Categorie archief: Uncategorized

Volledig

‘Jaaaa?!’

Ik weet niet waar of van wie je hebt het opgepikt, maar plots zijn al jouw ‘ja’s’ lang en maken ze een grappig vragend bochtje. Terwijl ze ook duidelijk en overtuigd zijn. Alsof je verbaasd bent door je eigen gevoel en het elke keer grondig wil proeven. ‘Of ik een flesje wil? IK GELOOF WAREMPEL VAN WEL MOEDER EN ZET ER MAAR SPOED ACHTER’. Je zegt nu ook ‘eummm’ als je een boekje staat te kiezen, ‘zo’ of ‘en nu’ als we de auto parkeren (dat komt van mij, hopelijk luister je minder goed naar de andere dingen die ik zeg als ik achter het stuur zit), en ‘mhm’ alsof je al veel ouder bent. De ‘visj’ in jouw prentenboek is een ‘dolfijn’ geworden. En je zet steeds meer woorden op een rijtje.

Vorige week trok ik je een bloemenkleedje aan en stelde vast dat het plots een tuniek was geworden. Je ging dan maar een tikkeltje scandaleus naar de crèche, we zullen het een ode aan Woodstock noemen. Het was lekker warm die dag en jou 1 keer aangekleed krijgen vergt genoeg diplomatie voor een hoogzwangere ochtend. Je bent deze zomer serieus opgeschoten, lieveling, in centimeters en in taal.

41B3E7B2-240B-40A1-B12A-95F68E07D5C9

Er zijn duizend opsombare dingen over jou die mij doen glimlachen. Je gekke, fijne haartjes (ik voorspel nu al tiener-gezucht over hoe je zo graag krullen zou willen waarna ik als voorspelbare en totaal onbehulpzame moeder zal zeggen: ‘Schat, mensen betalen veel geld bij de kapper voor zo’n mooi sluik haar!’ en jij alweer met je ogen zal rollen). Je mooie minitandjes. Het groeiende gemak waarmee je door de huizen van je grootouders en tantes bottert. Hoe je luid ‘spjing!’ zegt en goed je knieën plooit maar nog niet echt van de grond komt. Je gretige blik (in het begin vond ik het een klein beetje spijtig dat je geen blauwe ogen had, maar intussen ben ik verliefd op die felle kogels). Je enthousiaste oprechtheid – die niet wegneemt dat je de kracht van drama en doen alsof al heel goed snapt. Het feit dat je heel snel je handen en knieën afstoft als je valt, gewoon verder doet en mij zo elke keer een lesje weerbaarheid geeft. Het feit dat als je je écht serieus pijn doet, je wel nog huilend onze armen vindt. Hoe je nu op twee voetjes de trap op en af kan – aan het handje of de leuning – en jezelf Eddy Wally-gewijs constant aanmoedigt met ‘amai’ en ‘wauw’. Dat je geen driftige bullebak bent maar je ook absoluut niet laat doen (‘Pas op he!’). Dat de verzorgsters op de crèche je oprecht graag hebben. Hoe wild je met een lepel in een lege pan wroet, mij er ook een geeft en door het dolle heen gaat ‘loelen loelen loelen!!!’ Je obsessie met de rosse zwerfkat die soms op het dak achter ons huis ligt te loungen en je gekijf op onze eigen kat. Je al even grote obsessie met je ping pong t-shirt en je papegaaientrui. Dat je dankzij het spelletje ‘En nog een hap voor…’  stilaan alle namen uit de familie kent, netjes per gezin. Dat je goed weet wat ‘nee’ wil zeggen, heel belangrijk in het leven. Dat je nooit niet blij wordt van een tram, bus of brommer te zien en, als het je lucky day is, ‘nog e tram! Nog e bus!!’ (Spoiler: vaak is dat hetzelfde exemplaar dat ons gewoon heeft ingehaald, maar dat doet er niet toe). Dat we je steeds moeilijker ook maar iets verkocht krijgen als ontbijt, terwijl je je lunch en avondeten aan recordtempo naar binnen schaffelt als een volgroeide zeebonk.

Dat je kleine broer ons geduld wat op de proef stelt, heeft alvast dit groot voordeel: we kunnen nog iets langer al onze ogen en oren op jou richten en je keer op keer tonen hoe geweldig we je vinden. Al 20 maanden lang. Ik kan me nog steeds niet concreet voorstellen dat je binnenkort finaal van ‘enig’ naar ‘eerste’ kindje gaat. En het frustreert me dat ik een beetje gas moet terugnemen en opgelucht ben als iemand anders je in of uit een stoel tilt, ronddraagt of ververst. Dat ik je knuffels soms een beetje moet afweren om mijn buik te beschermen en niet zomaar hapjes eten kan overnemen die je mij zo lief aanbiedt. Ik kan je even niet met volle energie tegemoet komen liefste, maar geloof me: ik ben nog volledig de jouwe.

Advertenties

Aankomen

Veel verschillende medeklinkers in één woord, dat is voor losers. En dus loopt Nan rond met een nonijn, rijden mensen voorbij op hun tiets, gaan dingen niet kapot maar patot en staat er een papetaai op haar lievelingstrui. Mijn persoonlijke favoriet, wegens heel schattig én geweldig nuttig, is ‘ni a-momen’. De gsm van mama, de box van de tv, alles wat scherp, heet, duur of ranzig vuil is: niet aankomen.

Nog een slordige, intensieve maand en een unieke periode uit mijn leven is finaal afgelopen. Ons klein kindje krijgt een nog veel kleiner exemplaar naast zich en als ik mag afgaan op hoe ze reageerde op de twee meest recente babybezoeken – huilen als ik de baby vasthield en op andere momenten het immobiele schaapje streng toespreken met ‘Nee baby!’ – wordt dat niet haar favoriete kindersurprise. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. En ik kan haar al helemaal niet garanderen dat het allemaal dolle pret wordt, integendeel. We zullen moe zijn en onzeker en ongeduldig en overlopen van schuldgevoel en regelmatig foute keuzes maken.

16777532-7311187-To_have_and_to_hold_This_little_girl_looked_in_shock_when_she_he-a-56_1564685953453

Niet toevallig is ze de laatste maanden weer een pak tactieler geworden dan voordien. Miss ‘Laat mij doen’ wil weer vaker opgetild worden en ze valt sneller in slaap als ik haar nog even in mijn armen neem, in de schommelstoel naast haar bed. Terwijl haar ademhaling vertraagt, roert haar broertje zich. Zou het ongemakkelijk voelen, een peuter zo dicht in de buurt, of wil hij net doodgraag weten bij wie dat bazige stemmetje hoort dat de hele dag bomen en bussen loopt te begroeten? Ik vind het wel fijn, dat contact zoeken zonder bang te moeten zijn dat ze hem een oog uitsteekt of versmacht onder haar ribfluwelen mini-zeteltje.

Ik bekijk mijn hoogzwangere buik in de spiegel en besef dat ik er de voorbije maanden eigenlijk alleen vluchtig naar heb gekeken, terwijl ik de eerste keer elke subtiele fysieke verandering intens – en met lichte paniek want WAAR DE FOK EINDIGT DIT – bestudeerde. Sessies prenatale kine, een proefles zwangerschapsyoga (ugh), gespecialiseerde boeken lezen, een hoop infosessies over bevallen, er kwam deze keer helemaal niks van. Ik denk wel dat ik mijn buik even veel aangeraakt heb. Dat gaat vanzelf, gelukkig. Even hallo zeggen, of een ambetant voetje wegmasseren uit mijn ribbenkast. Absoluut wél aankomen.

Vandaag trakteerde mijn schoonzus me op een massage-sessie van een uur, terwijl zij babysitte. Een heerlijke ontsnapping. Om eerlijk te zijn was gewoon een uur alleen in die ergonomische stoel liggen, zonder meer, al een excellente behandeling op zich geweest. Maar gelukkig waren er ook lavendelcompressen en zorgvuldige aanrakingen en ademhalingsoefeningen. En de baby daarbinnen, hij reageerde mee. Elke keer opnieuw is de conclusie zo duidelijk: we zijn er als mensen op ingesteld om aangeraakt te worden. Het doet fundamenteel deugd om even uit je hoofd te komen, je spieren los te (laten) maken, de spanning te laten wegduwen door sterke handen die weten waar ze mee bezig zijn. We vinden het evident om baby’s te masseren als ze krampjes hebben, om overdonderde peuters in slaap te wiegen en door hun haar te strelen, om kleuters stevig te knuffelen als vast avondritueel, maar zelf vergeten we er te vaak om te vragen.

 

 

 

 

 

 

Les vacances

Vakantie in Frankrijk.

Dat is zeggen hoeveel centimeter brood je graag nog wil in plaats van hoeveel sneetjes. En elke dag een ander kindje dat graag mee wil naar de lokale bakker.

Dat is een stuk watermeloen in de vorm van een brede lach, een prepuber die zegt dat ze dit fruit helemaal niet verfrissend maar net superdroog vindt en een peuter die smakelijk eet terwijl het sap over zijn of haar blote bastje loopt.

Veel water en veel wijn.

Dat zijn vriendelijke én norse Fransen en bij allebei zeggen ‘Dat is toch typisch, he?’

67488581_1977136495720019_3324842541563510784_n

Dat is blij zijn met lange middagdutjes, zodat je de checklist even niet meer moet  overlopen (ingesmeerd? Zwempamper aan? Veilig in het water? Gewone pamper weer aan? Hoedje op? Genoeg aan het drinken? Geen ijsjes-pollekes aan het afvegen aan wat-niet-afwasbaar-is?)

Dat is het grootste deel van de dag doorbrengen in een straal van 10 meter rond de buitenkeuken. En was die droog is nog voor de volgende lading gewassen is.

Dat is een zwembad waar de ene als een bommetje midden in springt, de andere rustig door waadt zonder nat haar te krijgen en nog een andere elke dag moedig grenzen verlegt door zich elke dag een paar meter verder te wagen van het trapje. Waar het kindje dat moord en brand schreeuwt in bad kirrend in rondsplasht.

Dat is ondraaglijk veel jeuk, redelijk veel zweet en heel weinig textiel.

Dat zijn onooglijke dorpjes met charmante pleinen die op zich niet zo spectaculair zijn, maar waarvan je jaren later nog weet ‘Daar is toen die foto van jullie gemaakt’.

Dat zijn neefjes en nichtjes die elkaar veel meer aanleren dan ze zelf beseffen. Woordjes. Namen. Ander eten. Dat ze iets niet willen tot de andere het wel wil. En een beetje mal du chat. (En volgend jaar is er nog eentje extra bij!)

Dat is elke dag ‘Eet op, he mannekes’ horen uit de mond van de laatste die vertrekt want ‘ik wil niet nog tot Kerstmis kaas moeten eten’. 

Weg

Alles liep gesmeerd. Kind 1 had geleerd de trap op te klauteren, kon steeds beter alleen eten en sliep als een bedwelmde boterbloem. Net nu ik de laatste bocht van mijn zwangerschap inga en het buiten 100 graden is, is dat kind spoorloos verdwenen. Ze wordt plots een volle 2 uur vroeger wakker, wil constant opgepakt worden en op schoot (alvast sorry kind 2, voor al die kleine knie- en elleboogstootjes en de minder uitgeruste moeder, ik probeer je echt zo goed mogelijk te beschermen – en nu we toch aan het praten zijn, meet your big sister) en moet bij elke hap bedolven worden onder de aandacht en de bravo’s of ze keilt haar menu ijskoud de grond op.

Volgens ‘Oei ik groei’ leerde ze tijdens haar laatste sprong onder meer dat ze een eigen wil heeft, macht heeft en dat mama en papa aparte mensen zijn. JA NOGAL. Ons leven is plots zo’n fotogallerijtje van ‘peuters die huilen om dwaze dingen’. Badpak aan = waanzinnig onrecht. Badpak een paar uur later weer uit = een nog veel groter onrecht. Verversen = alligatorworstelen. Ze ging altijd graag in bad, maar dat is plots een onmenselijke foltering (In een zwembad een emmer water over zich heen krijgen, zero issues). Uit de buggy getild worden bij aankomst thuis = belachelijk (ze blijft er dus nog even in zitten, in de gang, als een weirdo). Eender welke ouder die de kamer verlaat = ALARM. (We kijken altijd samen aan het raam hoe papa ’s ochtends naar het werk vertrekt en toch vraagt ze daarna nog een keer of 23 waar hij is. WEG SCHAT WEG IN GODSNAAM JE HEBT HEM ZELF DOOR DE POORT ZIEN… zucht. Kalm blijven. Papa is weg met de brommer, lieveling. Ja, de brommer, ja). Een willekeurig stuk fruit of een paraplu meenemen naar de crèche = standaardprocedure of er wordt de hele route lang gekrijst (ook al regent het niet en wordt het fruit niet opgegeten). Geen broodmes uit de vaatwas mogen halen dat langer is dan haar eigen arm = WOE IS ME. Ze blijft altijd mijn allermeest favoriete kindje op Aarde, maar ik heb een maximaal absorptievermogen qua meltdowns per uur, zo blijkt.

FC_Image_1x_tantrum

Toen ik onlangs bij de vroedvrouw passeerde, vroeg ze hoe het ging en ik hoorde mezelf zeggen: ‘Ze heeft dus nogal weinig tolerantie voor…alles, eigenlijk.’ Ze heeft de dramatische kracht van ‘auw’ en ‘oei’ ontdekt en zet haar Weltschmerz extra in de verf met gepijnigde wenkbrauwtjes en een naar lucht happend vismondje die hun eigen Emmy verdienen. (Public Service Announcement: afkeurende blikken/opmerkingen van andere mensen of advies in de trant van ‘Je moet het anders aanpakken’ maken het echt gewoon erger. Negeer het gewoon, alstublief, of neem haar 5 minuten van ons over of zeg dat het bij jullie ook wel eens zo is, dát helpt. Het is niet dat ze anderen pijn doet of de boel afbreekt – ze is gewoon heel jammerig. We zoeken onze weg, danku).

Haar grootouders krijgen nog de oude versie over de vloer. Die zeggen dat het zo’n gemakkelijke logee is en vragen per sms of ze haar ‘stilaan moeten wakker maken want ze slaapt nog altijd’. UITERAARD. Ik weet dat het de leeftijd is. Dat ze in de crèche van de baby’s naar de peuters is overgestapt en dus plots bij andere verzorgsters is, met alleen oudere kindjes en nieuwe rituelen. Dat ze waarschijnlijk ergens aanvoelt dat er thuis ook iets groots staat te gebeuren. En dat het dus heel logisch is dat ze haar hielen in het zand zet en probeert te controleren wat ze kan controleren. Dat het een compliment is dat ze ons zo graag bij zich wil en al haar emoties bij ons uitstort. En dat ze moe is van al dat groeien. Het helpt niet om te roepen tegen iemand die vastzit in haar eigen kleine storm.

a520958e-a8df-48be-b96f-88b38796744e

Ik probeer haar zo veel mogelijk te troosten en te helpen, als wijlen prinses Di in een mijnenveld, maar ik sleep ook een ander kindje mee en heb helaas geen oneindige voorraad rust en geduld en milde moederheid om elk spreekwoordelijk en arbitrair kiezeltje in haar schoen uit de weg te ruimen.

 

Ik denk dat we na de voorbije weken stilaan weer in een opgaande lijn zitten. Ze wordt nog altijd ridicuul vroeg wakker, maar het aantal crisissen daalt gestaag en ze duren minder lang. Ze klimt al weer eens een trap op, zodat ik mijn armen voor iets anders kan gebruiken. Ze gebruikt woorden in plaats van meteen tilt te slaan. Ze geeft haar speelgoed opnieuw een kans, haalt weer schelmenstreken uit en gaat mee in de onnozele lolletjes van haar ouders. Ze weet op welke fronten we echt niet toegeven (hand geven op straat, niet rondlopen met scherpe objecten, the usual) en legt zich er bij neer. Ze gaat gewoon naar bed in plaats van eerst nog zachtjes in slaap gewiegd te willen worden. Ik houd mijn hart vast voor hoe ze na een lange zomer thuis de start van een nieuw schooljaar & kort daarna een nieuwe huisgenoot gaat verteren, maar voorlopig ben ik dankbaar voor elk uurtje dat passeert waarin we elkaar vinden.

Aller

Ik ging gisteren naar het kerhof met de slechtst mogelijke compagnon. Iemand die nooit aan de dood denkt, het woord zelfs niet uitspreekt. De ene keer dat ze eens op een begrafenis was, lette ze meer op de galm van de kerk dan op iets anders. Ze is er gewoon niet mee bezig, al was ze wel stil en rustig toen we over de paden wandelde.

Ze luisterde nieuwsgierig naar de muzikant van Reveil. Ze keek naar al die verse ronde bloemstukken en hoorde hoe het water in de fontein ritselde. Ik had niks bij zodat ik haar de hele tijd in mijn armen kon dragen. Net voor we naar huis gingen zetten we ons even op een bankje en at ze een koek. Ik voelde tranen prikken, maar verborg ze in haar dunne haartjes. Toen we thuiskwamen, stonden er een warm badje en een uitzonderlijke papa klaar. Ik ging gisteren naar het kerkhof met de allerbeste compagnon.

Nieuw seizoen ‘Alleen Elvis blijft bestaan’

Er komt weer meer Alleen Elvis blijft bestaan. En ik mocht persteksten schrijven over de gasten van dit najaar. Knappe namen, eigenzinnige figuren en dat tien weken op rij. Zeg nu zelf.

Voor lezen: Quentin Blake

Op 13 september is Roald Dahl jarig en dat wordt elk jaar gevierd. Een geniale schrijver, een intens figuur privé (de biografie “Storyteller” van Donald Sturrock is een aanrader). Voor mij zijn zijn boeken onlosmakelijk verbonden met de tekeningen van Quentin Blake. De onnavolgbare stijl van Blake – 85 intussen – is bedrieglijk simpel, een beetje piekerig. En toch zit er onmiskenbaar veel leven en emotie in zijn krabbels. Een oersterke observator, die niet verleerd is om voluit te tekenen. Kijk maar hoe onbevangen hij een Hornswoggler op papier tovert.

 

De mooiste quotes van Quentin Blake:

  • ‘I do like children, but only as people. Not as if they’re a special category.’ 
  • ‘I’ve always thought that the writer is the front end of the horse, as it were.’
  • ‘If you draw, you find out things that perhaps you didn’t know. I’ve occasionally had to encourage people to do it…. You draw, and you think, I don’t draw very well, and that doesn’t look much like it, does it? But if you go away from what you’re drawing and look at it later, there will be something in there that you saw, you will have taken away something from what it is. I think a lot of young people get discouraged because they can’t draw photographic realism or whatever: drawing isn’t like that, it’s another language and you can talk it with different accents, so to speak.’ (Beluister hier het hele interview)
  • ‘It’s scratchy and looks like it hasn’t been finished, but really its exactly what I intend.’
  • ‘I draw every day – unless I’m being interviewed.’
  • ‘They do tend to assume that because you do children’s books everything must be bland and optimistic. I mean, I’ve got a pretty strong line in optimism myself, but there are other things to life, aren’t there?’
  • ‘When I draw a character, I try to make it defined – but not to close it up completely. It’s as if I’m a go-between between the writer and the reader.’

 

Volg Voor Lezen ook op Instagram!

 

Getagged , ,

Zomaar zomer

“Dat deed mijn mama ook!”. Samen naar het zuiden van Frankrijk rijden, dat is ook herinneringen ophalen aan hoe die ritten zo’n 25 jaar geleden verliepen. Met papa’s aan het stuur (behalve voor een stuk autostrade, zodat papa even zijn ogen kon sluiten), mama’s met wegenkaarten en een thermos koffie aan de voeten en kinderen die al eens op de hoedenplank mochten pitten. Opgenaaid (oud) en wagenziek (jong) landden we uiteindelijk in onooglijke dorpjes met namen langer dan hun hoofdstraat. En kon de pret echt beginnen.

In het Franse huis waar we net een week logeerden hingen links en rechts grote kaders met tientallen familiefoto’s, kris kras over elkaar. Dat typische late jaren 80, vroege jaren 90 sfeertje spatte er van af: weelderige kapsels, te grote t-shirts, overbelichte gezichten, alles een beetje flou. Ik ken dat soort foto’s uit al die fotoalbums die mijn moeder zorgvuldig samenstelde. Zomervakanties, skivakanties, geposeerde portretten. Eén specifieke jongen kwam keer op keer terug – als tiener, twintiger, op zijn trouwdag. Een heel deel van zijn leven hing daar, achter glas.

Tijdens de vakantie sta je er niet bij stil. Je bent bezig met niet smelten, met uitrekenen wanneer de baby in principe het volgende dutje in moet, met bussen zonnecrème en de tot waanzin drijvende muggenbeten op je benen. Je typt bestemmingen in op je GPS, bent alweer je zonnebril kwijt en telt na hoeveel zwemluiers er nog over zijn. Je gaat naar de winkel, eet een ijsje, drinkt wat extra glazen water tegen de hoofdpijn en luistert hoe je schoonbroer in geuren en kleuren een anekdote vertelt, terwijl hij olijfolie op wat tomaten sprenkelt. De kindjes pendelen tussen (reis)bed en zwembad, zetten natte voetjes op de keukenvloer en tateren de dag vol. Eens ze in bed liggen, is er tijd voor wijn, kaartspelletjes, boeken. Het is te warm om goed te slapen. Elke dag vloeit voorbij, met kleine besognes en beslissingen, alsof het niets is. Tot het moment dat je weer in de auto stapt om naar huis te rijden. En beseft dat het alles is.

Je kijkt rond, kijkt iedereen aan en je weet: deze weken zijn niet eindeloos, we maken dit geen honderd keer mee. Dit worden onze verhalen, onze albums, onze “haha, kijk eens, deze foto is hilarisch”, onze herinneringen. Klaar om te koesteren.

Half

Precies een half jaar geleden lag ik in het ziekenhuis, met een slordige 3 kilo mens in mijn armen. Hondsmoe en toch bleef ik nog urenlang wakker, om te kijken en om tegen andere mensen te zeggen “kijk dan. Ja he? Echt he?”.

Vandaag is dat mensje dubbel zo zwaar. Komt er een eerste half tandje piepen. Zegt ze halve woordjes zoals “Beh” en “dah”. Kan ze half omrollen. Belandt meer dan de helft van haar eten effectief in haar mond. Krijg je haar nooit meer dan half aangekleed voor ze weer iets in haar vuistjes heeft weten te klemmen en probeert weg te wriemelen. Slaapt ze soms de halve nacht bij ons in bed. Sabbelt ze graag op haar halve hand. Heeft ze een half hoofd vol pluizige haartjes (vooraan wil het nog niet zo lukken). Wil ze Achiel graag aaien, maar moet hij niet veel weten van haar halve knijp-greep.

Wij zijn intussen al een half jaar streepje ouder. Ook nog wel onszelf en partner en broer/zus en zoon/dochter en oom/tante en vriend/vriendin en neef/nicht en collega en zo, maar toch ook héél veel ouder. In onze daden en dromen. In wat we doen, hoe, wanneer. Zonder pauze. Alsof iemand elke dag 7 schepjes Nutrilon in onze hersenpan kapt. We doen het niet slecht. Met geduld waarvan we niet wisten dat we het in ons hadden, met opofferingen waarvan we niet wisten dat ze helemaal niet als opofferingen zouden aanvoelen. Met één onuitgesproken regel: het beste voor haar.

36394047_10106112170403592_5595951510304325632_nKijk maar eens. Ze zit gewoon al rechtop in haar hoge stoel met één mollig voetje elegant over het andere, al haar speelgoed op de grond te flikkeren. En er is geen mooier beeld op de wereld dan haar gezicht dat zich in een brede, pure glimlach plooit – omdat ze ziet dat je kijkt, of dat je lacht of zingt of zwaait of gewoon binnenkomt. Wat een cadeau om iemand zo blij te kunnen maken met zo weinig en dat dat dan echoot en jij ook als een idioot zit te grijnzen.

Gelukkige dag, lieve, zachte, grappige, geweldige, om op te vreten flinke schelm van een Grote Liefde van ons. Je beseft niet half hoe groot.

 

 

 

Fluctuat nec mergitur

Het gebeurt niet elke dag dat ik in bed lig te bedenken hoe ik zou reageren op een terroristische aanval of een gijzeling. Maar dat komt ervan wanneer je net voor het slapen kijkt naar de driedelige documentaire “November 13: Fluctuat nec mergitur op Netflix.

Sinds 1358 is dat blijkbaar het motto van Parijs, de unieke, onweerstaanbare stad die in november 2015 opgeschrikt werd door een reeks terreuraanvallen. Er komen tientallen getuigen aan het woord, gewone Parijzenaars wiens leven die avond op een paar minuten tijd voor altijd hertekend werd. Geen blitse montage, geen overdreven gebruik van archiefbeeld: je ziet mensen aan een tafeltje, worstelend met hun emoties, hun best doen om hun herinnering zo accuraat en eerlijk mogelijk weer te geven. De ene kwam er zogezegd zonder kleerscheuren van af, maar draagt in zijn ogen nog altijd de shock van toen. De andere verloor zijn vrouw en de moeder van hun dochter. Het is waanzinnig hoeveel mensenlevens er – op om en bij een uur tijd? – uiteen zijn gescheurd, omdat een handvol mannen dat zo hadden uitgedacht. Het is ontroerend, schokkend, pijnlijk, uiteraard, en één vrouw slaagt er in om me meermaals te laten glimlachen, wat een heldin is me dat. Ze kan verdorie lachen met zichzelf en met de absurditeit van haar situatie.

Ik weet nog precies waar wij die avond waren: op restaurant, in Gramm, centrum Brussel. We zitten te eten met vrienden en rond 22u, 22u30 druppelen de eerste onheilspellende tweets en nieuwsberichten binnen op onze telefoons. We beseffen niet onmiddellijk hoe en wat. Ik had zelfs nooit van de Bataclan gehoord. Mathieu bestelt nog een fles wijn. De cijfers in de tweets beginnen te stijgen: minstens dertig doden. Vijftig. Al zeker zeventig.

Mensen die gewoon een glas dronken, die de werkweek wegspoelden met een collega, die hun vader net nog een filmpje hadden gestuurd van het concert, neergemaaid, “comme des lapins”. Je ziet talloze moedige hulpverleners. Je hoort iemand vertellen dat ze een wildvreemde de hand van een stervende zagen vasthouden, zodat die zijn laatste minuten niet alleen moest doorbrengen en je denkt: juist. We zouden in deze tijden nog vergeten dat we nog gewoon goed voor elkaar kunnen zijn.

Terwijl wij stil en voor een keer niet afgeleid door telefoons en laptops naar de docu kijken ligt onze baby rustig te slapen, voor onze neus. Veel getuigen hebben het over hun kinderen. Die waren gelukkig niet op de plaatsen waar de ontploffingen en schietpartijen plaatsvonden, maar ze waren wel de reden voor veel mensen om vol te houden. Zeker wanneer het vermoeden er was dat de andere partner het misschien niet zou halen. Het woord “orphelin” valt en spookt door mijn hoofd. Ik denk aan de nieuwsbeelden van de afgelopen dagen – de bange, huilende kleuters aan de Amerikaanse grens.

“Als wij ooit…” – “Daar wil ik niet aan denken.” Maar we denken hetzelfde.

Advertenties