Artikel “Muziek is een oerkracht”

Elena en Niek zijn al bijna vijfentwintig jaar een koppel. Sinds bij Niek dementie werd vastgesteld, is Elena ook zijn mantelzorger. De manier waarop ze omgaan met de ziekte is zo inspirerend dat ze tot in Canada toe worden uitgenodigd om hun verhaal te delen. Tussen het reizen door gaan ze trouw naar de repetities van het Fotonkoor. (…) In Vlaanderen leven naar schatting meer dan 120.000 mensen met dementie. Een grote groep, maar toch blijft het taboe huizenhoog. Elena: “We moeten de ziekte niet verstoppen, maar leren omgaan met de symptomen en gevolgen. En muziek kan daar een krachtig hulpmiddel bij zijn (…) Ze noemen dementie dan wel een ‘ziekte van verlies’ maar het is veel zinvoller om je te focussen op wat er nog wél is, wat patiënten nog wél kunnen”.

 

 

“De eerste keer dat Niek vroeg ‘Mevrouw, weet u soms waar mijn vrouw is?’ schrok ik enorm. Je eigen partner die je niet herkent, dat is een klap in je gezicht. Nu roept hij me met een mini-liedje, een melodietje. Als ik dat hoor, weet ik dat hij mij bedoelt. Dat is toch net zo goed?”

 

“Dementie is toch een beetje je terugtrekken op een eilandje. Veel mensen gaan zich verwaarlozen. Maar op het moment dat je naar de repetitie gaat, heb je een reden om je best te doen. Niek is altijd een fiere man geweest. Hij kleedt zich op en dat inspireert ook de andere mannen. Vrouwen gaan nog eens naar de kapper. Er is een extra reden om je te verzorgen. (…) Als bezoeker zou je op een repetitie vaak niet eens weten wie de persoon is met dementie en wie hem of haar vergezelt”.

 

Gepubliceerd in Stemband Magazine, nr 13 (sep – nov 2017)

Advertenties
Getagged , , , ,

Artikel: “Wat doe ik met ondergesneeuwde teksten?”

Heerlijk als je zo vol ideeën en energie zit dat een verhaal in één vloeiende beweging uit je pen gulpt. Helaas loopt het vaak anders: je komt vast te zitten. Ergens onderweg vliegt de inspiratie het raam uit. Heeft het zin om die schrijfsels bij te houden, in al hun onvoltooide glorie? Bestaat de kans dat je ze ooit nog opnieuw vastpakt? Na hoeveel tijd verlos je ze best uit hun lijden? Wij vroegen het aan een aantal ervaringsdeskundigen.

 

Hoe verder je al gevorderd bent, hoe pijnlijker het is om je manuscript aan de kant te leggen. Maar het is niet abnormaal om pas na tientallen pagina’s te stranden. Bart Moeyaert noemt zichzelf ‘heel goed’ in ondergesneeuwde manuscripten: “Ik loop vaak vast eens ik veertig tot zeventig bladzijden ver ben. Gelukkig kan ik een verhaal jaren later weer oppikken om het dan wel af te maken”. Ook voor Herman Brusselmans ligt het kritieke punt behoorlijk ver: “Ik voel ‘het’ rond pagina zestig à tachtig. Als ik er dan geen goed gevoel bij heb, gaat het in de archieven. Is het niet goed genoeg, dan is het verloren werk geweest, maar tant pis. Dat maakt er allemaal deel van uit.”

 

Gepubliceerd in Verzin, jaargang 12, nr 4 (oktober – december 2017)

Getagged , , , , , , , ,

Hokjesdenken

Het is me een raadsel waarom klerenwinkels niet volop inzetten op het ontwerp van hun pashokjes. Wie wint er bij als het hokje klein is, het licht des duivels, de haakjes en het zitbankje onhandig? Zorg toch dat elke passer er ravissant uitziet! Kermisspiegels die je lichaam helemaal transformeren hoeft nu ook niet, maar gewoon: mooi uitgelicht, genoeg plaats, neutrale kleuren. Ik heb de voorbije jaren al zo vaak in complete horror naar mijn spiegelbeeld staan staren omdat ik er vreselijk uitzag, met elke oneffenheid op mijn huid uitgelicht alsof er een mottig Brits roddelblaadje mee gemoeid was met de kop “CELEBS’ CELLULITE SHAME SHOCKER”. Weg sfeer, weg centen.

 

body2

 

Toen ik deze week ging winkelen had ik een heel fijne hokjeservaring bij Costes. Zij doen het alvast goed. Net als mijn eigen lichaam, trouwens. Tot nu toe kom ik vooral gewicht bij waar het moet, is mijn navel nog even naar binnen gekeerd als ik en houden mijn rug en gewrichten het allemaal goed vol. Voorover bukken wordt steeds minder prettig, hoge hakken doen het niet meer zo en bij sommige bewegingen krijg ik duidelijke alarmsignalen van mijn zenuwbanen, maar al bij al: een tevreden klant. Voor één van de weinige keren in mijn leven kon ik oprecht glimlachen naar halfnaakte hokjes-Sofie. Oh ironie, net op het moment dat ik meer weeg dan vroeger met mijn woelende compagnon. Over een half jaar is het ongetwijfeld een ander verhaal maar in deze fase zien we er goed uit, samen. Aangezien winkelen met buitenlichaamse kinderen supermoeilijk is – ze wenen, zagen, doen in hun broek, lopen weg of blijven zitten en breken de boel af – profiteer ik maar even van deze kangoeroe-situatie. Ik ben al mijn hele leven een aaier – zachte stofjes, zachte haartjes, bontjassen, irresistible – en nu heb ik de allerbeste globe om zo wat over te strelen en naar te staren (eigenlijk 3, maar dat zou een beetje raar worden in het openbaar. En lang duren in dat hokje).

Oktober

d0480a20b43e3e9803b79323be59abe5

Omdat “oktober wijnmaand!” op dit moment pijnlijk weinig voor mij kan betekenen, heb ik een ander voorstel. Laten we oktober eens uitroepen tot pauzemaand. Niet stoppen, voornamelijk playen, maar af en toe pauze en zeker geen fast forward. In de eerste plaats voor Simon – die zich daar toch niks van aantrekt omdat hij alleen in de zetel blijft zitten als hij zich létterlijk kreupel heeft gelopen – die zich de voorbije maanden heel zwaar heeft belast. In plaats van na het werk aan zijn tweede leven te beginnen als schilder, elektricien of atleet hoop ik dat hij rust, uitgaat en nikst.

Pauzemaand, dus. Ik voeg de daad bij het woord door meteen een goed voornemen af te blazen. Want uiteraard zou ik toneel spelen dit jaar. Komaan. Eén avond per week repeteren, dat is echt geen big deal. Zeker als ik maandenlang thuis ben. En tegen mei, eens we echt gaan optreden, ben ik fysiek en mentaal helemaal de oude! Play play play! En toch hoorde ik het mezelf zeggen op de Eerste Grote Vergadering: “Misschien doe ik dit jaar beter wat ondersteunende dingen: promo, productie…?”. Mijn hart bloedde, mijn imaginaire maar daarom niet minder glamoureuze Hollywoodcarrière kreeg een zoveelste deuk en tegelijkertijd voelde ik mijn schouders ontspannen. Ik hoef geen twee of drie nachten op toneelweekend als de baby nog klein is. De maandagen waarop het me moeilijk gaat, hoef ik niet ’s avonds naar Leuven te bollen en weer terug – zonder schuldgevoel. Eventueel een kleine rol, als het stuk er om vraagt, we zien wel. Ik draag bij wat ik kan, wanneer ik kan.

Ook qua baby-prep moet ik mezelf intomen. Ik heb te laat zitten googelen en daardoor een nacht slecht geslapen, piekerend over welke spullen we nodig hebben, welke we op de geboortelijst kunnen zetten en welke we beter zelf kopen, welke nieuw, welke tweedehands, welke lenen, welke stelen want fucking hell dat kost toch wel wat allemaal en hoe moet je nu zo’n donsdeken combineren met een slaapzak, een laken, een inbakerdoek en een babynestje? Pointless, natuurlijk. HET IS NOG KEI LANG. En we krijgen heel wat spullen – er liggen nu al een hoop kleertjes klaar, met dank aan familie & vrienden, en er komt nog van alles bij. Begin november is nog prima op tijd om die lijst af te werken. En mijn schoonzus legt mij alles met eindeloos veel geduld uit, want zij weet wél waar een babynestje voor dient. Djeez. Slaap toch nu je nog kan, eindeloze dommerik.

Ik ben alvast begonnen met al mijn internetdata in september op te gebruiken, zodat ik nog een hele week analoog moet doorbrengen. De tijd gaat vanzelf trager. Mee daardoor speel ik met het idee om eindelijk eens aan die “30×30 Nature Challenge” te beginnen – een uitdaging om 30 dagen op rij minstens 30 minuten in de natuur door te brengen. Kwestie van een goede gewoonte te kweken die je daarna zo goed mogelijk volhoudt. Om het allemaal wat haalbaar te houden wil ik de challenge graag ombuigen tot 30×30 tussen nu en D-Day. Nog een slordige 100 dagen is dat. Na de geboorte zal ik hopelijk met dagelijkse wandelingetjes mijn bos-, blad- en grasuren makkelijk halen. Tot die tijd:

pregnant pause (plural pregnant pauses)

  1. A pause that gives the impression that it will be followed by something significant.

 

Shanti special

Dat ik ondanks alles nog steeds een grote dosis naïviteit in mij heb, werd vanavond alweer duidelijk. Ik dacht echt dat prenatale yoga massaal veel leuker zou zijn dan de gewone yoga waar ik mij de voorbije jaren af en toe aan heb gewaagd. Iets met gezellige massages, lekkere muziek en vooral veel stretches. Een soort chill theekransje in lycra waarin we elkaar allemaal zouden steunen en bewieroken, aanstaande moeders onder elkaar.

Turns out: het is gewoon yoga. Met matjes, blote voeten, adem-instructies, een grote spiegelwand (LOVE those, immer flatterend) en met die godgeklaagde zonnegroet die ik nog nooit helemaal onder (achter? naast?) mijn stijve knie heb gekregen. Het enige verschil? Elke yogadocent heeft wel zo’n zinnetje om te zeggen “de losers die niet kunnen volgen, mogen hun arm ook gewoon laten hangen” en dit is de eerste keer dat ik de vrouw volledig geloofde. Ze leek oprecht en zonder stiekem superioriteitsgevoel bezorgd om ons fysiek welzijn. Met succes. We deden allemaal flink mee: ook de vrouwen die echt al een gigantische buik hadden gingen fluks op hun schouders staan met hun voeten recht in de lucht.

Zoals in ongeveer elke cursus die ik al heb gevolgd (en dat zijn er véél. Ik blijf koppig geloven dat ik mezelf kan heruitvinden in 6 lessen, om keer op keer gedesillusioneerd af te haken) had ik ook hier binnen de eerste 10 minuten al doemgedachten.

Waarom ben ik hier? Ga ik dit echt volhouden? Zou ik straks al de volle pot moeten betalen of telt dit nog als proefles? Eigenlijk is het wel goed dat ik dit doe, voor mijn lichaam. Maar anderzijds moet ik toch niks tegen mijn zin doen? Dat is sowieso slecht voor de baby. Ik ben toch volwassen, zeker. Ik kan na het werk ook gewoon naar huis gaan, waar mijn stoere, onuitputtelijke man ons nieuwe huis kamer per kamer aan het verfraaien is. Maar ik doe al niks van sport, dus misschien moet ik het toch maar doen. En een quitter wil ik ook niet zijn, wat voor voorbeeld stel ik dan. Ow, ben ik nu weer aan het exhalen terwijl we eigenlijk moeten inhalen? En zei ze net dat we de “the skin of your buttocks” moesten ontspannen? Hoe precies? Bleh, ik ga yoga echt nooit superleuk vinden. Het stretchen en het liggen wel, maar al die andere dingen… Wow, die andere vrouw is veel ronder dan ik, maar ook veel leniger – hoe doet die dat? Ik heb nu al moeite om mijn veters te binden en ik heb nog maar een penske van niks. Zouden die ook niet allemaal veel protten moeten laten? Ik ga gewoon langs een kinesist, dat zal ook wel goed zijn. En misschien zelfs efficiënter. Uiteindelijk moeten we toch ook een beetje zuinig zijn, met al die kosten aan het huis. Ik moet trouwens nog iets vragen aan Simon over die offerte. Ah, toch iemand die één oefening aan zich laat voorbijgaan. Altijd leuk als niet iedereen flinker-dan-flink staat te wezen. Mijn borsten zijn echt serieus gegroeid. Mijn heupen misschien ook, of lijkt dat gewoon zo omdat ik een oude joggingbroek aan heb? Oei, kwam ik nu te dicht bij die naast mij? Die had anders ook haar kussen aan de andere kant van haar matje kunnen leggen, daar is nog keiveel plaats.   

Alsof ze mijn innnerlijk gebrom tot vooraan kon horen, kondigde de docente naar het einde van de les toe aan dat we even tijd gingen maken voor positive thoughts. Die bestonden er vooral uit om onze buik aan te raken en tapas (ik verzin dit niet: http://yogashanti.com/focus/tapas-riding-the-heat/#.Wa8JDIpLe1s) naar onze baby te sturen.

Ik mocht gewoon 10 euro betalen voor de proefles en later beslissen of ik nog eens kom. Wat tapas precies is/zijn is me nog niet volledig duidelijk. Ik nam de metro naar huis en ging snel frietjes halen om de hoek voor mijn noeste arbeider. Shanti special, moet kunnen.

Getagged ,

Safari

Op de site waar we ons hebben geregistreerd voor kinderopvang staat ze genoteerd als “Kind 1: Voornaam ongekend Steverlinck”. Prachtig toch. Elke week leiden er steeds meer paper trails naar Voornaam ongekend. Een agenda vol afspraken bij de gynaecoloog, de vroedvrouw, de prenatale yoga-vrouw (die mij nu al zenuwachtig maakt met haar veel te gebalanceerde emails) en de kinesist. Formulieren op het werk. Formulieren bij de mutualiteit. Een lijst met babyspullen die we van onze door de wol geverfde broers en zussen krijgen/lenen. Een gedeeld Google Drive-document met to do’s. Een kaartje om in 1e klasse te mogen treinen (nog heel even geduld). Een aftel-scheurkalender die steeds korter wordt.

Daarnaast kunnen we het ook steeds meer voelen. Ik hang elke week kleren weg waarvan ik weet dat ik ze het komende half jaar niet eens moet aankijken. De weegschaal geeft bijna vier kilo meer aan (waarvan een hoop extra bloed, een slordige 500 gr baby en minstens zo veel extra borst). De ergste misselijkheid lijkt verleden tijd. En Simon kan de razendsnelle fist bumps die ik al een paar weken voel nu ook zien, met het blote oog. In plaats van naar onze e-reader of iPad staren we ’s avonds naar het stuk huid rond mijn navel, op ‘s werelds meest statische safari (“Dat was één! Was dat één? Heb je het gezien? Heb ik het gemist? Wow, dat was een serieuze.”).

Vorige week hadden we het gore lef om op een muziekfestival een tafeltje in te palmen backstage en het daar luidop te hebben over verbouwingen én de baby. Als er nog jonge twintigers rondlopen in het Warandepark met bloedende oren en betraande wangen, sorry, onze schuld. Het kan verkeren. De baby voelen bewegen is opgeschoven van “te walgelijk om over na te denken, tenzij in een ambulance op weg naar het Tropisch Instituut” naar “Doe nog eens, mokkelino. Toe?”.

Hoe het precies zal zijn, blijft voorlopig even vaag als de echografiefoto’s zonder uitleg van de dokter. Mét uitleg konden we wel zien dat ze er voorlopig cool as a cucumber bijligt. Handjes achter het hoofd, ellebogen in de lucht, benen bijzonder lenig opgevouwen. “Een wiebelaar”, zei dokter Paul, “maar ze stopt zich niet weg”. Als alles goed blijft lopen, zal ons huis moeten wennen aan een pak extra lawaai, energie, getater, knuffeldieren, vuile was en een eindeloze stroom plakpollekes. Over een exotische reis gesproken.

Vrijwilligers in Brussel

Omdat toekijken gemakkelijk is, probeer ik af en toe ook echt iets te doen voor Brussel. Zoals vrijwilliger zijn bij Toekomstatelier. Of vrijwillig artikels te schrijven OVER vrijwilligers in Brussel, all meta. Lees hier mijn eerste wapenfeit!

Tada12

Getagged , , ,

Kroatië: impressed

Terug van onze eerste keer Kroatië! Ik had geen schrijfdrang zoals in Colombia, dat was nog net iets exotischer, maar toch: een paar impressies.

1. We want wasverzachter

Na twee of drie Airbnb’s konden we er niet meer onderuit: Kroaten spelen het hard als het op wasverzachter aankomt. Als ‘Hoe meer omekšivač, hoe langer en gezegender het leven’ nog geen spreekwoord is hier, moet dat dringend gaan veranderen. Het beddengoed walmt van het parfum, tot je er hoofdpijn van krijgt. Het populairste merk heet Teta Violeta en heeft een eigen personage, à la Cora van Mora. Ze draagt een paars haarlint en dat verklaart misschien meteen waarom paars en roze hier zo’n populaire slaapkamer- en handdoekkleuren zijn.

18610B7F-562A-43A1-BB96-2ABEC1E7BEFB-2918-0000031F46E46334

2. Waar is iedereen?

De redenen zijn niet zo pluis: verschillende oorlogen, economische tegenslagen, miljoenen Kroaten die naar Amerika en Australië zijn geëmigreerd en tegenwoordig te weinig babies. Maar los van het socio-historische verhaal – ik ben de minister van Werkgelegenheid niet, slechts een opportoerist – is het vooral heerlijk rustig hier. Geen files, altijd parkeerplaats, een gezapig tempo in de supermarkt, vrije tafels in elk restaurant, bijna lege stranden. Toen we tegen Airbnb-eigenaar Ivo zeiden dat we uit Brussel kwamen, zei hij spontaan ‘I don’t envy you!’. Hij vindt Zagreb al hectisch, dat verdorie bulkt van de grote parken. Ja BEDANKT HOOR IVO, kunnen wij er aan doen dat België volgebouwd is en Brussel een uit de hand gelopen maquette.

IMG_1701.JPG

3. Kroatië smaakt

‘Sladoled’ moet wereldwijd zowat de minst aantrekkelijke term zijn voor ijsjes, maar gelukkig smaken ze veel beter dan de naam doet vermoeden. Ook lekker hier: het brood, de wijn, de olijfolie, de vis, het lamsvlees en de kaas. Oh en de koffie, echt, heerlijk. Sorry Italië, Kroatië is breathing down your neck.

4. Voila

Qua showgehalte zijn Kroaten dan weer een soort anti-Italianen. Droog gevoel voor humor (‘Dangerous animals here? No, only the tourists on rented scooters’), behoorlijk stipt en al helemaal geen druk gefladder met handen en tanden. Neemt niet weg dat ze eigenlijk wel heel vriendelijk zijn, gewoon wat ruw gebolsterd, ernstig en niet te bezorgd over welke indruk ze maken. En neem het hen eens kwalijk met die 20ste eeuw van hen.

Ze hebben soms een beetje zeer aan hun goesting (‘No need for tour, we can stand here and talk’) maar volgens de mensen uit het noorden is dat typisch voor mensen uit het zuiden (Voor een streek die Dalmatië heet waren daar trouwens teleurstellend weinig gestipte honden te bekennen). Tja. U dacht toch niet dat het op een ander beter was met die stereotypen?

‘Danku’ in het Kroatisch is ‘hvala’ en dat klinkt precies als voila. Veel gesprekken – aan de kassa, vooral – eindigen naar mijn Belgische oren dus best laconiek. En dat past perfect. ‘Voila. En scheer je nu maar weg’.

5. Natuurlijk

Kristalhelder water, eindeloze bossen, verschillende nationale parken die prima worden onderhouden, pittoreske wijngaarden uit een boekje, machtige bergkammen. Je moet niet kiezen tussen bergen, bomen of zee. De lucht ruikt hier naar lucht, met flarden lavendel, zeewier en naaldboom. Je snorkelt boven witte vissen met zwarte streepjes, die gekke dingen afknabbelen van grote rotsen.

IMG_1725.JPG

Ik wil niet naïef doen. Er is hier ook van alles duister aan de hand met het milieu, ongetwijfeld en uiteraard, maar zo voelt het niet. En dat doet een mens al eens deugd.

6. Kom maar

Kroatië is te gek. Kom op een kalm moment, verwacht gedoseerde charme (knappe maar kleine oude stadjes, prachtige maar prikkelige kiezelstranden), geniet van hoe netjes alles is (de openbare wc’s, de wegen, de bermen, de hotelkamers, de ferry, de restaurantjes, de rekeningen…), prop je schema niet te vol en rep je zeker ook naar de eilanden en de uithoeken. Ik keer terug met een hoofd vol zon en zoetigheid. Zoals dat hoort op een honeymoon.

 

“Helpen bij verlies en verdriet”

Na het dunnere boekje dat je eind 2016 via De Standaard kon kopen, werkte ik deze lente mee aan een tweede publicatie van Manu Keirse, bij Lannoo. Het originele boek is al twintig jaar oud en kreeg een grondige make-over, zowel qua thema’s als qua taalgebruik. Vrolijke materie is het niet, verlies. Maar als je er dan toch doorheen moet – en dat moeten we allemaal, op allerlei manieren – of anderen er doorheen wil helpen, dan vind je in dit boek ongetwijfeld solide advies. (Inclusief: het is een misverstand dat je alle verlies moet “verwerken” tot het helemaal weg is, als een soort papierversnipperaar. Soms blijft het, voor altijd. En dat is ok.)

“Helpen bij verlies en verdriet” is al vele jaren het basisboek over rouwverwerking in de Lage Landen. Twintig jaar na de verschijning van de eerste uitgave verschijnt nu een volledig nieuwe editie, met aandacht voor nieuwe thema’s als verborgen verlies en online rouwen. Aan de hand van vele herkenbare voorbeelden toont Manu Keirse hoe rouwen niet gelijkstaat aan afscheid nemen, maar aan anders leren vasthouden. De talloze concrete tips voor de rouwende én zijn omgeving maken “Helpen bij verlies en verdriet” bovendien tot een heel praktisch boek. Onmisbaar voor iedereen die met verlies geconfronteerd wordt.

 

Lees hier het interview met Manu Keirse in De Standaard (27.05.2017):

20170527_De-Standaard-Antwerpen_p-20-21

Getagged , , , , ,