Aller

Ik ging gisteren naar het kerhof met de slechtst mogelijke compagnon. Iemand die nooit aan de dood denkt, het woord zelfs niet uitspreekt. De ene keer dat ze eens op een begrafenis was, lette ze meer op de galm van de kerk dan op iets anders. Ze is er gewoon niet mee bezig, al was ze wel stil en rustig toen we over de paden wandelde.

Ze luisterde nieuwsgierig naar de muzikant van Reveil. Ze keek naar al die verse ronde bloemstukken en hoorde hoe het water in de fontein ritselde. Ik had niks bij zodat ik haar de hele tijd in mijn armen kon dragen. Net voor we naar huis gingen zetten we ons even op een bankje en at ze een koek. Ik voelde tranen prikken, maar verborg ze in haar dunne haartjes. Toen we thuiskwamen, stonden er een warm badje en een uitzonderlijke papa klaar. Ik ging gisteren naar het kerkhof met de allerbeste compagnon.

Advertenties

Kortfilm “Après le silence” valt in de prijzen

Geweldig nieuws voor “Après le silence“: de kortfilm won gisteren de Best Belgian Student Short Award op het Filmfestival van Gent!

Ik recenseerde deze film – over een man die naar België vlucht omdat zijn homoseksualiteit hem in zijn geboorteland in gevaar brengt – al voor Kortfilm.be.

Wie meer wil weten en op de hoogte wil blijven: regisseur Sonam Larcin maakte een aparte Facebookpagina rond de film.

 

 

 

Benieuwd naar andere recensies? Ik bekeek recent ook:

 

 

 

 

Getagged , , , , , ,

Klein leven

Toen ik een paar jaar geleden Een klein Leven doorworstelde op vakantie in Colombia vroeg Simon me op een bepaald moment wat ik in godsnaam aan het lezen was. Een boek dat ik regelmatig even aan de kant moest leggen. Dat mijn maag deed keren en mijn mond droog maakte. Dat me van slag bracht, terwijl ik op een zonnig strand zat met mijn lief. Beetje mentaal masochisme.

Een paar jaar later is er een T-shirt (hoeveel boeken kunnen dat zeggen?) en een uitverkochte theatervoorstelling . Mijn collega Vicky en ik zoeken koortsachtig naar tickets en vinden ze ook – achteraf bekeken een beetje ironisch: ik haal niet eens de helft.

Een kwartier voor de pauze krijg ik het lastig. Vlak voor mijn neus – we zitten op stoeltjes op de scène – wordt Ramsey/Jude vernederd, vernietigd, mentaal verbrijzeld. Ik weet dat het niet echt is en toch wil ik dat het stopt. Ik probeer me af te sluiten, even maar, tot de gruwel een tik wordt teruggeschakeld. Het volgende dat ik me herinner is dat een stevige man met een zwart t-shirt me de zaal uitdraagt en zachtjes op de grond legt. Ik hoor stemmen, het geritsel van een plastic zak over mijn mond. Ik voel een hand die over mijn haren streelt, scherpe tintelingen in mijn voeten en handen, kromgetrokken vingers die ik met de beste wil van de wereld niet kan ontspannen. Simon wordt gebeld. Ik weet niet meer hoe vaak ik al rustig heb uitgeademd. Het is pauze. Ik lig hier nog altijd. Ik wil me herpakken, maar raak nergens. Mijn beschermengel, de dokter die de zaal voor mij verliet, hakt de knoop door: “Ik denk dat we beter een ambulance laten komen. Het duurt te lang”.

Flauwvallen kende ik, hyperventileren is een ander beestje. Een verpletterend leeg gevoel dat zelfs na een baxter maar tergend langzaam wegzakt. Wat was dat? Was het gewoon, stom, een te warme zaal, een te lege maag? Een eenmalig dingetje? Zou het nog eens kunnen gebeuren? Moet ik hier iets mee?

Het houdt me, een paar dagen later, nog behoorlijk bezig. Ik lees minder dan ik normaal zou doen over de Amerikaanse opperrechter. Nu even niet. Misschien holt de alledaags apocalyps me meer uit dan ik besef. Bepaalde waarden en doelen, die ik altijd evident vond, worden openlijk en zelfs met trots vertrappeld. Mensen worden niet teruggefloten maar beloond voor hun gedrag. De planeet smeult en we kijken er naar. Ik zag hoe Jude/Ramsey zich amper kon verdedigen en dacht aan dat filmpje van BBC Africa over twee moeders met baby’s op hun rug gebonden die koelbloedig worden geëxecuteerd. Die voordien nog wat meppen krijgen van mannen in uniformen, alsof ze nog enige bedreiging vormen. Geen theater. En in die draaikolk hebben wij een nieuw meisje losgelaten dat we met elk jaar dat voorbijgaat minder goed gaan kunnen beschermen. Misschien niet zo raar dat ik minder goed tegen ontmenselijking kan nu ik zelf een mens heb gemaakt.

Anderzijds. Wat deed Vicky dat onzettend goed: hulp halen, Simon op de hoogte houden, mijn gedachten lezen. Wat was die zaalman lief, en die dokter uit Hoeilaart en de mensen van het ziekenhuis en onze vrienden. Wat een fijn weekend werd het uiteindelijk, met mijn twee families die ik zo graag zie, enthousiaste kindjes en doodbrave alpaca’s (jawel). Ik krijg lieve, bezorgde boodschappen. Onze baby is haar vrolijke zelve, frazelt en zwaait en legt elke dag een halve marathon af in de hoop ooit de kat te kunnen knuffelen. Ik houd deze week het leven maar even klein, denk ik.

Gouden poëziemedaille en poëziesterren

Voor het nieuwe nummer van de Poëziekrant schreef ik een artikel over de uitreiking van de Gouden Poëziemedaille in Antwerpen. Dat is een prijs voor de beste dichtbundel voor kinderen. Alle genomineerde auteurs bleken – hoe kan het ook anders – slim, bescheiden en rotgetalenteerd.

Check dus zeker het werk van:

Illustrator Fatinha Ramos zette vier gedichten op kleurrijke posters.

Getagged , , , , , , , , ,

Nieuw seizoen ‘Alleen Elvis blijft bestaan’

Er komt weer meer Alleen Elvis blijft bestaan. En ik mocht persteksten schrijven over de gasten van dit najaar. Knappe namen, eigenzinnige figuren en dat tien weken op rij. Zeg nu zelf.

Voor lezen: Quentin Blake

Op 13 september is Roald Dahl jarig en dat wordt elk jaar gevierd. Een geniale schrijver, een intens figuur privé (de biografie “Storyteller” van Donald Sturrock is een aanrader). Voor mij zijn zijn boeken onlosmakelijk verbonden met de tekeningen van Quentin Blake. De onnavolgbare stijl van Blake – 85 intussen – is bedrieglijk simpel, een beetje piekerig. En toch zit er onmiskenbaar veel leven en emotie in zijn krabbels. Een oersterke observator, die niet verleerd is om voluit te tekenen. Kijk maar hoe onbevangen hij een Hornswoggler op papier tovert.

 

De mooiste quotes van Quentin Blake:

  • ‘I do like children, but only as people. Not as if they’re a special category.’ 
  • ‘I’ve always thought that the writer is the front end of the horse, as it were.’
  • ‘If you draw, you find out things that perhaps you didn’t know. I’ve occasionally had to encourage people to do it…. You draw, and you think, I don’t draw very well, and that doesn’t look much like it, does it? But if you go away from what you’re drawing and look at it later, there will be something in there that you saw, you will have taken away something from what it is. I think a lot of young people get discouraged because they can’t draw photographic realism or whatever: drawing isn’t like that, it’s another language and you can talk it with different accents, so to speak.’ (Beluister hier het hele interview)
  • ‘It’s scratchy and looks like it hasn’t been finished, but really its exactly what I intend.’
  • ‘I draw every day – unless I’m being interviewed.’
  • ‘They do tend to assume that because you do children’s books everything must be bland and optimistic. I mean, I’ve got a pretty strong line in optimism myself, but there are other things to life, aren’t there?’
  • ‘When I draw a character, I try to make it defined – but not to close it up completely. It’s as if I’m a go-between between the writer and the reader.’

 

Volg Voor Lezen ook op Instagram!

 

Getagged , ,

Voor lezen: De Leeuw en het Vogeltje

Marianne Dubuc is een jonge (°1980) schrijfster en illustratrice uit Montreal. Ze schreef onder meer een reeks boeken over “Facteur Souris”, een muis met een postroute dus. Dat zijn leuke boeken met veel doorsnedes – mijn all time favorite soort prenten zijn door midden gesneden huizen en boten en fabrieken en ziekenhuizen, net volgestouwde poppenhuizen in 2D – en kleine visuele mopjes.

Maar haar prentenboek “Le lion et l’oiseau” is nog een ander paar mouwen. “De leeuw en het vogeltje” is een uitzonderlijk rustig prentenboek. Zo rustig dat er halverwege zelfs twee blanco pagina’s zitten. De zachte kleuren en de schaarse zinnen doen de rest: zonder dat je het goed en wel beseft, ga je trager ademen. Het verhaal is eenvoudig: een alleenstaande leeuw die graag tuiniert vindt op een dag een gewond vogeltje. Hij ontfermt zich over het diertje en ze brengen een lange, koude winter samen door (“Maar met twee is het best uit te houden”).

In de lente keert de zwerm van het vogeltje terug en volgt een hartverscheurend afscheid (“Ja ja, ik weet het wel”). En dan volgt het mooiste: een open einde. Het komt niet per se goed. Eén winter was misschien de enige winter.

Prettig pijnlijke poëzie. Van toepassing op liefde, maar ook op vriendschap (want boy, verandert er één en ander eens baby’s de scène betreden) en wellicht ook op het ouderschap. Een beetje een wrede grap, toch wel: je krijgt een wezentje in je armen dat je liever ziet dan eender wie en daarna volgt een levenslange, hemeltergende oefening in loslaten.

“Hoe warmer het nest, hoe verder je kan vliegen”, zegt mijn vader dan.

 

Volg Voor Lezen ook op Instagram!

 

Getagged , , , , , , , , ,

Boe(k)

Kinderen krijgen blijft niet zonder gevolgen. Deze zomer zei ik enthousiast tegen een andere mama “Ah, jullie hebben ook de Koetje Boe Bal!” waarop ze mij informeerde dat het geloei dat ik net gehoord had gewoon van een koe kwam. Je weet wel. In de wei. Daar. Ze was zo vriendelijk om daarna met mij te blijven praten, maar je moet niet vragen hoe diep de “Boe boe boe, zegt de koe, speel met mij, dat maakt me vrolijk en blij” in al mijn cortexen gestuwd is de afgelopen maanden.

Heb je geen flauw idee wat een Koetje Boe Bal is, dan ben je waarschijnlijk ook iemand die nog veel echte boeken leest. Ik doe mijn best maar het is even geleden dat ik nog iets uitlas dat me van mijn sokken blies. Ik heb “Tonio” meer dan 400 bladzijden lang volgehouden, uit een soort “ik moet het goed vinden, want volgens de flaptekst vond iedereen het waanzinnig en monumentaal en aangrijpend en het IS ook wel triest”-verplichting, maar het staat sinds vandaag terug in de bib. Ik voelde het niet. In plaats van in het verhaal te worden gezogen duwden veel passages me net weg. Ik zat heel dicht bij een intense man die ik eigenlijk…niet wilde leren kennen. En laten we een koe een koe noemen, dat heb ik in mijn single days vaak genoeg gedaan, ha! Exit hedendaagse klassieker dus.

De Acht Bergen” en “Buzz Aldrin” heb ik zonder enige moeite uitgelezen, maar mijn adem stokte er niet van. Voorlopig heb ik enkel bij “Lente” van Karl Ove Knausgard al hele paragrafen willen herlezen en zorgvuldig proeven, niet toevallig omdat het over het dagelijks leven met een baby van 3 maanden gaat en ik toen dagelijks met een baby van drie maanden leefde. Misschien lees ik tegenwoordig te gefragmenteerd om echt diep in een verhaal te duiken – en werkte Knausgard omdat hij korte vignetjes schrijft. Al ben ik “Educated” van Tara Westover – die opgroeide in een  geïsoleerd en behoorlijk dysfunctioneel gezin in Idaho – nu toch in grote happen aan het opslokken.

Gelukkig zijn daar ook: kinderboeken! Voorlezen wordt steeds leuker – tot een paar maanden geleden voelde het redelijk pointless, maar nu onze dochter rustig mee naar elke pagina kijkt (en al eens iets aanwijst) in plaats van papier als een food group te beschouwen, heb ik er zelf ook meer lol in. Ik weet dat er al ettelijke sites en blogs en instagrams bestaan over kinder- en prentenboeken, maar de mooiste titels wil ik hier toch graag delen. Het is een genre waarin zoveel talent schittert, in België en ver daarbuiten. De illustraties zijn vaak onwaarschijnlijk mooi. En veel zeggen met weinig tekst, daar ben ik tegenwoordig geweldig voor te vinden.

Getagged , , , , ,

Nieuwe dynamoprojecten

Ik mocht de voorbije maanden een muziekles voor kleuters bijwonen, “voor het werk” naar de Zinneke Parade en met buggy en al naar een atelier in de Vaartkapoen waar enthousiaste vrouwen met plezier mijn baby vasthielden zodat ik foto’s kon maken van hun creaties. En toen had said baby al een dansshow achter de kiezen. Vier totaal verschillende dynamoPROJECTEN in Brussel, op poten gezet door enthousiaste leerkrachten en coaches die weten hoe ze anderen kunnen laten schitteren.

 

Getagged , , , , , , , , , ,

Zomaar zomer

“Dat deed mijn mama ook!”. Samen naar het zuiden van Frankrijk rijden, dat is ook herinneringen ophalen aan hoe die ritten zo’n 25 jaar geleden verliepen. Met papa’s aan het stuur (behalve voor een stuk autostrade, zodat papa even zijn ogen kon sluiten), mama’s met wegenkaarten en een thermos koffie aan de voeten en kinderen die al eens op de hoedenplank mochten pitten. Opgenaaid (oud) en wagenziek (jong) landden we uiteindelijk in onooglijke dorpjes met namen langer dan hun hoofdstraat. En kon de pret echt beginnen.

In het Franse huis waar we net een week logeerden hingen links en rechts grote kaders met tientallen familiefoto’s, kris kras over elkaar. Dat typische late jaren 80, vroege jaren 90 sfeertje spatte er van af: weelderige kapsels, te grote t-shirts, overbelichte gezichten, alles een beetje flou. Ik ken dat soort foto’s uit al die fotoalbums die mijn moeder zorgvuldig samenstelde. Zomervakanties, skivakanties, geposeerde portretten. Eén specifieke jongen kwam keer op keer terug – als tiener, twintiger, op zijn trouwdag. Een heel deel van zijn leven hing daar, achter glas.

Tijdens de vakantie sta je er niet bij stil. Je bent bezig met niet smelten, met uitrekenen wanneer de baby in principe het volgende dutje in moet, met bussen zonnecrème en de tot waanzin drijvende muggenbeten op je benen. Je typt bestemmingen in op je GPS, bent alweer je zonnebril kwijt en telt na hoeveel zwemluiers er nog over zijn. Je gaat naar de winkel, eet een ijsje, drinkt wat extra glazen water tegen de hoofdpijn en luistert hoe je schoonbroer in geuren en kleuren een anekdote vertelt, terwijl hij olijfolie op wat tomaten sprenkelt. De kindjes pendelen tussen (reis)bed en zwembad, zetten natte voetjes op de keukenvloer en tateren de dag vol. Eens ze in bed liggen, is er tijd voor wijn, kaartspelletjes, boeken. Het is te warm om goed te slapen. Elke dag vloeit voorbij, met kleine besognes en beslissingen, alsof het niets is. Tot het moment dat je weer in de auto stapt om naar huis te rijden. En beseft dat het alles is.

Je kijkt rond, kijkt iedereen aan en je weet: deze weken zijn niet eindeloos, we maken dit geen honderd keer mee. Dit worden onze verhalen, onze albums, onze “haha, kijk eens, deze foto is hilarisch”, onze herinneringen. Klaar om te koesteren.

Advertenties