Interview Laura Vandewynckel

Met haar afstudeerfilm Het Paradijs schopte Laura Vandewynckel (°1986) het in 2014 meteen tot in Cannes. In eigen land leverde diezelfde kortfilm haar de SABAM-prijs van Anima op én een Wildcard van het Vlaams Audiovisueel Fonds. Sindsdien is ze druk bezig met nieuwe films en crossover-projecten.

Lees het hele gesprek hier.

 

Advertenties
Getagged , , , , , , ,

Artikel over Booktuben

Op YouTube staan niet alleen muziekvideo’s, filmtrailers en make-uptutorials. Er is ook plaats voor boeken. ‘BookTubers’ recenseren nieuwe titels, maken een thema-filmpje of verslaan een literair event waar ze te gast zijn. Benieuwd? Boekenworm Marcia gidst ons door Booktube-land.

Gepubliceerd in Verzin, april 2017.

Getagged , , , , ,

Hoe van Brussel te houden

Er zijn van die dingen waar jij op mag spuwen, maar anderen niet. Dingen waarop je kankert tot het schuim je op de lippen staat, maar waarvan je moeilijk kan verdragen dat andere mensen er laatdunkend over doen. Leuven, waar ik opgroeide, is zoiets. Dirty Dancing is zoiets (behalve dat ik nooit zou spuwen noch kankeren op Dirty Dancing). En Brussel. Zeker Brussel. Mijn pleidooi voor een hellhole met weinig vrienden.

Stap 1: Niet.

U bent hiermee waarschijnlijk in de meerderheid.

U haalt de vuile straten aan, het kamikaze-verkeer, de verloederde buurten, het “Is-dit-nog-wel-België-gevoel” (looking at you, Sally van Blind Getrouwd), de ingeslagen ruiten, de urinegeur in de trein- en metrostations, het dubbelparkeren, de dealers, het gebrekkige Nederlands (maar wel massa’s Arabisch), de onzinnige politieke spelletjes, de rottende tunnels en ga zo maar door. En op veel punten heeft u ronduit gelijk. Ik droom zelf ook van een hutje aan de zee.

Stap 2: Geef het tijd.

Ik wist niet zeker of ik naar hier wou komen. Collega’s die hier woonden vertelden zonder verpinken gruwelijke anekdotes over hoe ze overvallen, beroofd en gevierendeeld waren maar zeiden in dezelfde adem “topstad, gewoon doen”. Heel verwarrend. Een beetje zoals jonge ouders je vertellen dat ze niet meer weten wat seks is, geen tijd hebben om met hun ogen te knipperen en twijfelen aan elke levenskeuze die ze ooit maakten maar afsluiten met “baby’s zijn 24 karaats goud met hersenkwabben van pure engel, gewoon doen”. Niet te snappen tot je het zelf probeert, vermoed ik.

Toen ik hier de eerste keer naartoe kwam, sprintte ik snel weer weg. Een beetje geclaxonneer en ik verschrompelde als een slak. (Anno 2017 zou ik zonder verpinken “gore fuckhond” roepen of komt die claxon gewoon van mij, omdat die onnozelaar daar niet moet oversteken).

Toen ik hier de tweede keer naartoe kwam en wel bleef, vertelde iemand mij “Er zijn twee scenario’s. Ofwel loop je na één jaar gillend weg en kijk je nooit meer om. Ofwel word je verliefd en hang je er voor tien jaar aan.” Puur op koppigheid hield ik na dat eerste jaar vol. Ik woonde niet meer samen met de jongen die mijn hand vasthield bij de verhuis naar Brussel. Over mijn lijk dat ik zonder zijn handje meteen weer zou afdruipen. Ik had verdorie in Toronto gewoond, wat zou het Brussels Gewest mij dan plots te veel worden?

Blijkt dat verhuizen binnen je eigen land best pittig kan zijn. Ik ging in Leuven naar de kapper, de tandarts en de oogarts. Ik ging er nog vaker naar mijn toenmalig lief. Ik miste zo weinig mogelijk, al voelde ik ook dat zo’n spreidstand niet te lang mag duren.

Met de jaren liet ik steeds meer de railing los en schuifelde ik stilaan naar het midden van de ijspiste. Een Brusselse kapper. Mijn 29ste verjaardag vieren in Brussel. Een ander lief, met een Brussels adres.

Ik keek verder dan het centrum en ontdekte, ik zeg maar iets, de hippodroom in Bosvoorde. Toen ik filmpjes maakte voor de Koningin Elisabethwedstrijd zoefde ik met de cameraploeg door de decadent dure wijken van Posh Bruxelles. Ik ging naar de film en belandde toevallig in de Grand Eldorado. Ik begon met Bruxelles A Font – een Instagramprojectje waarin ik letters, woorden en logo’s fotografeerde op straat. Ik nam een stratenplan en duidde met een roze fluostift alle straten aan waar ik ooit al had gewandeld, om mijn eigen blinde vlekken te kunnen localiseren. (Nee, het is nog niet vol, maar wel steeds rozer).

Stap 3: Wees eerlijk.

Er zijn massa’s mensen die niet houden van steden. En dat is helemaal ok. Er zijn naar het schijnt zelfs mensen die niet van Parijs houden. Maar Brussel afrekenen op shit die typisch is voor steden en net zo goed in Antwerpen gebeurt, vind ik niet kosjer.

Het is makkelijk om de hellhole-mythologie waarheid te laten worden – des te meer als je hier weinig tijd doorbrengt. Ik was in het begin een poster child van de Bange Buitenstaander Beweging. Ik hield mijn huissleutels klaar in mijn hand, ik durfde mijn iPod (ha! Ver Verleden) niet gebruiken. Ik zag zoveel mensen die er anders uitzagen dan ik (of zo weinig die er hetzelfde uitzagen), die luidkeels op straat dingen stonden te zeggen die ik niet verstond, en ook dat vond ik bedreigend. En opnieuw, dat mag. Ik laat die gevoelens bij mezelf gewoon toe, als ze er zijn. Ik heb niet zo lang geleden “ik haat Molenbeek” gesmst naar mijn lief, en al klinkt het nu knullig, ik meende het toen uit de grond van mijn hart (al weet ik niet meer concreet wat er aan de hand was). Ik stapte vorig jaar na de aanslagen met heel dubbele gevoelens de metro op en ik betrapte mezelf op tranen van woede, gericht op al die vreemde mensen om mij heen. Niets mis mee.

Maar niets houdt je tegen om af en toe bij jezelf af te checken wat je projecteert en wat er écht aan de hand is. Wat de ene percipieert als een louche en levensgevaarlijke straathoek/medepassagier/situatie, daar haalt een ander fluitend zijn schouders voor op. Je bepaalt voor een groot stuk je eigen comfort zone. (En als je écht gelooft dat al het Kwaad van de Wereld zich verzamelt op een paar vierkante kilometer rond de Zenne, dan heb ik slecht nieuws).

Stap 4: Luister, praat, kijk.

Op de metro naar huis zat ik net naast een Italiaanse vrouw. Ze was aan het telefoneren en zei heel gemeend “Che bruto!”. Ging zeker over een fout vriendje. Zoiets vind ik leuk. De metro, zeker onder de Europese wijk, is altijd een beetje Babylon. (Een “Humans of Brussels”-fotoreeks zou er trouwens ogen te kort komen). Wat de kindjes van het Toekomstatelier allemaal vragen en zeggen, vind ik leuk. Dat er, toen ik laatst viel met de fiets omdat iemand zonder te kijken overstak en ik te bruusk moest remmen, twee zwarte meisjes vroegen of alles ok was, dat vind ik leuk. Dat mensen me vaak de weg vragen en dat ik hen meestal kan helpen, leuk. Dat de man die bedelt voor het wisselkantoor op de Gentsesteenweg en ik elke dag hallo tegen elkaar zeggen (en iets meer als we elkaar even niet gezien hebben), leuk. Het zero fucks-gehalte van Brussel is bijwijlen wraakroepend, maar het maakt tegelijkertijd dat mensen hier van weinig opkijken. De drempels zijn eigenlijk ontzettend laag.

Iedereen heeft bitchy resting face, ik in de eerste plaats. Niemand is Moeder Theresa, ik in de laatste plaats. Ik negeer heel veel mensen. Maar met je vizier op een kiertje ziet het landschap er al helemaal anders uit. We wonen in ons appartementsgebouw in Molenbeek onder één dak met Grieken, Turken, Congolezen, Marokkanen en van die Belgen – en we hebben met bijna iedereen een babbeltje (al vind ik die ene vrouw die alles over ons lijkt te weten en het zelfs merkt wanneer Simon een paar kilo is afgevallen wel stilaan een beetje akelig). Het is een petri-schaaltje. Soms gaat het stinken en schimmelen, maar soms is het ook geniaal. Of wist u niet dat dit allemaal één groot experiment was?

Stap 5: Relativeer.

Het is hier Caracas niet. Ik ben één keer op mijn plaats gezet, toen ik aan het zagen was over het Brusselse verkeer, door iemand die net terugkwam van China. Dat kon ik niet zo waarderen (Mag ik mijn eigen levenspijn nog kiezen DANKUWEL), maar ze had natuurlijk een punt. In the larger scheme of things is Brussel, naast honderden mastodont-steden, een piepkuiken. Een piepkuiken met een rokershoestje en een scherpe R, maar desalniettemin een babydier – en daar doen we lief tegen.

Stap 6: Gewoon.

Er wonen hier ongetwijfeld mensen die koekjes kakken, om even wat beeldspraak van mijn eindredacteur te lenen. En, aan het andere eind van het spectrum, is er sowieso ook een zeker quotiënt gore fuckhonden. Brussel is geen verre planeet. Het is gewoon een plek, met gebouwen en mensen, die meestal hun best doen, niet te vaak alleen willen zijn en wat geld willen verdienen. Een mindfuck van een mengelmoes, met mooie gevels. Bruut en oneindig zacht.

Getagged

Project “’t Zal WELzijn”

Op een drietal weken bezocht ik 10 verschillende scholen in het kader van een anti-pestproject: “’t Zal WELzijn”. Lager en secundair onderwijs, buitengewoon onderwijs en ASO: alle types kwamen aan bod.

ant20

Elke school kreeg een externe coach over de vloer die tussen de 3 en de 6 sessies organiseerde met een groep leerlingen. Dans, theater, improvisatie: bij elk project was een andere kunstvorm de taal om het te hebben over de kernvraag: “Voel ik me goed op school?”. Als startpunt kozen de meeste coaches voor een kinder- of jeugdboek dat draait rond het thema van pesten.

als2

Ik sprak met coaches en leerkrachten en maakte foto’s tijdens de sessies. Ik zag superhelden en tekstballonnetjes, dagboeken en zelfportretten, filmpjes en choreografieën. De verslagen van al die bezoeken vind je hier terug.

roll14

Getagged , , , , , , , , , , ,

Artikel: humor op het scherm

Humor is een aartsmoeilijk genre. Stephen King zei het al: “Iedereen kan een kaartenhuis bouwen en het omver blazen, maar om mensen te doen lachen moet je een genie zijn.” Gelukkig lopen er in Vlaanderen een hoop genieën rond, die de voorbije jaren onvergetelijke tv maakten. Wij vroegen naar hun geheimen.

 

15992131_10104877521400092_1082908383_o

 

Personages zoals Frankie Loosveld of Jay Vleugels mogen niet een beetje kinderachtig zijn, maar moeten idioot kinderachtig zijn. Daardoor weet je perfect waar je personages razend van worden en wat hen recht in hun hart raakt. En dan smijt je exact die dingen op. Het is ook belangrijk om de onderlinge verhoudingen goed te zetten: wie bewondert wie, wie is bang, wie domineert de groep? Daar kan je in elke situatie op terugvallen. – Jan Eelen

 

Gepubliceerd in Verzin, januari 2017

 

Getagged , , , , , , , , , , ,

Nooit meer dromen

“Ik droom eigenlijk nooit,” zegt hij. “Dan moet jij wel heel zen in het leven staan, als je ’s nachts niets te verwerken hebt.” In mijn hoofd zie ik een oertriest dromen-coördinatie-lokaal, waarin één dof mannetje werkt met een knoert van een bore-out. Elke avond zet hij zich met een zucht achter zijn bureau, duwt hij zijn bril wat hoger op zijn bleke neus en legt zijn magere hand op een lege A4. Alweer niks. Traag neemt hij de rode stempel, drukt die zorgvuldig en gelijkmatig neer en zet bedachtzaam een krabbel met een glanzende, zilveren pen. Het lege blad komt in het uit-bakje, hij trekt zijn grijze regenjas aan en doet de deur stilletjes toe. De rest van zijn uren doodt hij dan maar in het stationsbuffet.

A man standing in an empty office

Bij mij krijgt de dromencoördinator – afgekloven nagels, rood aangelopen wangen, een wijde blouse waar ze om de 9 seconden aan pulkt – het amper gebolwerkt. Elke shift opnieuw stoot ze op een uitpuilende inbox, een verse stapel dossiers vol post-its en uitroeptekens en een genadeloos tikkende klok. Ze vloekt aan één stuk door omdat ze alweer een fucking nachtmerrie over “het is de avond van onze première en ik ben al mijn tekst vergeten” moet combineren met “vastzitten op een hoog platform dat steeds kleiner wordt”, terwijl er nog drie onzinnige dialogen liggen te wachten, een woeste kus, een fictief huisdier dat plots zoek is en, want dat kan er ook nog wel bij, een verse guts schuldgevoel, voor half zes. En dat is alleen de originele planning, he, dus daar komt sowieso nog iets tussen – je zal het godverdomme elke keer zien. Wanneer er een telefoontje binnenkomt met de vraag of die ene futiliteit die 11 jaar geleden fout liep niet nog eens aan bod kan komen, smijt ze de hoorn neer. Het bruistabletje plopt het glas koud water in. Het wordt een lange nacht.

 

 

Getagged , ,

Recensie kortfilm “Three Little Ninjas Delivery Service: Damsel in Distress”

20162094_3

Het olijke geweld, de felle kleuren en de doorbloede oogjes van sommige personages doen erg denken aan het iconische Ren & Stimpy uit de jaren ‘90. Er wordt getierd en gemonkeld, personages worden verkoold, opgegeten en verpletterd. De actie is heftig, maar er zit een dikke laag humor over. De ninja’s spreken een grappig nonsenstaaltje met een Japanse vibe, terwijl de prins en de prinses knappe Engelstalige stemmen hebben.

Lees meer op Kortfilm.be!

Recensie kortfilm “Dag vreemde man”

bts1

 

Het leven van Arthur en Max wordt nog complexer wanneer de moeder van Max (Delfine Bafort, Pinoy’s partner in het echte leven) plots opduikt. Dag vreemde vrouw, zeg maar, want ze is al jaren out of the picture. Zelfs dit gegeven wordt niet verzopen in woorden: hoe gewrongen de relatie tussen deze twee mensen zit, wordt duidelijk door hun lichaamstaal en een paar zuinige uitspraken (“Ik heb u nodig gehad”). Ook Delfine spéélt: haar gezicht wanneer ze haar zoon voor het eerst weer bij zich heeft straalt tegelijk liefde, ontreddering, dankbaarheid en paniek uit.

 

Lees verder op Kortfilm.be!

Getagged , , , , , , ,

Lichting 2016: RITCS (Kortfilm.be)

p1at49aebk1o8k1f4a1n0il8qa1h1

In het Royal Institute for Theatre, Cinema & Sound – het RITCS in de volksmond – wordt elk jaar hard met korte documentaires, animatie- en fictiefilms gegooid. Wat is van wie: in een sneltrein doorheen het grote aanbod alumni.

Lees verder op Kortfilm.Be.

Getagged , , , , , , , , ,

Boek “Verdriet – Leren omgaan met afscheid”

15225190_10104734660968542_1180933571_o

Al gemerkt dat er sinds enkele zaterdagen boeken bij De Standaard zitten? Aan het 4de en laatste exemplaar, over verdriet, werkte ik als copywriter. Los van die link beloof ik dat er echt waardevolle wijsheden in staan. Over hoe we net als in de liefde, ons gezinsleven en onze jobs af moeten van het idee dat we tekortschieten: we zijn bang dat we ons verdriet niet flink genoeg verwerken, niet snel genoeg, niet volgens de zogezegde normen. Terwijl iedereen het recht heeft op zijn eigen, levenslange parcours. Op 3 december bij de krant!

 

Getagged , ,