Volledig

‘Jaaaa?!’

Ik weet niet waar of van wie je hebt het opgepikt, maar plots zijn al jouw ‘ja’s’ lang en maken ze een grappig vragend bochtje. Terwijl ze ook duidelijk en overtuigd zijn. Alsof je verbaasd bent door je eigen gevoel en het elke keer grondig wil proeven. ‘Of ik een flesje wil? IK GELOOF WAREMPEL VAN WEL MOEDER EN ZET ER MAAR SPOED ACHTER’. Je zegt nu ook ‘eummm’ als je een boekje staat te kiezen, ‘zo’ of ‘en nu’ als we de auto parkeren (dat komt van mij, hopelijk luister je minder goed naar de andere dingen die ik zeg als ik achter het stuur zit), en ‘mhm’ alsof je al veel ouder bent. De ‘visj’ in jouw prentenboek is een ‘dolfijn’ geworden. En je zet steeds meer woorden op een rijtje.

Vorige week trok ik je een bloemenkleedje aan en stelde vast dat het plots een tuniek was geworden. Je ging dan maar een tikkeltje scandaleus naar de crèche, we zullen het een ode aan Woodstock noemen. Het was lekker warm die dag en jou 1 keer aangekleed krijgen vergt genoeg diplomatie voor een hoogzwangere ochtend. Je bent deze zomer serieus opgeschoten, lieveling, in centimeters en in taal.

41B3E7B2-240B-40A1-B12A-95F68E07D5C9

Er zijn duizend opsombare dingen over jou die mij doen glimlachen. Je gekke, fijne haartjes (ik voorspel nu al tiener-gezucht over hoe je zo graag krullen zou willen waarna ik als voorspelbare en totaal onbehulpzame moeder zal zeggen: ‘Schat, mensen betalen veel geld bij de kapper voor zo’n mooi sluik haar!’ en jij alweer met je ogen zal rollen). Je mooie minitandjes. Het groeiende gemak waarmee je door de huizen van je grootouders en tantes bottert. Hoe je luid ‘spjing!’ zegt en goed je knieën plooit maar nog niet echt van de grond komt. Je gretige blik (in het begin vond ik het een klein beetje spijtig dat je geen blauwe ogen had, maar intussen ben ik verliefd op die felle kogels). Je enthousiaste oprechtheid – die niet wegneemt dat je de kracht van drama en doen alsof al heel goed snapt. Het feit dat je heel snel je handen en knieën afstoft als je valt, gewoon verder doet en mij zo elke keer een lesje weerbaarheid geeft. Het feit dat als je je écht serieus pijn doet, je wel nog huilend onze armen vindt. Hoe je nu op twee voetjes de trap op en af kan – aan het handje of de leuning – en jezelf Eddy Wally-gewijs constant aanmoedigt met ‘amai’ en ‘wauw’. Dat je geen driftige bullebak bent maar je ook absoluut niet laat doen (‘Pas op he!’). Dat de verzorgsters op de crèche je oprecht graag hebben. Hoe wild je met een lepel in een lege pan wroet, mij er ook een geeft en door het dolle heen gaat ‘loelen loelen loelen!!!’ Je obsessie met de rosse zwerfkat die soms op het dak achter ons huis ligt te loungen en je gekijf op onze eigen kat. Je al even grote obsessie met je ping pong t-shirt en je papegaaientrui. Dat je dankzij het spelletje ‘En nog een hap voor…’  stilaan alle namen uit de familie kent, netjes per gezin. Dat je goed weet wat ‘nee’ wil zeggen, heel belangrijk in het leven. Dat je nooit niet blij wordt van een tram, bus of brommer te zien en, als het je lucky day is, ‘nog e tram! Nog e bus!!’ (Spoiler: vaak is dat hetzelfde exemplaar dat ons gewoon heeft ingehaald, maar dat doet er niet toe). Dat we je steeds moeilijker ook maar iets verkocht krijgen als ontbijt, terwijl je je lunch en avondeten aan recordtempo naar binnen schaffelt als een volgroeide zeebonk.

Dat je kleine broer ons geduld wat op de proef stelt, heeft alvast dit groot voordeel: we kunnen nog iets langer al onze ogen en oren op jou richten en je keer op keer tonen hoe geweldig we je vinden. Al 20 maanden lang. Ik kan me nog steeds niet concreet voorstellen dat je binnenkort finaal van ‘enig’ naar ‘eerste’ kindje gaat. En het frustreert me dat ik een beetje gas moet terugnemen en opgelucht ben als iemand anders je in of uit een stoel tilt, ronddraagt of ververst. Dat ik je knuffels soms een beetje moet afweren om mijn buik te beschermen en niet zomaar hapjes eten kan overnemen die je mij zo lief aanbiedt. Ik kan je even niet met volle energie tegemoet komen liefste, maar geloof me: ik ben nog volledig de jouwe.

Advertenties

Over tijd

Was hij even ongeduldig geweest als zijn grote zus, dan was onze tweede gisteren al ter wereld gekomen en zaten we hem nu aan te staren. Helaas. Hij doet het rustig aan en zit de hittegolf liever binnenskamers uit. Zou deze dan toch meer op mij lijken? Niets overhaast, gewoon volgens de afspraken, misschien een fractie te laat zelfs. Vorige week wist ik nochtans zéker dat hij in aantocht was: losse gewrichten, een waggelpas, plotse slapeloosheid en bijhorend humeur, geen twijfel aan. Ik trof nog snel wat extra voorbereidingen, maar het was blijkbaar om te lachen. Toch al één vaderlijk trekje.

most-months-have-30-or-31-days-except-the-last-month-of-pregnancy-which-has-1458-days-02b14Het is een rare periode, die laatste weken. Alsof ik zit te wachten op een belangrijk telefoontje dat over een minuut maar ook pas over 10 dagen kan komen. Eentje waar ik naar uitkijk, maar in hetzelfde moment ga vervloeken want raakt de vroedvrouw op tijd waar ze moet zijn en zorgt iemand intussen goed voor onze peuter en de pijn en het bloed en alles zal toch ok verlopen en hoe moest dit ook weer en zijn we niets vergeten te regelen?

Dat ik vorige keer overwoog om een playlist te maken doet me nu glimlachen. Niks mis mee, het is een fijn projectje om die laatste dagen te vullen en er zijn ongetwijfeld al vrouwen heel gelukkig akoestisch bevallen. Maar ik heb op geen enkel moment in het ziekenhuis gedacht ‘Dit zou stukken beter verlopen met een streepje synthesizer. Skip eens naar Kylie Minogue, schatje’. Ik had één missie en geen mentale ruimte voor randanimatie. Nee, mijn grote steun – naast mijn man, de medische mensen en af en toe een slokje water – was de klok. Voor we naar het ziekenhuis vertrokken was er de timer op mijn gsm: ik telde elke wee voorbij, telkens een kleine minuut. Ik zag die dag een tijdslijn vol kleine blokjes voor me en met elke kramp en elk kwartier wist ik dat ik weer een beetje opgeschoven was richting einde van deze uitputtingsslag. Dat idee hielp me vroeger al tijdens de examens: ‘Wat er ook gebeurt, over x aantal uur is het voorbij en dat moment komt’.

Ondanks mijn ongeduld en gesakker van de voorbije dagen is de kans groot dat dit de laatste zwangere dagen uit mijn leven zijn en zou ik deze periode eigenlijk moeten koesteren in plaats van de tijd vooruit te wensen. Alles verloopt goed en dat is van onschatbare waarde. En ‘het gaat toch allemaal snel, madam’. The days are long but the years are short, zo dat. Het lijkt nog niet zo lang geleden dat we onze dochter voor het eerst zagen en die kan intussen alleen de trap op en af terwijl ze tegelijk de kat onder zijn voeten geeft. Bovendien gaat ze – al dan niet van harte – weer naar de crèche en is er warempel TIJD. Om te douchen, om wat administratie af te prutsen en om eens rustig (ja, de waggelpas is niet weggegaan) naar de winkel te slenteren. Eens haar broer er is, dondert onze kajak een nieuwe waterval af en gaan we maandenlang niet weten wat boven of onder is. Elke dag – en vooral nacht – zal uit pijnlijk korte blokjes bestaan. En onze oudste zal zich afvragen wanneer ze nog eens voltijds op ons kan rekenen, in plaats van on hold te worden gezet met ‘Een minuutje, schat, mama/papa moet eerst de baby even…’.

Sorry voor al onze bijgelovige acties de voorbije dagen om je op te jutten, baby. Je hebt groot gelijk, doe maar rustig. (Is dit een transparante poging om hem aan te porren zodat hij geboren wordt zodra ik dit bericht deel? 100%. Gaat het werken? Dat hangt er maar weer van af op wie hij lijkt.)

Aankomen

Veel verschillende medeklinkers in één woord, dat is voor losers. En dus loopt Nan rond met een nonijn, rijden mensen voorbij op hun tiets, gaan dingen niet kapot maar patot en staat er een papetaai op haar lievelingstrui. Mijn persoonlijke favoriet, wegens heel schattig én geweldig nuttig, is ‘ni a-momen’. De gsm van mama, de box van de tv, alles wat scherp, heet, duur of ranzig vuil is: niet aankomen.

Nog een slordige, intensieve maand en een unieke periode uit mijn leven is finaal afgelopen. Ons klein kindje krijgt een nog veel kleiner exemplaar naast zich en als ik mag afgaan op hoe ze reageerde op de twee meest recente babybezoeken – huilen als ik de baby vasthield en op andere momenten het immobiele schaapje streng toespreken met ‘Nee baby!’ – wordt dat niet haar favoriete kindersurprise. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. En ik kan haar al helemaal niet garanderen dat het allemaal dolle pret wordt, integendeel. We zullen moe zijn en onzeker en ongeduldig en overlopen van schuldgevoel en regelmatig foute keuzes maken.

16777532-7311187-To_have_and_to_hold_This_little_girl_looked_in_shock_when_she_he-a-56_1564685953453

Niet toevallig is ze de laatste maanden weer een pak tactieler geworden dan voordien. Miss ‘Laat mij doen’ wil weer vaker opgetild worden en ze valt sneller in slaap als ik haar nog even in mijn armen neem, in de schommelstoel naast haar bed. Terwijl haar ademhaling vertraagt, roert haar broertje zich. Zou het ongemakkelijk voelen, een peuter zo dicht in de buurt, of wil hij net doodgraag weten bij wie dat bazige stemmetje hoort dat de hele dag bomen en bussen loopt te begroeten? Ik vind het wel fijn, dat contact zoeken zonder bang te moeten zijn dat ze hem een oog uitsteekt of versmacht onder haar ribfluwelen mini-zeteltje.

Ik bekijk mijn hoogzwangere buik in de spiegel en besef dat ik er de voorbije maanden eigenlijk alleen vluchtig naar heb gekeken, terwijl ik de eerste keer elke subtiele fysieke verandering intens – en met lichte paniek want WAAR DE FOK EINDIGT DIT – bestudeerde. Sessies prenatale kine, een proefles zwangerschapsyoga (ugh), gespecialiseerde boeken lezen, een hoop infosessies over bevallen, er kwam deze keer helemaal niks van. Ik denk wel dat ik mijn buik even veel aangeraakt heb. Dat gaat vanzelf, gelukkig. Even hallo zeggen, of een ambetant voetje wegmasseren uit mijn ribbenkast. Absoluut wél aankomen.

Vandaag trakteerde mijn schoonzus me op een massage-sessie van een uur, terwijl zij babysitte. Een heerlijke ontsnapping. Om eerlijk te zijn was gewoon een uur alleen in die ergonomische stoel liggen, zonder meer, al een excellente behandeling op zich geweest. Maar gelukkig waren er ook lavendelcompressen en zorgvuldige aanrakingen en ademhalingsoefeningen. En de baby daarbinnen, hij reageerde mee. Elke keer opnieuw is de conclusie zo duidelijk: we zijn er als mensen op ingesteld om aangeraakt te worden. Het doet fundamenteel deugd om even uit je hoofd te komen, je spieren los te (laten) maken, de spanning te laten wegduwen door sterke handen die weten waar ze mee bezig zijn. We vinden het evident om baby’s te masseren als ze krampjes hebben, om overdonderde peuters in slaap te wiegen en door hun haar te strelen, om kleuters stevig te knuffelen als vast avondritueel, maar zelf vergeten we er te vaak om te vragen.

 

 

 

 

 

 

Les vacances

Vakantie in Frankrijk.

Dat is zeggen hoeveel centimeter brood je graag nog wil in plaats van hoeveel sneetjes. En elke dag een ander kindje dat graag mee wil naar de lokale bakker.

Dat is een stuk watermeloen in de vorm van een brede lach, een prepuber die zegt dat ze dit fruit helemaal niet verfrissend maar net superdroog vindt en een peuter die smakelijk eet terwijl het sap over zijn of haar blote bastje loopt.

Veel water en veel wijn.

Dat zijn vriendelijke én norse Fransen en bij allebei zeggen ‘Dat is toch typisch, he?’

67488581_1977136495720019_3324842541563510784_n

Dat is blij zijn met lange middagdutjes, zodat je de checklist even niet meer moet  overlopen (ingesmeerd? Zwempamper aan? Veilig in het water? Gewone pamper weer aan? Hoedje op? Genoeg aan het drinken? Geen ijsjes-pollekes aan het afvegen aan wat-niet-afwasbaar-is?)

Dat is het grootste deel van de dag doorbrengen in een straal van 10 meter rond de buitenkeuken. En was die droog is nog voor de volgende lading gewassen is.

Dat is een zwembad waar de ene als een bommetje midden in springt, de andere rustig door waadt zonder nat haar te krijgen en nog een andere elke dag moedig grenzen verlegt door zich elke dag een paar meter verder te wagen van het trapje. Waar het kindje dat moord en brand schreeuwt in bad kirrend in rondsplasht.

Dat is ondraaglijk veel jeuk, redelijk veel zweet en heel weinig textiel.

Dat zijn onooglijke dorpjes met charmante pleinen die op zich niet zo spectaculair zijn, maar waarvan je jaren later nog weet ‘Daar is toen die foto van jullie gemaakt’.

Dat zijn neefjes en nichtjes die elkaar veel meer aanleren dan ze zelf beseffen. Woordjes. Namen. Ander eten. Dat ze iets niet willen tot de andere het wel wil. En een beetje mal du chat. (En volgend jaar is er nog eentje extra bij!)

Dat is elke dag ‘Eet op, he mannekes’ horen uit de mond van de laatste die vertrekt want ‘ik wil niet nog tot Kerstmis kaas moeten eten’. 

Interview Yves Petry

 

Yves Petry heeft een eigenzinnig nieuw boek uit. In De Geesten leren we Mark Oostermans kennen, die met de organisatie Dokters Zonder Kleur al verschillende keren naar een vluchtelingenkamp trok. Aan het begin van het verhaal is hij finaal op de terugweg naar België, in ‘zombieachtige toestand’. ‘Nog niet zo lang geleden was ik een heel welmenende jongen’ maar nu omschrijft hij zich als ‘een onbruikbaar figuur’. Wat liep er mis? En wat wil Petry aankaarten?

  • Tekst: Sofie Rycken
  • Foto’s: Ekaterina Baz
  • Verschenen in Verzin, nr 3 (zomer 2019)

 

 

Getagged , , , , , , , , , , ,

Weg

Alles liep gesmeerd. Kind 1 had geleerd de trap op te klauteren, kon steeds beter alleen eten en sliep als een bedwelmde boterbloem. Net nu ik de laatste bocht van mijn zwangerschap inga en het buiten 100 graden is, is dat kind spoorloos verdwenen. Ze wordt plots een volle 2 uur vroeger wakker, wil constant opgepakt worden en op schoot (alvast sorry kind 2, voor al die kleine knie- en elleboogstootjes en de minder uitgeruste moeder, ik probeer je echt zo goed mogelijk te beschermen – en nu we toch aan het praten zijn, meet your big sister) en moet bij elke hap bedolven worden onder de aandacht en de bravo’s of ze keilt haar menu ijskoud de grond op.

Volgens ‘Oei ik groei’ leerde ze tijdens haar laatste sprong onder meer dat ze een eigen wil heeft, macht heeft en dat mama en papa aparte mensen zijn. JA NOGAL. Ons leven is plots zo’n fotogallerijtje van ‘peuters die huilen om dwaze dingen’. Badpak aan = waanzinnig onrecht. Badpak een paar uur later weer uit = een nog veel groter onrecht. Verversen = alligatorworstelen. Ze ging altijd graag in bad, maar dat is plots een onmenselijke foltering (In een zwembad een emmer water over zich heen krijgen, zero issues). Uit de buggy getild worden bij aankomst thuis = belachelijk (ze blijft er dus nog even in zitten, in de gang, als een weirdo). Eender welke ouder die de kamer verlaat = ALARM. (We kijken altijd samen aan het raam hoe papa ’s ochtends naar het werk vertrekt en toch vraagt ze daarna nog een keer of 23 waar hij is. WEG SCHAT WEG IN GODSNAAM JE HEBT HEM ZELF DOOR DE POORT ZIEN… zucht. Kalm blijven. Papa is weg met de brommer, lieveling. Ja, de brommer, ja). Een willekeurig stuk fruit of een paraplu meenemen naar de crèche = standaardprocedure of er wordt de hele route lang gekrijst (ook al regent het niet en wordt het fruit niet opgegeten). Geen broodmes uit de vaatwas mogen halen dat langer is dan haar eigen arm = WOE IS ME. Ze blijft altijd mijn allermeest favoriete kindje op Aarde, maar ik heb een maximaal absorptievermogen qua meltdowns per uur, zo blijkt.

FC_Image_1x_tantrum

Toen ik onlangs bij de vroedvrouw passeerde, vroeg ze hoe het ging en ik hoorde mezelf zeggen: ‘Ze heeft dus nogal weinig tolerantie voor…alles, eigenlijk.’ Ze heeft de dramatische kracht van ‘auw’ en ‘oei’ ontdekt en zet haar Weltschmerz extra in de verf met gepijnigde wenkbrauwtjes en een naar lucht happend vismondje die hun eigen Emmy verdienen. (Public Service Announcement: afkeurende blikken/opmerkingen van andere mensen of advies in de trant van ‘Je moet het anders aanpakken’ maken het echt gewoon erger. Negeer het gewoon, alstublief, of neem haar 5 minuten van ons over of zeg dat het bij jullie ook wel eens zo is, dát helpt. Het is niet dat ze anderen pijn doet of de boel afbreekt – ze is gewoon heel jammerig. We zoeken onze weg, danku).

Haar grootouders krijgen nog de oude versie over de vloer. Die zeggen dat het zo’n gemakkelijke logee is en vragen per sms of ze haar ‘stilaan moeten wakker maken want ze slaapt nog altijd’. UITERAARD. Ik weet dat het de leeftijd is. Dat ze in de crèche van de baby’s naar de peuters is overgestapt en dus plots bij andere verzorgsters is, met alleen oudere kindjes en nieuwe rituelen. Dat ze waarschijnlijk ergens aanvoelt dat er thuis ook iets groots staat te gebeuren. En dat het dus heel logisch is dat ze haar hielen in het zand zet en probeert te controleren wat ze kan controleren. Dat het een compliment is dat ze ons zo graag bij zich wil en al haar emoties bij ons uitstort. En dat ze moe is van al dat groeien. Het helpt niet om te roepen tegen iemand die vastzit in haar eigen kleine storm.

a520958e-a8df-48be-b96f-88b38796744e

Ik probeer haar zo veel mogelijk te troosten en te helpen, als wijlen prinses Di in een mijnenveld, maar ik sleep ook een ander kindje mee en heb helaas geen oneindige voorraad rust en geduld en milde moederheid om elk spreekwoordelijk en arbitrair kiezeltje in haar schoen uit de weg te ruimen.

 

Ik denk dat we na de voorbije weken stilaan weer in een opgaande lijn zitten. Ze wordt nog altijd ridicuul vroeg wakker, maar het aantal crisissen daalt gestaag en ze duren minder lang. Ze klimt al weer eens een trap op, zodat ik mijn armen voor iets anders kan gebruiken. Ze gebruikt woorden in plaats van meteen tilt te slaan. Ze geeft haar speelgoed opnieuw een kans, haalt weer schelmenstreken uit en gaat mee in de onnozele lolletjes van haar ouders. Ze weet op welke fronten we echt niet toegeven (hand geven op straat, niet rondlopen met scherpe objecten, the usual) en legt zich er bij neer. Ze gaat gewoon naar bed in plaats van eerst nog zachtjes in slaap gewiegd te willen worden. Ik houd mijn hart vast voor hoe ze na een lange zomer thuis de start van een nieuw schooljaar & kort daarna een nieuwe huisgenoot gaat verteren, maar voorlopig ben ik dankbaar voor elk uurtje dat passeert waarin we elkaar vinden.

Er is nog werk

9789401460323

Luc Cortebeeck strijdt al meer dan veertig jaar voor sociale rechtvaardigheid. Vanaf 2011 was hij vicevoorzitter en voorzitter van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), het VN-agentschap dat regeringen, werkgevers en werknemers verenigt en via internationale conventies ijvert voor waardig werk en globalisering met een menselijk gelaat. In Er is nog werk bundelt hij zijn ervaringen en inzichten, die aanzetten tot nadenken en oproepen tot actie. Vanuit een analyse van de situatie van arbeid in de wereld van vandaag, buigt hij zich over de toekomst van werk: hoe kunnen we kinderarbeid en sociale uitbuiting de wereld uithelpen? Hoe dwingen we regeringen en multinationals tot respect voor alle werknemers in de toeleveringsketen? Hoe wenden we de uitdaging van de digitale revolutie aan om de ongelijkheid aan te pakken?

 

In de armen van Morpheus

61345131_1070044279854520_1102825388318392320_o

Een hele poos geleden zocht ik samen met regisseur Marc Schmidt (De regels van Matthijs, Bewaarders) interessante mensen voor zijn ode aan de slaap. De film is intussen een feit! ‘In de armen van Morpheus‘ gaat in wereldpremière in de Officiële Competitie van het 54th Karlovy Vary International Film Festival (28 juni – 6 juli 2019, Tsjechië).

Alleen in de slaap kan je ontsnappen aan jezelf. Maar wat als je slaap zo heftig is dat het je leven overdag ontwricht? Als je nachtmerries ook na het ontwaken voortduren? Als je altijd moe bent en je ogen wilt sluiten? In een tijdperk dat efficiëntie, harde data en controle hoog in het vaandel heeft staan, is In de armen van Morpheus een ontdekkingstocht naar de schoonheid en de wreedheid van de slaap. Wat een traditionele documentaire lijkt verandert geleidelijk in een koortsig en zinnenprikkelend mozaïek van radicale slaapervaringen. Een irrationele wereld waar wij geen vat op hebben, maar die wel vat heeft op ons.

“Een cinematografische ode aan de absurde en ongrijpbare kanten van ons bestaan.”

Marc Schmidt (1970) is een internationaal geprezen en bekroonde filmregisseur. De regels van Matthijs (2012) won onder meer de Grand Prix Visions du Réel (Nyon) en een Gouden Kalf voor Beste documentaire in Nederland. Het Chimpanzee Complex (2014) ging in première op CPH:DOX en ook zijn laatste documentaire Bewaarders (2018) werd goed ontvangen.

In de armen van Morpheus is een productie van DOXY Films en KRO-NCRV, in coproductie met Associate Directors (BE), met steun van het Mediafonds, CoBO, Nederlands Filmfonds, het VAF en de Film Production Incentive van het Nederlands Filmfonds.

Getagged , , ,

Kaëll

Van peuters kan je veel leren. Met stip op 1: how to give zero fucks. Dat lieve blonde meisje dat zo schattig kan grijnzen en kushandjes kan gooien, ramt ook zonder pardon haar felroze wagentje tegen je schenen of tegen de deur, opnieuw en opnieuw. En opnieuw. Ze gedraagt zich over het algemeen voorbeeldig in de supermarkt, maar als ze het beu is, prikt ze lekker wat gaatjes in vaccum verpakte boodschappen. De voorbije week was ze ziek en gaf ze over in de crèche. Niet met veel misbaar, zoals een normalerik, maar effe casual tussen het speelgoed waarna ze rustig verder banjerde. Wij begroeten nieuwe gezichten op z’n minst beleefd en steken een vieze hap subtiel weg in een serviette, peuters beginnen gewoon te krijsen en te spuwen. ALLES KAPOT. Peuters don’t care.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Want het moet het juiste lepeltje zijn. En de juiste knuffel. En het juiste boekje. Verrassingen kunnen, zeker, maar wat enigszins routine is, moet dat ook wel blijven. Wachten is geen sinecure. Ververst worden is soms een kwelling en als ze uitgeput zijn kan niks nog. Gelukkig is mode nog geen twistpunt. We kunnen haar eigenlijk aantrekken wat we willen (zolang zij de schoenen mag kiezen. En de jas). ‘Klaaaa’, klinkt het dan tevreden, eens ook de tweede schoen aan is. Soms met twee opengesperde handjes, als een kleine Bart Kaëll die het podium opstapt.

Mijn moederdagvoornemen van dit jaar is om meer zoals zij in het leven te staan. Niet dat ik plots mijn beker lauwe koffie tergend traag over mijn bureau ga uitgieten of mijn stoel vijftien keer tegen het been van een collega ga aanrammen terwijl die geduldig ‘Niet doen’ zegt. Maar gewoon, iets minder deksel op alles en iets meer Kaëll. Klaar.

Barst

Gisteren viel er rinkelend een glas op de grond. Het stond dan ook op een plaats waar ze aan kon. Of bovenop iets waar ze aan kon. Maakt niet uit. Ik kijk naar haar peutergezichtje. Ze is niet geschrokken, dat heeft ze sowieso niet snel. Ook niet beteuterd, beschaamd of boos. Ze staat gewoon een beetje koeltjes te kijken naar de scherven. Lang niet zo leuk als de regenmaker die ze daarnet cadeau kreeg. Ik neem haar mee naar een andere kamer om haar pyjama aan te trekken terwijl Simon stoffer en blik haalt. Ze protesteert even maar legt zich, eenmaal op weg naar boven, bij haar lot neer. Ze zegt tegenwoordig zelfs iets dat lijkt op ‘Slaapwel’ wanneer we de deur zachtjes achter ons sluiten. Grappig hoe ze onze intonatie en die van de dames op de crèche perfect imiteert. ‘Sjaaa-we’.

Ik probeer een tekstje te schrijven voor een vriend, maar scroll tussendoor een beetje dwangmatig (is er een andere manier) op Twitter. Ook daar ligt veel in scherven. De dood – onverwacht, agressief – overheerst vanavond, naast verdriet en woede. Er passeert toevallig een artikel over het ouderschap, met de zin All that fierce love you have for your kids comes with a huge amount of serious anxiety that you will NEVER shake off until you die.

Dat de dierenwereld – die natuurlijk gewoon onze eigen wereld is – dag na dag grotere barsten vertoont, stond gisteren nog eens in hoofdletters in de krant. Steeds meer wezens worden ziek van het huidige systeem, maar de paardenmolen stoppen blijkt niet zo makkelijk. Ik weet even niet van waar het meest acute gevaar komt.

Barst-e1466498042392

Ik wrijf over mijn buik. In wat voor kermis kom jij terecht, samen met dat zoete zusje van je? Misschien bij de smoutebollen, met wangen vol poeder en plakhandjes. Of in een schreeuwerige achtbaan waarvan de bouten goed vast zitten, als dat je ding is. Jullie mogen zelfs achter een kraam, tussen de rommel en die dikke elektriciteitsdraden, stiekem staan lachen met jullie vriendjes omdat jullie iets doen wat niet mag. Ik hoop alleen dat er niets op jullie hoofd valt. Dat er alleen krijtjes uit elkaar knallen en enkel eendjes worden geschaakt. Dat jullie niet verloren lopen en de foute hoek omslaan. Of verdwalen in een monsterlijk spiegelpaleis waarin jullie telkens tegen een onwrikbare wand lopen, welke kant jullie ook uitrennen. Dat de grond onder jullie botsauto niet plots opensplijt, tot een kloof waar ook wij dan onvermijdelijk mee in zouden tuimelen.

Botsen mag. Dat zal niet anders kunnen. Maar niet uit elkaar barsten. Alsjeblieft.

 

Advertenties