Categorie archief: Uncategorized

Je de floop flee

Zouden mensen die in de supermarkt geconfronteerd werden met zo goed als lege rekken – en die dus noodgedwongen hun mandje moesten vullen met wat er nog was – iets hebben aan de recepten uit ons IKEA-keukentje? De peuter toverde vandaag kiwi in de oven met mayonnaise op tafel, met een halve appel (ongeschild) in een koffietas als toetje. Doe er uw voordeel mee.

Deze middag maakte ik spontaan een filmpje toen we samen ‘IJsbeer, ijsbeer, wat hoor je daar?’ van Eric Carle lazen – een boek waar ze al lang gek op is. Plots is er tijd om wel tien boeken na elkaar te lezen. Enfin, eigenlijk is die tijd er niet, maar ik wil haar ook niet de hele dag afwimpelen en haar broer slaapt net even. Het is fijn, zo naast elkaar, ook voor mijn angstige geest. Ik post het filmpje in de whatsapp-groepen van onze twee families en stuur het ook naar de meters en de peters. Het is daar druk deze dagen. Terwijl ik haar Facetime-drang normaal gezien wat temper, ga ik er nu vaker op in. Oma of tante nog eens bellen? Waarom ook niet. Ik weet op voorhand dat ze de telefoon zo schuin gaat houden dat enkel haar frou en ons plafond zichtbaar zijn en dat er buiten een paar ‘ja’s’ en totale non sequiturs weinig conversatie zal volgen, maar dat is ok. Elk gesprekje doet deugd, want het betekent eigenlijk altijd ‘Wij denken aan jullie en hopen dat het allemaal goed komt’.

Ze ziet een treintje op de kast staan met haar naam. De eerste letter kent ze al een tijdje als ‘haar letter’ en die spot ze OVERAL, tot op verpakkingen toe. Ik spel de andere drie letters: errr, aaah en nnnnuh. Ze knikt en gaat ze ook af: ‘Shushi, sesshies en shniis’. Help. Ik heb Joey gebaard die Frans leert.

a6574aca52aca2d294792dd0264695b5

We spelen met playdoh – hartjesvormpjes, wormpjes (worstjes) en kaas met gaatjes in alle kleuren van de regenboog. En ze haalt ook haar dokterstas boven. ‘Mama is ziek?’ vraagt ze, en begint meteen te knikken. Volleerd. Ze haalt de speelgoedkassa uit de kast, die met het scannertje dat rood licht geeft, en bestraalt zorgvuldig mijn handen en voeten. Een soort hypermoderne UV-therapie, vermoed ik. Ze lijkt tevreden. Niet alleen met mijn gezondheid, maar in het algemeen. Ze lijkt het niet vreemd te vinden dat we met z’n allen in het langste weekend ooit verzeild zijn en dat we nergens meer samen naartoe gaan. Benieuwd hoe lang dat duurt.

Terwijl ik dit snel aan het schrijven ben – het is niet dat er geen echt werk op mij ligt te roepen nu de kindjes in bed liggen – loopt er een berichtje binnen. ‘Even zwaaien aan jullie raam?’ Vrienden uit de buurt, die nog een avondwandelingetje maken om hun hoofd wat te verluchten. We praten, vanuit ons raam, zoals we nog nooit eerder gedaan hebben. Het doet deugd om elkaar te zien en te horen, nu we elkaar niet meer vanzelf kruisen aan de deur van de crèche. Het doet deugd om deze mindfuckery in woorden te gieten.

 

 

 

 

 

Creche

Ik ben de tel kwijt, maar ik ben al enkele honderden keren door de poort van onze crèche gewandeld. Met een baby in een draagzak. Met een 1-jarige in een buggy. Met een baby én een 1-jarige in een fietskar. In de blakende zon, de gietende regen en in het pikdonker. Die poort is de poort van onze dagen. Na het afzetten begint de dag echt. En na het ophalen gaat het wieltje stilaan langzamer draaien.

Ik ben er al in tranen toegekomen, hoogzwanger en moegetergd door een rellende peuter. Eén avond was ik te laat – ik stond hopeloos vast in de file en mijn man zat in het buitenland voor zijn werk – en rende zo snel mijn voeten mij dragen konden naar binnen, waar twee engelen mijn dochter en elkaar gezelschap hielden. In het kleine halletje heb ik al knuffels gekregen van andere mama’s, eindeloos veel babbeltjes gedaan met de poetsvrouw, hopen papieren knutselwerkjes bewonderd. Elke ochtend wijst onze dochter fier naar haar lockertje en kapstok. Ze inspecteert welke pantoffels er in de gang staan en licht me luidop toe welke kindjes er al zijn en wie nog moet toekomen. Als ze iets nieuws aan heeft, kan ze niet wachten om linea recta naar Natasja te catwalken, de kinderverzorgster wiens ‘ooohs’ en ‘wauws’ het meeste indruk maken. En ook als ze niet in vorm is, laat ze zich met plezier door haar optillen en paaien.

Na ons eerste bezoek was ik nochtans niet helemaal overtuigd. Was dit een goede plek? Zou ze hier gelukkig zijn? Was er genoeg plaats om te spelen, ook buiten? Ik had nooit iets anders overwogen dan mijn kind(eren) voltijds weg te brengen, net zoals mijn eigen moeder dat gedaan had. Maar de concrete realiteit – wegsprinten naar kantoor terwijl je vlees en bloed achterblijft ten huize ‘maximum 8 kinderen per aanwezige kinderbegeleider’ – klonk ronduit lelijk.

Na anderhalf jaar stel ik me sommige vragen niet meer. We zien met onze eigen ogen hoe goed onze dochter in haar vel zit, hoe enthousiast ze speelt. Maar één vraag blijft hangen: kunnen we echt niet beter dan dit? Vinden we de zorg voor de allerkleinsten zo onbelangrijk? Laat het grote geld maar elders naartoe vloeien – onze baby’s hebben niet veel nodig, zo blijkt. En als er een kinderverzorgster ziek wordt of door haar rug gaat van het eindeloze tillen en dragen en sussen, tsjah, dan moeten haar collega’s hun maximum maar wat optrekken. Tientallen pampers vervangen, kan dat niet nog wat efficiënter? Tranen drogen, ruzies doven, eten naar binnen lepelen en tussendoor taal, creativiteit en empathie stimuleren, het is blijkbaar niet zo waardevol dat er niet nog een beetje op bespaard kan worden. 1,3 procent minder werkingsmiddelen, om concreet te zijn. Amper 1,3 procent! Waar hebben we het over! Die baby’s mogen verdorie blij zijn dat ze geen theatervoorstellingen of kortfilms maken, ze zouden wel anders piepen. 

Ik ben eindeloos dankbaar voor de vrouwen die daar hun kas afdraaien. Ga er maar aan staan, elke dag opnieuw, tot half 7 ’s avonds. Ook op momenten dat je collega onverwacht uitvalt, elk kindje hoest en jengelt en je directrice je vertelt dat er nog steeds geen vervanger is gevonden voor die andere collega die weken geleden al ziek werd. Hetzelfde geldt uiteraard voor de mensen die zorgen voor onze zieken en bejaarden en al wie hulp nodig heeft. 

’s Avonds staat er vaak een hartje op het hand van onze dochter. ‘Van Odedie’ (Elodie). Het was ook Odedie die de kartonnen verjaardagskroon maakte die dit weekend vereeuwigd zal worden op een nieuwe reeks familiefoto’s. Even toveren met een paar nietjes, wat stickers en kleurpotloden. Het is het grootste werk dat er is.

 

10 nummers

Jonas Winterland nodigde mij uit om 10 dagen lang een nummer te posten dat belangrijk is geweest in mijn leven.

10. Charles Aznavour – eender wat

Charles Aznavour is mijn Madeleine-koekje. Deze muziek, dat is mijn moeder die op zondagmiddag staat te strijken in de kamer naast mijn slaapkamer. Ik hoor haar mee neuriën met de enige cd die ze ooit opzet terwijl ze kwistig extra stoom op de hemden van mijn vader loslaat. Psh. Psh. Franse vibrato – iets over jonge liefde en oude spijt. Psh. Soms zet ik me even op de vensterbank en kijk ik toe. Ik stel wat onzinnige vragen. Ik zou moeten oefenen, morgen is het weer gitaarles, maar zit liever hier. Ik ruik deze liedjes.

9. Cat Stevens – Wild World.

Cd’s waren voor de strijkkamer, platen waren strictly voor de living. Waaronder ook Tea for the Tillerman van Cat/Yusuf. Ik heb lang niet geweten wat een ‘tillerman’ in godsnaam was (volgens tinternet ‘person who steers a boat’ dan wel ‘a person who steers the rear wheels of a fire truck or controls its ladder) en ik vond de LP-hoes ook best creepy. Maar mama zei eens dat papa moest huilen met ‘Wild World‘ toen mijn oudere zus nog maar een peuter was omdat hij toen al dacht aan het moment waarop ze groot zou zijn en dat maakte behoorlijk veel indruk. Ook toen ik de teksten nog niet begreep voelde de plaat al als een warme, ruige jas.

8. Old McDonald had a farm

‘Wij gaan later toch geen kinderliedjes opzetten in de auto he?’. Twee jaar later piep ik – uiteraard – anders. Ik zing ze verdorie zelf! Ik had er niet aan gedacht hoe geweldig het is om dat bijna-twee stemmetje van op de achterbank te horen freestylen. Er is een olifantje in het bos, er zijn dieren die wonderen verrichten, zakken witte wol, haasjes vol adrenaline en sinds kort een heel arsenaal Sint-nummers. Ik zat onlangs achter het stuur met een innerlijke batterij van een bedroevende 18%. Maar zelfs dan, als mijn dochter met een brede smile vraagt of ik ‘Ie-jaa-joo’ wil zingen, dan zing ik.

7. Jasper Steverlinck / Bruce Springsteen – If I should fall behind.
https://www.youtube.com/watch?v=i2eBvLS_0vU

Op nummer 7 omdat we op de 7de getrouwd zijn. We hoorden dit nummer op de wei van Werchter – door de boss himself. Jasper was zo galant om het tijdens onze openingsdans te willen spelen.

6. Heather Nova – Island.

De eerste cd die ik ooit kocht – met een cadeaubon, vermoedelijk nog in de Free Record Shop – was Oyster van Heather Nova. Ik wist begot niet wat kiezen dus koos mijn oudere zus in mijn plaats. Cool plan, alleen had ik als 9-jarige totaal geen voeling met de muziek of de teksten over gebroken harten en misbruik. Maar met de tijd kwam dat en als tiener kon ik ook volop zwelgen.

5. Janet Baker – When I am laid.

Kippenvel. Ontdekt dankzij Alleen Elvis blijft bestaan.

4. Acda en de Munnik – Als je bij me weggaat

Ontdekt via een Nederlandse jongen waar ik als puber veel te lang een veel te groot boontje voor had. Hij brandde cd’s voor mij (ja, die tijd was het) van dit duo, stuurde ze op met de post en ik zong woord voor woord mee, want dan voelde het ergens alsof we met elkaar communiceerden.

3. Laura Marling – Crawled out of the sea

Liefde.

2. Feist – The limit to your love.

Of ik mee wou naar een concertje. Ze had gratis tickets via haar studentenjob bij de radio. Waarom niet? En zo kwam ik dankzij mijn Pools kotgenootje in Toronto terecht bij een concert van de mij toen totaal onbekende Feist. Wie wordt er nu niet binnen de eerste minuut verliefd op deze vrouw?

1. Tank and the Bangas

Als ik me slecht wil voelen luister ik naar Lera Lynn. Als ik me goed wil voelen naar deze band.

 

Heel

Dat Alanis er serieus naast zat met haar voorbeelden van ironie weten we al lang. Dus hier, neem deze: het ouderschap. Hoe omschrijf je anders dat het bijmaken van 200% nieuwe mensen ertoe leidt dat je je precies nooit meer 100% voelt?

Ik heb het niet zozeer over het slaapgebrek en de viruspiñata die de crèche heet. Ik heb het niet over die lamme arm omdat je het kindje dat per se met de fiets wou UITERAARD toch aan het dragen bent (en haar driewielertje in je andere hand). Ik heb het over het feit dat je met je gedachten altijd deels bij die kleine mensen bent, als ze in de buurt zijn en al helemaal als ze niet in de buurt zijn. Alsof je hersengolven dag en nacht op hun frequentie zijn afgestemd – soms heel subtiel, dan weer loeihard – waardoor er altijd een zachte ruis zit op je eigen bedenkingen. Ik heb het over hoe zoveel handelingen zoveel mentale omwegen vragen.

Is het tijd om te vertrekken? Heeft iedereen genoeg gegeten en gedronken? Zijn alle pampers proper? Raakt iedereen veilig de trap af? Heb ik alles bij? Nemen we de buggy of de draagzak of de fietskar? Regent het? Hoe ver moeten we? Gaan ze op de creche merken dat ik een pyjamabroek draag? Maakt het uit? Welke schoenen en jasjes doe ik hen aan? Niet doen, schatje. Kom jij eens hier? Nee, laat dat maar liggen. Dat gaan we niet meenemen. Oei, haal dat eens uit je mond. Ik zal je helpen, kom maar. Het is koud, dus doen we onze jas aan. Heb ik mijn sleutels? Schat, mama moet heel even terug naar boven, maar ik kom meteen terug, ok? Stap maar aan die kant. Stoppen bij het zebrapad. Zie je het groen licht? Nu moet je echt echt ECHT oversteken, anders is het weer rood. Nee, ik kan je niet pakken, lieveke. Geef maar een hand, maar kom nu. Ja, dat is een heel grote regenplas. Ja, dat is een hond. Je valt noodgedwongen eindeloos in herhaling. Je hoort jezelf dingen zeggen die je altijd associeerde met duffe moederkes die niets beter konden bedenken. Het is een stroom van gedachten en beslissingen en communicatie waarmee je alles goed wil laten verlopen, maar die je op een of andere manier ook erodeert.

the-funny-thing-about-kids-is-they-are-the-reason-48290774

Nog heel even en ik laat ook kind 2 elke werkdag achter bij iemand anders terwijl ik aan de andere kant van de stad mail, bel, praat, luister en gratis koffie tank. De vorige keer voelde dat alsof ik een ledemaat kwijt was. Mijn dag- en nachttaak zat, toch tot de vroege avond, plots bij iemand anders. De draaimolen staat even stil, de muziek staat af. Maar de vrijgekomen ruimte vult zich niet vanzelf weer met elegante passen vooruit en fijnzinnige toonladders tot een logisch geheel.

Ik weet dat het over een paar jaar anders zal zijn. Het praktische geharrewar blijft niet duren en ik begrijp de gelukzaligheid waarmee mijn oudere broer zich het moment voor de geest haalt waarop hij aan zijn kinderen vroeg om hun gordels vast te maken en hij twee perfecte klikjes hoorde. Op een dag horen we nog net ‘Ik ga effe naar Seb he!’ voor de voordeur dichtvalt. En kunnen we onze energie weer helemaal anders verdelen.

Als de tropenjaren je iets leren is het dat je meer kan dan je denkt. Ook op het moment dat je je even coherent en volledig voelt als een halfverteerde sliert zeewier daag je nog op. Ook dan hoor je je peuter vragen ‘Mama ie-ja-joo?’ en zing je Old McDonald had a farm. Met een moo moo hier en een fucking moo moo daar. Ie-ja ie-ja oo. Het zijn geen geniale doorbraken die de mensheid vooruithelpen. Maar het is een pleziertje voor een van mijn favoriete mensen. En dat moet even volstaan.

 

 

 

Scenes uit een huwelijksleven

  • Ik zal dat wel even voor jou installeren.
  • Dat is lief.
  • Waar is je laptop?
  • Hier. Ik heb wel niet meer veel batterij.
  • Ik snap niet dat je die niet insteekt overdag. Allez, geef je oplader. Wat is je paswoord?
  • XXX!
  • Nee, dat is niet juist.
  • Ah. Met een cijfer bij dan?
  • Nee. (begint ongemakkelijk te schuifelen)
  • Dan sowieso XXXX.
  • Nope. Komaan he.
  • Ben je zeker?
  • Ja, ik kan toch typen. Het is niet XXXX (steeds meer wenkbrauwhaartjes springen recht)
  • Goh. Geen idee dan.
  • Hoe kan dat?
  • Meestal wordt dat automatisch ingevuld, ik heb dat al heel lang niet meer zelf moeten typen.
  • Kies dan gewoon altijd hetzelfde paswoord.
  • Super onveilig. Probeer eens xxx?
  • Ook niet (Een ader tekent zich af). Is het met een hoofdletter?
  • Mogelijks.
  • Heb je dat nergens opgeschreven dan?
  • Ah nee, da’s ook totaal niet veilig.
  • (diepe zucht, meerdere vingers worden gekraakt). Ok, niet erg, je kan aangeven dat je het niet meer weet. Wat is je gebruikersnaam?
  • Mmmm. Bedoel je… Sofie?
  • Oh my god.
  • Ja ZEG. Dat moet ik ook nooit invullen normaal! Probeer eens dit.
  • Nope.
  • Ok, dat dan.
  • Ook niet. (Enkele tanden knarsen. De kat zwiept onrustig met zijn staart.) Met welk emailadres is dat verbonden?
  • Ik vermoed met gmail.
  • Je vermoedt het? Ik snap niet… Soit. Laat maar zitten. Je oude paswoord was ‘Appeltaart1’.
  • Appeltaart1?? Zo raar. Zegt me niks.
  • Bon. Je mag een nieuw kiezen, ik stel voor dat je iets pakt dat je wel kan onthouden en dat vanaf nu ergens bijhoudt.
  • Yes.
  • Waar is je identiteitskaart?
  • Ik denk in mijn portefeuille. Ja, voila!
  • Weet je tenminste de code van dit?
  • Ja, dat is 123.
  • Allez vooruit. Zover zijn we.
  • Hoera!
  • Ik ga nu de hele app gewoon wissen en herinstalleren.
  • Ok.
  • Wat is je paswoord voor de app store?
  • Pfoe. Geen flauw idee.
  • … (Een snoezig wolkje stoom ontsnapt uit het linkeroor)
  • Normaal gaat dat vanzelf. Met mijn vingerafdruk.
  • HOE BESTA JIJ IN DE WERELD!
  • Dat lukt wel.
  • Geef gewoon uw telefoon.
  • Hier! Oei, de batterij is precies plat. Heb jij mijn oplader ergens gezien?
  • (Staat op, graait een handvol koffiebonen uit het koffiemachine en begint rustig te kauwen, de blik op oneindig.)

 

 

Amai

Amaais. Dat is wat Frances antwoordt als je haar vraagt hoe haar broertje heet. We laten het voorlopig zo. Het komt in de buurt van zijn echte naam, het is knetterschattig en bovendien heel toepasselijk.

Het woord schoot al vaak door mijn hoofd de voorbije maand. Amai…

  • hoe zot blijft het moment waarop die baby plots op je borst ligt, in al zijn minuscule glorie? Je staart, nog wat gaga van de adrenaline en de pijn, naar een verfrommeld snoetje en kan alleen gelukzalig denken ‘Jij bent het dus. Natuurlijk’. En samen genieten van het feit dat die bevalling achter de rug is.
  • zo’n pasgeboren kindje is afhankelijk, weerloos en dag en nacht aan jou vastgeplakt. Dat is bijzonder maar ook genadeloos.
  • communiceren met iemand die stil/rustig is OF boos zijn tandvlees bloot krijst is…niet altijd zo tof als communiceren met andere, minder binaire mensen.
  • het is de tweede keer allemaal niet meer zo nieuw, niet meer zo overweldigend. Dat voelt soms wat wrang (zo snel ben je dus gewend aan de Mirakelen des Levens), maar het spaart ook stress uit.
  • je vergeet zoveel als je het niet opschrijft. Ons eerste kind is nog geen twee en we hebben de helft van de tijd al geen benul meer hoe alles ‘toen’ ging. Een wonder dat onze eigen ouders nog IETS weten over toen wij klein waren.
  • vanaf wanneer zou ‘met vier’ heel normaal gaan aanvoelen in plaats van overladen? En waarom vragen mensen nu al of er nog een derde kind komt??
  • hoe doen mensen dat zonder partner? Mensen die elkaar niet kunnen aflossen of bijstaan, die geen snelle knuffel kunnen stelen in de keuken? Ik zou het echt niet weten. (In dezelfde lijn, hoe doen vrouwen het die kinderen hebben met een man van de school ‘Goh. de eerste twee jaar sta je als vader toch aan de zijlijn‘ – dat is gezeik van de allerhoogste plank en maak met zo iemand toch geen kinderen. Mijn man staat mee op die middenveldstip – ja, voetbalmetaforen zijn volledig mijn ding – en daar ben ik elke dag blij om)
  • wat een geniaal idee van de vroedvrouw om het woord ‘acceptatie’ te laten vallen. Mindful moederen, of zo.
  • borstvoeden hoi hatsekidee, maar het kan ook pijnlijk, morsig en fysiek belastend zijn (hallo borstontsteking). Ik doe het, maar ik kijk ook uit naar het moment waarop ik mijn dagen niet meer moet uitrekenen in blokjes van zoveel uur tussen twee voedingen.
  • kunnen wetenschappers eens onderzoeken hoe de Estafette van Kleine Verdrietjes werkt? Je weet wel, het fenomeen waarbij Ene Kind en Andere Kind elkaar naadloos aflossen met gejengel, waardoor je altijd wel iemand aan het helpen of troosten bent? Het lijken wel communicerende vaten terwijl je eigen vat leegdruppelt (Ik heb ooit surfles gevolgd en dat ging niet zo goed, wat te verwachten was. Het vervelendste vond ik dat de zee (oceaan?) nooit zei ‘Ik ga even pauzeren, zodat dat mensje kan uitblazen, het zout water uit haar ogen kan wissen, eens diep kan ademhalen en rustig op haar plank kan kruipen’. Hoe moest ik dit ooit onder de knie krijgen als ik mij na elke aquatische opdoffer niet even bij elkaar kon rapen? Surfen heb ik nooit geleerd. Moederen al wel een beetje. Maar dus die ene golf na die andere, terwijl je ook wel eens even op het strand wil staan, dát).
    back
  • hoe warm is het bij Kind en Gezin? Ik snap het, je moet je baby uitkleden terwijl je wacht en dus mag het niet te fris zijn, maar my God. En lang leve de dames-vrijwilligers zonder wie de wereld vierkant zou draaien, maar ze hebben verdorie toch altijd wel wat aan de hand daar. En zoveel onnodige stress. Terwijl hun taak hoofdzakelijk is om pamperbaby’s op een weegschaal te leggen, kan je iets gezelligers te doen hebben op een druilerige herfstdag?
  • hoe fijn is het als je een eerlijke maar ietwat beschaamde confessie doet bij een andere ouder en die laconiek reageert met ‘Maar schatteke, bij ons was dat ook hoor’?
  • sorry aan de DHL-man op wiens autoraampje ik klopte en die ik vol vertrouwen aansprak met ‘U heeft aangebeld?’ en die helemaal niet had aangebeld maar toevallig voor onze deur geparkeerd stond – ik ben niet gek, ik had echt iets gehoord. Denk ik. Ook sorry aan de andere pakjesman bij wie ik vergat om mijn knoopjes weer toe te knopen. U bent een ware professional.
  • een peuter die wild speelt en per se zelf wil eten + borstvoeding + een jongensbaby die alle kanten uit plast = zo.veel.vuile.was.
  • hoeveel verschil kan er zijn tussen de ene dag en de andere? Het ene UUR en het andere. Ligt het aan een extra stukje slaap, een opstoot van hormonen, de juiste tas koffie, ik weet het niet, maar de grens tussen ellende en euforie en tussen ontroering en blinde paniek is vervaarlijk dun in babyland.
  • En ten slotte, HOE FLINK IS ONZE PEUTER. Natuurlijk merkt ze een verschil. Natuurlijk vraagt ze aandacht op allerlei manieren, profiteert ze van de aanwezigheid van bezoek om een grootse show op te voeren en is ze soms wat bruut met haar broer. Maar al bij al doet ze het fantastisch en houdt ze zich helemaal staande. Amaais.

 

Volledig

‘Jaaaa?!’

Ik weet niet waar of van wie je hebt het opgepikt, maar plots zijn al jouw ‘ja’s’ lang en maken ze een grappig vragend bochtje. Terwijl ze ook duidelijk en overtuigd zijn. Alsof je verbaasd bent door je eigen gevoel en het elke keer grondig wil proeven. ‘Of ik een flesje wil? IK GELOOF WAREMPEL VAN WEL MOEDER EN ZET ER MAAR SPOED ACHTER’. Je zegt nu ook ‘eummm’ als je een boekje staat te kiezen, ‘zo’ of ‘en nu’ als we de auto parkeren (dat komt van mij, hopelijk luister je minder goed naar de andere dingen die ik zeg als ik achter het stuur zit), en ‘mhm’ alsof je al veel ouder bent. De ‘visj’ in jouw prentenboek is een ‘dolfijn’ geworden. En je zet steeds meer woorden op een rijtje.

Vorige week trok ik je een bloemenkleedje aan en stelde vast dat het plots een tuniek was geworden. Je ging dan maar een tikkeltje scandaleus naar de crèche, we zullen het een ode aan Woodstock noemen. Het was lekker warm die dag en jou 1 keer aangekleed krijgen vergt genoeg diplomatie voor een hoogzwangere ochtend. Je bent deze zomer serieus opgeschoten, lieveling, in centimeters en in taal.

41B3E7B2-240B-40A1-B12A-95F68E07D5C9

Er zijn duizend opsombare dingen over jou die mij doen glimlachen. Je gekke, fijne haartjes (ik voorspel nu al tiener-gezucht over hoe je zo graag krullen zou willen waarna ik als voorspelbare en totaal onbehulpzame moeder zal zeggen: ‘Schat, mensen betalen veel geld bij de kapper voor zo’n mooi sluik haar!’ en jij alweer met je ogen zal rollen). Je mooie minitandjes. Het groeiende gemak waarmee je door de huizen van je grootouders en tantes bottert. Hoe je luid ‘spjing!’ zegt en goed je knieën plooit maar nog niet echt van de grond komt. Je gretige blik (in het begin vond ik het een klein beetje spijtig dat je geen blauwe ogen had, maar intussen ben ik verliefd op die felle kogels). Je enthousiaste oprechtheid – die niet wegneemt dat je de kracht van drama en doen alsof al heel goed snapt. Het feit dat je heel snel je handen en knieën afstoft als je valt, gewoon verder doet en mij zo elke keer een lesje weerbaarheid geeft. Het feit dat als je je écht serieus pijn doet, je wel nog huilend onze armen vindt. Hoe je nu op twee voetjes de trap op en af kan – aan het handje of de leuning – en jezelf Eddy Wally-gewijs constant aanmoedigt met ‘amai’ en ‘wauw’. Dat je geen driftige bullebak bent maar je ook absoluut niet laat doen (‘Pas op he!’). Dat de verzorgsters op de crèche je oprecht graag hebben. Hoe wild je met een lepel in een lege pan wroet, mij er ook een geeft en door het dolle heen gaat ‘loelen loelen loelen!!!’ Je obsessie met de rosse zwerfkat die soms op het dak achter ons huis ligt te loungen en je gekijf op onze eigen kat. Je al even grote obsessie met je ping pong t-shirt en je papegaaientrui. Dat je dankzij het spelletje ‘En nog een hap voor…’  stilaan alle namen uit de familie kent, netjes per gezin. Dat je goed weet wat ‘nee’ wil zeggen, heel belangrijk in het leven. Dat je nooit niet blij wordt van een tram, bus of brommer te zien en, als het je lucky day is, ‘nog e tram! Nog e bus!!’ (Spoiler: vaak is dat hetzelfde exemplaar dat ons gewoon heeft ingehaald, maar dat doet er niet toe). Dat we je steeds moeilijker ook maar iets verkocht krijgen als ontbijt, terwijl je je lunch en avondeten aan recordtempo naar binnen schaffelt als een volgroeide zeebonk.

Dat je kleine broer ons geduld wat op de proef stelt, heeft alvast dit groot voordeel: we kunnen nog iets langer al onze ogen en oren op jou richten en je keer op keer tonen hoe geweldig we je vinden. Al 20 maanden lang. Ik kan me nog steeds niet concreet voorstellen dat je binnenkort finaal van ‘enig’ naar ‘eerste’ kindje gaat. En het frustreert me dat ik een beetje gas moet terugnemen en opgelucht ben als iemand anders je in of uit een stoel tilt, ronddraagt of ververst. Dat ik je knuffels soms een beetje moet afweren om mijn buik te beschermen en niet zomaar hapjes eten kan overnemen die je mij zo lief aanbiedt. Ik kan je even niet met volle energie tegemoet komen liefste, maar geloof me: ik ben nog volledig de jouwe.

Aankomen

Veel verschillende medeklinkers in één woord, dat is voor losers. En dus loopt Nan rond met een nonijn, rijden mensen voorbij op hun tiets, gaan dingen niet kapot maar patot en staat er een papetaai op haar lievelingstrui. Mijn persoonlijke favoriet, wegens heel schattig én geweldig nuttig, is ‘ni a-momen’. De gsm van mama, de box van de tv, alles wat scherp, heet, duur of ranzig vuil is: niet aankomen.

Nog een slordige, intensieve maand en een unieke periode uit mijn leven is finaal afgelopen. Ons klein kindje krijgt een nog veel kleiner exemplaar naast zich en als ik mag afgaan op hoe ze reageerde op de twee meest recente babybezoeken – huilen als ik de baby vasthield en op andere momenten het immobiele schaapje streng toespreken met ‘Nee baby!’ – wordt dat niet haar favoriete kindersurprise. Ik kan het haar niet kwalijk nemen. En ik kan haar al helemaal niet garanderen dat het allemaal dolle pret wordt, integendeel. We zullen moe zijn en onzeker en ongeduldig en overlopen van schuldgevoel en regelmatig foute keuzes maken.

16777532-7311187-To_have_and_to_hold_This_little_girl_looked_in_shock_when_she_he-a-56_1564685953453

Niet toevallig is ze de laatste maanden weer een pak tactieler geworden dan voordien. Miss ‘Laat mij doen’ wil weer vaker opgetild worden en ze valt sneller in slaap als ik haar nog even in mijn armen neem, in de schommelstoel naast haar bed. Terwijl haar ademhaling vertraagt, roert haar broertje zich. Zou het ongemakkelijk voelen, een peuter zo dicht in de buurt, of wil hij net doodgraag weten bij wie dat bazige stemmetje hoort dat de hele dag bomen en bussen loopt te begroeten? Ik vind het wel fijn, dat contact zoeken zonder bang te moeten zijn dat ze hem een oog uitsteekt of versmacht onder haar ribfluwelen mini-zeteltje.

Ik bekijk mijn hoogzwangere buik in de spiegel en besef dat ik er de voorbije maanden eigenlijk alleen vluchtig naar heb gekeken, terwijl ik de eerste keer elke subtiele fysieke verandering intens – en met lichte paniek want WAAR DE FOK EINDIGT DIT – bestudeerde. Sessies prenatale kine, een proefles zwangerschapsyoga (ugh), gespecialiseerde boeken lezen, een hoop infosessies over bevallen, er kwam deze keer helemaal niks van. Ik denk wel dat ik mijn buik even veel aangeraakt heb. Dat gaat vanzelf, gelukkig. Even hallo zeggen, of een ambetant voetje wegmasseren uit mijn ribbenkast. Absoluut wél aankomen.

Vandaag trakteerde mijn schoonzus me op een massage-sessie van een uur, terwijl zij babysitte. Een heerlijke ontsnapping. Om eerlijk te zijn was gewoon een uur alleen in die ergonomische stoel liggen, zonder meer, al een excellente behandeling op zich geweest. Maar gelukkig waren er ook lavendelcompressen en zorgvuldige aanrakingen en ademhalingsoefeningen. En de baby daarbinnen, hij reageerde mee. Elke keer opnieuw is de conclusie zo duidelijk: we zijn er als mensen op ingesteld om aangeraakt te worden. Het doet fundamenteel deugd om even uit je hoofd te komen, je spieren los te (laten) maken, de spanning te laten wegduwen door sterke handen die weten waar ze mee bezig zijn. We vinden het evident om baby’s te masseren als ze krampjes hebben, om overdonderde peuters in slaap te wiegen en door hun haar te strelen, om kleuters stevig te knuffelen als vast avondritueel, maar zelf vergeten we er te vaak om te vragen.

 

 

 

 

 

 

Les vacances

Vakantie in Frankrijk.

Dat is zeggen hoeveel centimeter brood je graag nog wil in plaats van hoeveel sneetjes. En elke dag een ander kindje dat graag mee wil naar de lokale bakker.

Dat is een stuk watermeloen in de vorm van een brede lach, een prepuber die zegt dat ze dit fruit helemaal niet verfrissend maar net superdroog vindt en een peuter die smakelijk eet terwijl het sap over zijn of haar blote bastje loopt.

Veel water en veel wijn.

Dat zijn vriendelijke én norse Fransen en bij allebei zeggen ‘Dat is toch typisch, he?’

67488581_1977136495720019_3324842541563510784_n

Dat is blij zijn met lange middagdutjes, zodat je de checklist even niet meer moet  overlopen (ingesmeerd? Zwempamper aan? Veilig in het water? Gewone pamper weer aan? Hoedje op? Genoeg aan het drinken? Geen ijsjes-pollekes aan het afvegen aan wat-niet-afwasbaar-is?)

Dat is het grootste deel van de dag doorbrengen in een straal van 10 meter rond de buitenkeuken. En was die droog is nog voor de volgende lading gewassen is.

Dat is een zwembad waar de ene als een bommetje midden in springt, de andere rustig door waadt zonder nat haar te krijgen en nog een andere elke dag moedig grenzen verlegt door zich elke dag een paar meter verder te wagen van het trapje. Waar het kindje dat moord en brand schreeuwt in bad kirrend in rondsplasht.

Dat is ondraaglijk veel jeuk, redelijk veel zweet en heel weinig textiel.

Dat zijn onooglijke dorpjes met charmante pleinen die op zich niet zo spectaculair zijn, maar waarvan je jaren later nog weet ‘Daar is toen die foto van jullie gemaakt’.

Dat zijn neefjes en nichtjes die elkaar veel meer aanleren dan ze zelf beseffen. Woordjes. Namen. Ander eten. Dat ze iets niet willen tot de andere het wel wil. En een beetje mal du chat. (En volgend jaar is er nog eentje extra bij!)

Dat is elke dag ‘Eet op, he mannekes’ horen uit de mond van de laatste die vertrekt want ‘ik wil niet nog tot Kerstmis kaas moeten eten’. 

Weg

Alles liep gesmeerd. Kind 1 had geleerd de trap op te klauteren, kon steeds beter alleen eten en sliep als een bedwelmde boterbloem. Net nu ik de laatste bocht van mijn zwangerschap inga en het buiten 100 graden is, is dat kind spoorloos verdwenen. Ze wordt plots een volle 2 uur vroeger wakker, wil constant opgepakt worden en op schoot (alvast sorry kind 2, voor al die kleine knie- en elleboogstootjes en de minder uitgeruste moeder, ik probeer je echt zo goed mogelijk te beschermen – en nu we toch aan het praten zijn, meet your big sister) en moet bij elke hap bedolven worden onder de aandacht en de bravo’s of ze keilt haar menu ijskoud de grond op.

Volgens ‘Oei ik groei’ leerde ze tijdens haar laatste sprong onder meer dat ze een eigen wil heeft, macht heeft en dat mama en papa aparte mensen zijn. JA NOGAL. Ons leven is plots zo’n fotogallerijtje van ‘peuters die huilen om dwaze dingen’. Badpak aan = waanzinnig onrecht. Badpak een paar uur later weer uit = een nog veel groter onrecht. Verversen = alligatorworstelen. Ze ging altijd graag in bad, maar dat is plots een onmenselijke foltering (In een zwembad een emmer water over zich heen krijgen, zero issues). Uit de buggy getild worden bij aankomst thuis = belachelijk (ze blijft er dus nog even in zitten, in de gang, als een weirdo). Eender welke ouder die de kamer verlaat = ALARM. (We kijken altijd samen aan het raam hoe papa ’s ochtends naar het werk vertrekt en toch vraagt ze daarna nog een keer of 23 waar hij is. WEG SCHAT WEG IN GODSNAAM JE HEBT HEM ZELF DOOR DE POORT ZIEN… zucht. Kalm blijven. Papa is weg met de brommer, lieveling. Ja, de brommer, ja). Een willekeurig stuk fruit of een paraplu meenemen naar de crèche = standaardprocedure of er wordt de hele route lang gekrijst (ook al regent het niet en wordt het fruit niet opgegeten). Geen broodmes uit de vaatwas mogen halen dat langer is dan haar eigen arm = WOE IS ME. Ze blijft altijd mijn allermeest favoriete kindje op Aarde, maar ik heb een maximaal absorptievermogen qua meltdowns per uur, zo blijkt.

FC_Image_1x_tantrum

Toen ik onlangs bij de vroedvrouw passeerde, vroeg ze hoe het ging en ik hoorde mezelf zeggen: ‘Ze heeft dus nogal weinig tolerantie voor…alles, eigenlijk.’ Ze heeft de dramatische kracht van ‘auw’ en ‘oei’ ontdekt en zet haar Weltschmerz extra in de verf met gepijnigde wenkbrauwtjes en een naar lucht happend vismondje die hun eigen Emmy verdienen. (Public Service Announcement: afkeurende blikken/opmerkingen van andere mensen of advies in de trant van ‘Je moet het anders aanpakken’ maken het echt gewoon erger. Negeer het gewoon, alstublief, of neem haar 5 minuten van ons over of zeg dat het bij jullie ook wel eens zo is, dát helpt. Het is niet dat ze anderen pijn doet of de boel afbreekt – ze is gewoon heel jammerig. We zoeken onze weg, danku).

Haar grootouders krijgen nog de oude versie over de vloer. Die zeggen dat het zo’n gemakkelijke logee is en vragen per sms of ze haar ‘stilaan moeten wakker maken want ze slaapt nog altijd’. UITERAARD. Ik weet dat het de leeftijd is. Dat ze in de crèche van de baby’s naar de peuters is overgestapt en dus plots bij andere verzorgsters is, met alleen oudere kindjes en nieuwe rituelen. Dat ze waarschijnlijk ergens aanvoelt dat er thuis ook iets groots staat te gebeuren. En dat het dus heel logisch is dat ze haar hielen in het zand zet en probeert te controleren wat ze kan controleren. Dat het een compliment is dat ze ons zo graag bij zich wil en al haar emoties bij ons uitstort. En dat ze moe is van al dat groeien. Het helpt niet om te roepen tegen iemand die vastzit in haar eigen kleine storm.

a520958e-a8df-48be-b96f-88b38796744e

Ik probeer haar zo veel mogelijk te troosten en te helpen, als wijlen prinses Di in een mijnenveld, maar ik sleep ook een ander kindje mee en heb helaas geen oneindige voorraad rust en geduld en milde moederheid om elk spreekwoordelijk en arbitrair kiezeltje in haar schoen uit de weg te ruimen.

 

Ik denk dat we na de voorbije weken stilaan weer in een opgaande lijn zitten. Ze wordt nog altijd ridicuul vroeg wakker, maar het aantal crisissen daalt gestaag en ze duren minder lang. Ze klimt al weer eens een trap op, zodat ik mijn armen voor iets anders kan gebruiken. Ze gebruikt woorden in plaats van meteen tilt te slaan. Ze geeft haar speelgoed opnieuw een kans, haalt weer schelmenstreken uit en gaat mee in de onnozele lolletjes van haar ouders. Ze weet op welke fronten we echt niet toegeven (hand geven op straat, niet rondlopen met scherpe objecten, the usual) en legt zich er bij neer. Ze gaat gewoon naar bed in plaats van eerst nog zachtjes in slaap gewiegd te willen worden. Ik houd mijn hart vast voor hoe ze na een lange zomer thuis de start van een nieuw schooljaar & kort daarna een nieuwe huisgenoot gaat verteren, maar voorlopig ben ik dankbaar voor elk uurtje dat passeert waarin we elkaar vinden.