In de armen van Morpheus

61345131_1070044279854520_1102825388318392320_o

Een hele poos geleden zocht ik samen met regisseur Marc Schmidt (De regels van Matthijs, Bewaarders) interessante mensen voor zijn ode aan de slaap. De film is intussen een feit! ‘In de armen van Morpheus‘ gaat in wereldpremière in de Officiële Competitie van het 54th Karlovy Vary International Film Festival (28 juni – 6 juli 2019, Tsjechië).

Alleen in de slaap kan je ontsnappen aan jezelf. Maar wat als je slaap zo heftig is dat het je leven overdag ontwricht? Als je nachtmerries ook na het ontwaken voortduren? Als je altijd moe bent en je ogen wilt sluiten? In een tijdperk dat efficiëntie, harde data en controle hoog in het vaandel heeft staan, is In de armen van Morpheus een ontdekkingstocht naar de schoonheid en de wreedheid van de slaap. Wat een traditionele documentaire lijkt verandert geleidelijk in een koortsig en zinnenprikkelend mozaïek van radicale slaapervaringen. Een irrationele wereld waar wij geen vat op hebben, maar die wel vat heeft op ons.

“Een cinematografische ode aan de absurde en ongrijpbare kanten van ons bestaan.”

Marc Schmidt (1970) is een internationaal geprezen en bekroonde filmregisseur. De regels van Matthijs (2012) won onder meer de Grand Prix Visions du Réel (Nyon) en een Gouden Kalf voor Beste documentaire in Nederland. Het Chimpanzee Complex (2014) ging in première op CPH:DOX en ook zijn laatste documentaire Bewaarders (2018) werd goed ontvangen.

In de armen van Morpheus is een productie van DOXY Films en KRO-NCRV, in coproductie met Associate Directors (BE), met steun van het Mediafonds, CoBO, Nederlands Filmfonds, het VAF en de Film Production Incentive van het Nederlands Filmfonds.

Advertenties
Getagged , , ,

Kaëll

Van peuters kan je veel leren. Met stip op 1: how to give zero fucks. Dat lieve blonde meisje dat zo schattig kan grijnzen en kushandjes kan gooien, ramt ook zonder pardon haar felroze wagentje tegen je schenen of tegen de deur, opnieuw en opnieuw. En opnieuw. Ze gedraagt zich over het algemeen voorbeeldig in de supermarkt, maar als ze het beu is, prikt ze lekker wat gaatjes in vaccum verpakte boodschappen. De voorbije week was ze ziek en gaf ze over in de crèche. Niet met veel misbaar, zoals een normalerik, maar effe casual tussen het speelgoed waarna ze rustig verder banjerde. Wij begroeten nieuwe gezichten op z’n minst beleefd en steken een vieze hap subtiel weg in een serviette, peuters beginnen gewoon te krijsen en te spuwen. ALLES KAPOT. Peuters don’t care.

Dat is natuurlijk niet helemaal waar. Want het moet het juiste lepeltje zijn. En de juiste knuffel. En het juiste boekje. Verrassingen kunnen, zeker, maar wat enigszins routine is, moet dat ook wel blijven. Wachten is geen sinecure. Ververst worden is soms een kwelling en als ze uitgeput zijn kan niks nog. Gelukkig is mode nog geen twistpunt. We kunnen haar eigenlijk aantrekken wat we willen (zolang zij de schoenen mag kiezen. En de jas). ‘Klaaaa’, klinkt het dan tevreden, eens ook de tweede schoen aan is. Soms met twee opengesperde handjes, als een kleine Bart Kaëll die het podium opstapt.

Mijn moederdagvoornemen van dit jaar is om meer zoals zij in het leven te staan. Niet dat ik plots mijn beker lauwe koffie tergend traag over mijn bureau ga uitgieten of mijn stoel vijftien keer tegen het been van een collega ga aanrammen terwijl die geduldig ‘Niet doen’ zegt. Maar gewoon, iets minder deksel op alles en iets meer Kaëll. Klaar.

Barst

Gisteren viel er rinkelend een glas op de grond. Het stond dan ook op een plaats waar ze aan kon. Of bovenop iets waar ze aan kon. Maakt niet uit. Ik kijk naar haar peutergezichtje. Ze is niet geschrokken, dat heeft ze sowieso niet snel. Ook niet beteuterd, beschaamd of boos. Ze staat gewoon een beetje koeltjes te kijken naar de scherven. Lang niet zo leuk als de regenmaker die ze daarnet cadeau kreeg. Ik neem haar mee naar een andere kamer om haar pyjama aan te trekken terwijl Simon stoffer en blik haalt. Ze protesteert even maar legt zich, eenmaal op weg naar boven, bij haar lot neer. Ze zegt tegenwoordig zelfs iets dat lijkt op ‘Slaapwel’ wanneer we de deur zachtjes achter ons sluiten. Grappig hoe ze onze intonatie en die van de dames op de crèche perfect imiteert. ‘Sjaaa-we’.

Ik probeer een tekstje te schrijven voor een vriend, maar scroll tussendoor een beetje dwangmatig (is er een andere manier) op Twitter. Ook daar ligt veel in scherven. De dood – onverwacht, agressief – overheerst vanavond, naast verdriet en woede. Er passeert toevallig een artikel over het ouderschap, met de zin All that fierce love you have for your kids comes with a huge amount of serious anxiety that you will NEVER shake off until you die.

Dat de dierenwereld – die natuurlijk gewoon onze eigen wereld is – dag na dag grotere barsten vertoont, stond gisteren nog eens in hoofdletters in de krant. Steeds meer wezens worden ziek van het huidige systeem, maar de paardenmolen stoppen blijkt niet zo makkelijk. Ik weet even niet van waar het meest acute gevaar komt.

Barst-e1466498042392

Ik wrijf over mijn buik. In wat voor kermis kom jij terecht, samen met dat zoete zusje van je? Misschien bij de smoutebollen, met wangen vol poeder en plakhandjes. Of in een schreeuwerige achtbaan waarvan de bouten goed vast zitten, als dat je ding is. Jullie mogen zelfs achter een kraam, tussen de rommel en die dikke elektriciteitsdraden, stiekem staan lachen met jullie vriendjes omdat jullie iets doen wat niet mag. Ik hoop alleen dat er niets op jullie hoofd valt. Dat er alleen krijtjes uit elkaar knallen en enkel eendjes worden geschaakt. Dat jullie niet verloren lopen en de foute hoek omslaan. Of verdwalen in een monsterlijk spiegelpaleis waarin jullie telkens tegen een onwrikbare wand lopen, welke kant jullie ook uitrennen. Dat de grond onder jullie botsauto niet plots opensplijt, tot een kloof waar ook wij dan onvermijdelijk mee in zouden tuimelen.

Botsen mag. Dat zal niet anders kunnen. Maar niet uit elkaar barsten. Alsjeblieft.

 

De Tweede

‘En, nog geen plannen voor een tweede?’. Ik heb de vraag nooit vervelend gevonden, maar laten we wel wezen: die is net zo ongepast als ‘En, wanneer beginnen jullie eraan?’. Misschien lukt het niet. Of willen jullie het gewoon niet. En vooral: it is nobody else’s businessssss. Toch vinden veel mensen het een totaal onschuldige vraag. Je bent de wondere wereld van het ouderschap met haar gebroken nachten en knijpzakjes met fruit al ingetuimeld, toch? Waarom zou je dan niet blijven gaan?

Net zoals je bij een tweede kind wat minder kraambezoek en minder kaartjes in de bus krijgt, zijn er ook veel minder boeken en artikels aan gewijd. ‘What to expect when you’re expecting’ weet je al, dus dat is dan klaar, lijkt de markt te denken. Er is nochtans genoeg om over te praten. Waarom hebben alle gezinnen in reclamespots 2 kinderen? Hoeveel jaloezie en ruzie haal je de stadsmuren binnen met die tweede? Klopt het cliché over verwende enige kinderen? Of worden zij net perfect opgevoed, op de schoot bij hun relatief uitgeruste en aandachtige ouderpaar?

Over dat soort vragen gaat ‘De Tweede’ van Lynn Berger, een boek ‘over het zijn en krijgen van een tweede kind’. Geen dikke academische turf, maar een oprechte zoektocht van een moeder langs wetenschappelijke literatuur en haar eigen leven als oudere zus. Ze is benieuwd: Hoeveel sociale druk voelen we om voor meer dan één kind te gaan? Wat met studies die aantonen dat een tweede kind (laat staan een derde) ouders objectief niet gelukkiger maakt dan een eerste? Maakt je positie in je ge9200000101062181zin echt iets uit? Of projecteren we met z’n allen gewoon veel op die ‘slimme, verantwoordelijke, ernstige’ oudste? Begin je als kind 2 al met een achterstand aan een leven van permanente vergelijking? Of is het een zegen om in een geoliede machine terecht te komen bij mensen die de tijd niet meer hebben om permanent boven je hoofd te helikopteren?

Het is een boeiend boek, ik heb een hoop passages gelezen en herlezen met een blik van herkenning. Maar er staan geen eenduidige ja-nee-antwoorden in, voor wie daar op hoopt. Daar zijn nog veel langere en meer uitgebreide studies voor nodig, rond duizenden gezinnen, over verschillende generaties. Het boek doet wat het maximaal kan en dat is een hoop bedenkingen en afwegingen op een rijtje zetten, een aantal enerzijds-anderzijdsen. Een paar onaangename waarheden die de Dreambabys van deze wereld angstvallig geheim willen houden, afgewisseld met warme, fijne anekdotes over wat het ouderschap onwaarschijnlijk mooi maakt. En daar doe je als volwassene dan vooral maar mee wat je zelf wil. Gelukkig maar. ‘Tweede kind = totale rampspoed’ zou een bittere pil geweest zijn: ik ben op dit moment halverwege mijn tweede zwangerschap.

Ronde twee

Fysiek is het deze keer, om welke reden dan ook, een stuk makkelijker. Praktisch weten we veel beter waar we aan toe zijn. Maar mentaal is het andere koek. Want ook daar weten we veel beter waar we aan toe zijn, over een maand of vier. Geheugenverlies heeft z’n werk gedaan maar niet zo grondig dat ik vergeten ben hoe beurs je lichaam aanvoelt tijdens en onmiddellijk na een bevalling. Ik kijk niet uit naar het tetra-gemors met uitgespuwde melk (‘teruggeven’ is echt een belachelijk beleefde term, het is niet alsof je baby er een strikje rond doet en zegt ‘Weet je, ik ga toch passen, maar ik waardeer de moeite, echt’). De diepe bezorgdheid die nooit meer weg gaat maar toch nog een extra randje heeft die allereerste maanden wanneer je starende walnootbaby nog zo weinig reserve en autonomie heeft. De fluïditeit van de tijd, met cycli van 2 of 3 uur. Het is een heel bijzondere periode, intiem, puur. Ik wil er absoluut niet ondankbaar voor lijken. Maar er zit ook veel herhaling, routine en eenzaamheid achter. En onvermijdelijk beginnen we er deze keer aan met een tikkeltje minder verwondering en nieuwsgierigheid. En met een olijke peuter in huis. Vooral dat.

Meer dan ooit geniet ik van haar priemende blik, haar schaamteloos gepor in de wereld om haar heen en de met niets te vergelijken weldaad van haar giechel. Toen ik pas weer zwanger was, voelde dat allemaal plots bitterzoet aan. Wat zal er met onze unit gebeuren? Nemen we haar iets af? We kunnen haar veel aandacht geven, veel op haar tempo afstemmen en elkaar als ouders afwisselen. Wat als leuke momenten binnenkort de hele tijd onderbroken worden door baby-behoeftes en ik de teleurstelling op haar gezicht lees? Wat als zij door een lastige peuterfase gaat net op een moment dat ik al uitgeput en leeg ben, en daardoor te hard reageer op haar driftbuien? Is het idee van een tweede gewoon leuker dan de realiteit?

sibling-rivalry

Rivaliteit

Wat geen enkele studie hoeft te bewijzen is het basisverschil: een eerste kind zet trots stapjes in verse sneeuw, alle anderen worden onvermijdelijk geconfronteerd met de bestaande sporen. Als jongste heb je een ander, ouder kind naast je om op te reageren, om te imiteren, om je mee te meten. En ook de ouders kunnen nu vergelijken: ‘Onze tweede is een pak rustiger’ of ‘We beseffen nu pas hoe weinig de oudste at, wisten wij veel’. De silver lining: een jonger kind leert vanaf het begin beter te delen en leert in het algemeen veel van de oudste. De oudste leeft zich in in de jongste, ook een belangrijke vaardigheid. De minder fonkelende lining: de observaties van de ouders, hoe subjectief ook, worden vaak waarheid. Als een kind maar vaak genoeg hoort dat het iets is, gaat het zich daar ook naar gedragen. We bevestigen de oudste constant in hoe flink en groot hij of zij is en zeggen dan verbaasd ‘Toch straf dat de oudsten altijd van die verantwoordelijke types zijn’. Beetje mee opletten dus. Zeg liever gewoon ‘Je bent aan het morsen’ dan ‘Kijk eens hoe netjes je zus eet?’.

Ik ken niemand die in perfecte harmonie is opgegroeid met z’n broers of zussen. Een optimist zou zeggen: prima, want conflicten maken deel uit van het leven – en je training kan maar beter op tijd beginnen. Een Amerikaanse ontwikkelingspsycholoog omschrijft het grote voordeel zo: ‘Je kunt je broers en zussen de huid vol schelden, de volgende dag zitten ze toch weer naast je aan het ontbijt’. En dus zoek je, willen of niet, naar een manier om met elkaar samen te leven. Interessant is dat ouders die in het algemeen geen goede band hadden met hun broers en zussen meer hun best doen om het met hun eigen kinderen anders aan te pakken. Ze zijn heel bewust bezig met wat er speelt, in tegenstelling tot ouders die ervan uitgaan dat het allemaal wel losloopt.

Sommige eerste kinderen krijgen last van woedeaanvallen, regressief gedrag en bedplassen – anderen lijken het amper te merken dat er een baby is bijgekomen. In die nieuwe broer- of zusrelatie zit alles: ‘honderd nieuwe aanleidingen voor angst en vertedering en verbazing’. Je kent elkaars wereld door en door (zoet) én net daarom kan je elkaar als geen ander irriteren (bitter). Er is onvoorwaardelijke steun én diepgewortelde rivaliteit. Berger observeert: ‘Het slechte beïnvloedt ons sterker dan het goede. Vandaar dat psychologen zich lange tijd meer interesseerden voor de zaken die ons doen wankelen (…) Vandaar misschien ook dat veel ouders die een tweede verwachten vooral vrezen voor wat er mis kan gaan’. Wat me toch wat onrustig maakt is lezen dat ‘het negatieve effect van een conflictrijke broer-zusrelatie groter is dan het positieve effect van een warme band’. Berger concludeert: ‘Kennelijk hebben de meesten van ons genoeg vertrouwen in de goede afloop – of zijn we zo huiverig voor het alternatief, een enig kind – om het risico gewoon te nemen’.Parenting-3

Roedel

Een eerste kind heeft gemiddeld 2 jaar exclusieve aandacht van zijn ouders, een luxe die enkel voor hem of haar is weggelegd. Datzelfde kind heeft wellicht het langst de strengste, meest consequente en meest pedagogisch ambitieuze ouders van de bende – er bestaan genoeg cartoons over hoeveel lakser je met elk kind wordt qua regels, gezond eten, TV-tijd en ga zo maar door. Schoppen de eersten het daarom verder? Gaan ze meer verdienen later? Wat een onmogelijke vraag, besluit Berger. ‘Het samenleven met ons viertal voelt eerder als een ingewikkelde choreografie dan als een wedstrijd. Onze roedel oefent in routine, niet voor een race. The winner takes it all, survival of the fittest: het is een absurde lens om het gezinsleven door te bekijken’.

Berger neemt afscheid van haar lezers met een ontroerend besluit: geen enkele ouder begint met een leeg blad. Maar je kan wel proberen om je verwachtingen te zien voor wat ze zijn. Om het verhaal van je kind ‘niet al van tevoren te vertellen (…) en niets anders te doen dan te luisteren en te kijken’. Dat is op een manier meteen alles wat ik wou weten.

Getagged , , , ,

Op 1, 2 en 3

De app op mijn telefoon is er zeker van: het is dag 123. Je zou het niet zeggen. Onder losse hemden en donkere pulls valt mijn buik nog niet op en er worden nog geen workshops Russisch volksdansen georganiseerd achter mijn navel. Elke week tikt bijna achteloos voorbij deze keer. Veel dingen die we vorige keer plat gegoogled hebben, zitten nog in ons hoofd. Alle babyspullen zijn in huis. En we moeten ons niet meer inbeelden hoe het zal zijn, want het is al.

We lezen samen een boek, ‘Hoe laat is het, Muis?‘. Daar zit een klok in met wijzers die ronddraaien. Frances duwt ze eerst tegen de richting in en ik zeg ‘Nee, zo gaat de tijd niet’. Naar goede gewoonte bladert ze als een razende vooruit en ik zeg ‘Wacht, je gaat te snel’. Ze doddert weg op de pantoffeltjes die haar nonkel meebracht uit Marokko, vrolijk taterend en wijzend naar dingen die alleen zij lijkt te zien. Op 1, 2, 3, heet dat dan.

Sneller dan ik het zal beseffen, zijn jullie zijn met 3 onder dit dak. Drie mensen met elk hun schoenen in de kast en hun jassen aan de kapstok. Met hun vaste plaatsen rond de tafel, hun omiskenbare voetstappen op de houten trap en ongetwijfeld hun eigen tempo. Drie mensen die samen op de eerste plaats komen. Misschien toch iets dat ik deze keer kan googlen.

three-fingers-painted-with-happy-face_450

Artikel over Vlaams cultuurbeleid rond koormuziek

53625638_481225229372734_7828664893053075456_n

Vlaanderen barst van de straffe koren en koorevenementen. In 2020 host Antwerpen zelfs de elfde editie van de World Choir Games, de grootste koorwedstrijd ter wereld. Een stevig cultuurbeleid met speciale aandacht voor de koorwereld kan dat alleen maar verder versterken. Welke steden en gemeenten geven het goede voorbeeld?

Het volledige stuk staat in de Stemband van maart 2019.

Getagged , , , , ,

Wildcardwinnaar Lisa Foster over haar animatiefilm ‘Heen en Weer’

Still - HEEN EN WEER 1

De Wildcard Animatie van het Vlaams Audiovisueel Fonds ging vorig jaar naar Lisa Foster voor haar KASK-afstudeerfilm ‘Heen en Weer‘, een animatiefilm over individuele ritmes die samengaan, botsen of helemaal niet met elkaar in contact komen. Lees hier het volledige interview!

Getagged , , , , , , ,

Een zachte anarchist

9789401452397

Eén van de zonen van Jan Peumans was zo moedig om een biografie te schrijven over zijn vader. Het boek start bij de (generatie van de) ouders van Jan, bespreekt Jans kindertijd, jeugd, studentenjaren, zijn activisme, zijn grote politieke stappen en eindigt vandaag. Ik mocht er mee aan schaven en schrappen en leerde veel bij over deze unieke stem in de Belgische politiek.

 

Getagged , , , ,

Aller

Ik ging gisteren naar het kerhof met de slechtst mogelijke compagnon. Iemand die nooit aan de dood denkt, het woord zelfs niet uitspreekt. De ene keer dat ze eens op een begrafenis was, lette ze meer op de galm van de kerk dan op iets anders. Ze is er gewoon niet mee bezig, al was ze wel stil en rustig toen we over de paden wandelde.

Ze luisterde nieuwsgierig naar de muzikant van Reveil. Ze keek naar al die verse ronde bloemstukken en hoorde hoe het water in de fontein ritselde. Ik had niks bij zodat ik haar de hele tijd in mijn armen kon dragen. Net voor we naar huis gingen zetten we ons even op een bankje en at ze een koek. Ik voelde tranen prikken, maar verborg ze in haar dunne haartjes. Toen we thuiskwamen, stonden er een warm badje en een uitzonderlijke papa klaar. Ik ging gisteren naar het kerkhof met de allerbeste compagnon.

Kortfilm “Après le silence” valt in de prijzen

Geweldig nieuws voor “Après le silence“: de kortfilm won gisteren de Best Belgian Student Short Award op het Filmfestival van Gent!

Ik recenseerde deze film – over een man die naar België vlucht omdat zijn homoseksualiteit hem in zijn geboorteland in gevaar brengt – al voor Kortfilm.be.

Wie meer wil weten en op de hoogte wil blijven: regisseur Sonam Larcin maakte een aparte Facebookpagina rond de film.

 

 

 

Benieuwd naar andere recensies? Ik bekeek recent ook:

 

 

 

 

Getagged , , , , , ,
Advertenties