje aan en stelde vast dat het plots een tuniek was geworden. Je ging dan maar een tikkeltje scandaleus naar de crèche, we zullen het een ode aan Woodstock noemen. Het was lekker warm die dag en jou 1 keer aangekleed krijgen vergt genoeg diplomatie voor een hoogzwangere ochtend. Je bent deze zomer serieus opgeschoten, lieveling, in centimeters en in taal.

41B3E7B2-240B-40A1-B12A-95F68E07D5C9

Er zijn duizend opsombare dingen over jou die mij doen glimlachen. Je gekke, fijne haartjes (ik voorspel nu al tiener-gezucht over hoe je zo graag krullen zou willen waarna ik als voorspelbare en totaal onbehulpzame moeder zal zeggen: ‘Schat, mensen betalen veel geld bij de kapper voor zo’n mooi sluik haar!’ en jij alweer met je ogen zal rollen). Je mooie minitandjes. Het groeiende gemak waarmee je door de huizen van je grootouders en tantes bottert. Hoe je luid ‘spjing!’ zegt en goed je knieën plooit maar nog niet echt van de grond komt. Je gretige blik (in het begin vond ik het een klein beetje spijtig dat je geen blauwe ogen had, maar intussen ben ik verliefd op die felle kogels). Je enthousiaste oprechtheid – die niet wegneemt dat je de kracht van drama en doen alsof al heel goed snapt. Het feit dat je heel snel je handen en knieën afstoft als je valt, gewoon verder doet en mij zo elke keer een lesje weerbaarheid geeft. Het feit dat als je je écht serieus pijn doet, je wel nog huilend onze armen vindt. Hoe je nu op twee voetjes de trap op en af kan – aan het handje of de leuning – en jezelf Eddy Wally-gewijs constant aanmoedigt met ‘amai’ en ‘wauw’. Dat je geen driftige bullebak bent maar je ook absoluut niet laat doen (‘Pas op he!’). Dat de verzorgsters op de crèche je oprecht graag hebben. Hoe wild je met een lepel in een lege pan wroet, mij er ook een geeft en door het dolle heen gaat ‘loelen loelen loelen!!!’ Je obsessie met de rosse zwerfkat die soms op het dak achter ons huis ligt te loungen en je gekijf op onze eigen kat. Je al even grote obsessie met je ping pong t-shirt en je papegaaientrui. Dat je dankzij het spelletje ‘En nog een hap voor…’  stilaan alle namen uit de familie kent, netjes per gezin. Dat je goed weet wat ‘nee’ wil zeggen, heel belangrijk in het leven. Dat je nooit niet blij wordt van een tram, bus of brommer te zien en, als het je lucky day is, ‘nog e tram! Nog e bus!!’ (Spoiler: vaak is dat hetzelfde exemplaar dat ons gewoon heeft ingehaald, maar dat doet er niet toe). Dat we je steeds moeilijker ook maar iets verkocht krijgen als ontbijt, terwijl je je lunch en avondeten aan recordtempo naar binnen schaffelt als een volgroeide zeebonk.

Dat je kleine broer ons geduld wat op de proef stelt, heeft alvast dit groot voordeel: we kunnen nog iets langer al onze ogen en oren op jou richten en je keer op keer tonen hoe geweldig we je vinden. Al 20 maanden lang. Ik kan me nog steeds niet concreet voorstellen dat je binnenkort finaal van ‘enig’ naar ‘eerste’ kindje gaat. En het frustreert me dat ik een beetje gas moet terugnemen en opgelucht ben als iemand anders je in of uit een stoel tilt, ronddraagt of ververst. Dat ik je knuffels soms een beetje moet afweren om mijn buik te beschermen en niet zomaar hapjes eten kan overnemen die je mij zo lief aanbiedt. Ik kan je even niet met volle energie tegemoet komen liefste, maar geloof me: ik ben nog volledig de jouwe.

Over tijd

Was hij even ongeduldig geweest als zijn grote zus, dan was onze tweede gisteren al ter wereld gekomen en zaten we hem nu aan te staren. Helaas. Hij doet het rustig aan en zit de hittegolf liever binnenskamers uit. Zou deze dan toch meer op mij lijken? Niets overhaast, gewoon volgens de afspraken, misschien een fractie te laat zelfs. Vorige week wist ik nochtans zéker dat hij in aantocht was: losse gewrichten, een waggelpas, plotse slapeloosheid en bijhorend humeur, geen twijfel aan. Ik trof nog snel wat extra voorbereidingen, maar het was blijkbaar om te lachen. Toch al één vaderlijk trekje.

most-months-have-30-or-31-days-except-the-last-month-of-pregnancy-which-has-1458-days-02b14Het is een rare periode, die laatste weken. Alsof ik zit te wachten op een belangrijk telefoontje dat over een minuut maar ook pas over 10 dagen kan komen. Eentje waar ik naar uitkijk, maar in hetzelfde moment ga vervloeken want raakt de vroedvrouw op tijd waar ze moet zijn en zorgt iemand intussen goed voor onze peuter en de pijn en het bloed en alles zal toch ok verlopen en hoe moest dit ook weer en zijn we niets vergeten te regelen?

Dat ik vorige keer overwoog om een playlist te maken doet me nu glimlachen. Niks mis mee, het is een fijn projectje om die laatste dagen te vullen en er zijn ongetwijfeld al vrouwen heel gelukkig akoestisch bevallen. Maar ik heb op geen enkel moment in het ziekenhuis gedacht ‘Dit zou stukken beter verlopen met een streepje synthesizer. Skip eens naar Kylie Minogue, schatje’. Ik had één missie en geen mentale ruimte voor randanimatie. Nee, mijn grote steun – naast mijn man, de medische mensen en af en toe een slokje water – was de klok. Voor we naar het ziekenhuis vertrokken was er de timer op mijn gsm: ik telde elke wee voorbij, telkens een kleine minuut. Ik zag die dag een tijdslijn vol kleine blokjes voor me en met elke kramp en elk kwartier wist ik dat ik weer een beetje opgeschoven was richting einde van deze uitputtingsslag. Dat idee hielp me vroeger al tijdens de examens: ‘Wat er ook gebeurt, over x aantal uur is het voorbij en dat moment komt’.

Ondanks mijn ongeduld en gesakker van de voorbije dagen is de kans groot dat dit de laatste zwangere dagen uit mijn leven zijn en zou ik deze periode eigenlijk moeten koesteren in plaats van de tijd vooruit te wensen. Alles verloopt goed en dat is van onschatbare waarde. En ‘het gaat toch allemaal snel, madam’. The days are long but the years are short, zo dat. Het lijkt nog niet zo lang geleden dat we onze dochter voor het eerst zagen en die kan intussen alleen de trap op en af terwijl ze tegelijk de kat onder zijn voeten geeft. Bovendien gaat ze – al dan niet van harte – weer naar de crèche en is er warempel TIJD. Om te douchen, om wat administratie af te prutsen en om eens rustig (ja, de waggelpas is niet weggegaan) naar de winkel te slenteren. Eens haar broer er is, dondert onze kajak een nieuwe waterval af en gaan we maandenlang niet weten wat boven of onder is. Elke dag – en vooral nacht – zal uit pijnlijk korte blokjes bestaan. En onze oudste zal zich afvragen wanneer ze nog eens voltijds op ons kan rekenen, in plaats van on hold te worden gezet met ‘Een minuutje, schat, mama/papa moet eerst de baby even…’.

Sorry voor al onze bijgelovige acties de voorbije dagen om je op te jutten, baby. Je hebt groot gelijk, doe maar rustig. (Is dit een transparante poging om hem aan te porren zodat hij geboren wordt zodra ik dit bericht deel? 100%. Gaat het werken? Dat hangt er maar weer van af op wie hij lijkt.)