Categorie archief: Uncategorized

Les vacances

Vakantie in Frankrijk.

Dat is zeggen hoeveel centimeter brood je graag nog wil in plaats van hoeveel sneetjes. En elke dag een ander kindje dat graag mee wil naar de lokale bakker.

Dat is een stuk watermeloen in de vorm van een brede lach, een prepuber die zegt dat ze dit fruit helemaal niet verfrissend maar net superdroog vindt en een peuter die smakelijk eet terwijl het sap over zijn of haar blote bastje loopt.

Veel water en veel wijn.

Dat zijn vriendelijke én norse Fransen en bij allebei zeggen ‘Dat is toch typisch, he?’

67488581_1977136495720019_3324842541563510784_n

Dat is blij zijn met lange middagdutjes, zodat je de checklist even niet meer moet  overlopen (ingesmeerd? Zwempamper aan? Veilig in het water? Gewone pamper weer aan? Hoedje op? Genoeg aan het drinken? Geen ijsjes-pollekes aan het afvegen aan wat-niet-afwasbaar-is?)

Dat is het grootste deel van de dag doorbrengen in een straal van 10 meter rond de buitenkeuken. En was die droog is nog voor de volgende lading gewassen is.

Dat is een zwembad waar de ene als een bommetje midden in springt, de andere rustig door waadt zonder nat haar te krijgen en nog een andere elke dag moedig grenzen verlegt door zich elke dag een paar meter verder te wagen van het trapje. Waar het kindje dat moord en brand schreeuwt in bad kirrend in rondsplasht.

Dat is ondraaglijk veel jeuk, redelijk veel zweet en heel weinig textiel.

Dat zijn onooglijke dorpjes met charmante pleinen die op zich niet zo spectaculair zijn, maar waarvan je jaren later nog weet ‘Daar is toen die foto van jullie gemaakt’.

Dat zijn neefjes en nichtjes die elkaar veel meer aanleren dan ze zelf beseffen. Woordjes. Namen. Ander eten. Dat ze iets niet willen tot de andere het wel wil. En een beetje mal du chat. (En volgend jaar is er nog eentje extra bij!)

Dat is elke dag ‘Eet op, he mannekes’ horen uit de mond van de laatste die vertrekt want ‘ik wil niet nog tot Kerstmis kaas moeten eten’. 

Weg

Alles liep gesmeerd. Kind 1 had geleerd de trap op te klauteren, kon steeds beter alleen eten en sliep als een bedwelmde boterbloem. Net nu ik de laatste bocht van mijn zwangerschap inga en het buiten 100 graden is, is dat kind spoorloos verdwenen. Ze wordt plots een volle 2 uur vroeger wakker, wil constant opgepakt worden en op schoot (alvast sorry kind 2, voor al die kleine knie- en elleboogstootjes en de minder uitgeruste moeder, ik probeer je echt zo goed mogelijk te beschermen – en nu we toch aan het praten zijn, meet your big sister) en moet bij elke hap bedolven worden onder de aandacht en de bravo’s of ze keilt haar menu ijskoud de grond op.

Volgens ‘Oei ik groei’ leerde ze tijdens haar laatste sprong onder meer dat ze een eigen wil heeft, macht heeft en dat mama en papa aparte mensen zijn. JA NOGAL. Ons leven is plots zo’n fotogallerijtje van ‘peuters die huilen om dwaze dingen’. Badpak aan = waanzinnig onrecht. Badpak een paar uur later weer uit = een nog veel groter onrecht. Verversen = alligatorworstelen. Ze ging altijd graag in bad, maar dat is plots een onmenselijke foltering (In een zwembad een emmer water over zich heen krijgen, zero issues). Uit de buggy getild worden bij aankomst thuis = belachelijk (ze blijft er dus nog even in zitten, in de gang, als een weirdo). Eender welke ouder die de kamer verlaat = ALARM. (We kijken altijd samen aan het raam hoe papa ’s ochtends naar het werk vertrekt en toch vraagt ze daarna nog een keer of 23 waar hij is. WEG SCHAT WEG IN GODSNAAM JE HEBT HEM ZELF DOOR DE POORT ZIEN… zucht. Kalm blijven. Papa is weg met de brommer, lieveling. Ja, de brommer, ja). Een willekeurig stuk fruit of een paraplu meenemen naar de crèche = standaardprocedure of er wordt de hele route lang gekrijst (ook al regent het niet en wordt het fruit niet opgegeten). Geen broodmes uit de vaatwas mogen halen dat langer is dan haar eigen arm = WOE IS ME. Ze blijft altijd mijn allermeest favoriete kindje op Aarde, maar ik heb een maximaal absorptievermogen qua meltdowns per uur, zo blijkt.

FC_Image_1x_tantrum

Toen ik onlangs bij de vroedvrouw passeerde, vroeg ze hoe het ging en ik hoorde mezelf zeggen: ‘Ze heeft dus nogal weinig tolerantie voor…alles, eigenlijk.’ Ze heeft de dramatische kracht van ‘auw’ en ‘oei’ ontdekt en zet haar Weltschmerz extra in de verf met gepijnigde wenkbrauwtjes en een naar lucht happend vismondje die hun eigen Emmy verdienen. (Public Service Announcement: afkeurende blikken/opmerkingen van andere mensen of advies in de trant van ‘Je moet het anders aanpakken’ maken het echt gewoon erger. Negeer het gewoon, alstublief, of neem haar 5 minuten van ons over of zeg dat het bij jullie ook wel eens zo is, dát helpt. Het is niet dat ze anderen pijn doet of de boel afbreekt – ze is gewoon heel jammerig. We zoeken onze weg, danku).

Haar grootouders krijgen nog de oude versie over de vloer. Die zeggen dat het zo’n gemakkelijke logee is en vragen per sms of ze haar ‘stilaan moeten wakker maken want ze slaapt nog altijd’. UITERAARD. Ik weet dat het de leeftijd is. Dat ze in de crèche van de baby’s naar de peuters is overgestapt en dus plots bij andere verzorgsters is, met alleen oudere kindjes en nieuwe rituelen. Dat ze waarschijnlijk ergens aanvoelt dat er thuis ook iets groots staat te gebeuren. En dat het dus heel logisch is dat ze haar hielen in het zand zet en probeert te controleren wat ze kan controleren. Dat het een compliment is dat ze ons zo graag bij zich wil en al haar emoties bij ons uitstort. En dat ze moe is van al dat groeien. Het helpt niet om te roepen tegen iemand die vastzit in haar eigen kleine storm.

a520958e-a8df-48be-b96f-88b38796744e

Ik probeer haar zo veel mogelijk te troosten en te helpen, als wijlen prinses Di in een mijnenveld, maar ik sleep ook een ander kindje mee en heb helaas geen oneindige voorraad rust en geduld en milde moederheid om elk spreekwoordelijk en arbitrair kiezeltje in haar schoen uit de weg te ruimen.

 

Ik denk dat we na de voorbije weken stilaan weer in een opgaande lijn zitten. Ze wordt nog altijd ridicuul vroeg wakker, maar het aantal crisissen daalt gestaag en ze duren minder lang. Ze klimt al weer eens een trap op, zodat ik mijn armen voor iets anders kan gebruiken. Ze gebruikt woorden in plaats van meteen tilt te slaan. Ze geeft haar speelgoed opnieuw een kans, haalt weer schelmenstreken uit en gaat mee in de onnozele lolletjes van haar ouders. Ze weet op welke fronten we echt niet toegeven (hand geven op straat, niet rondlopen met scherpe objecten, the usual) en legt zich er bij neer. Ze gaat gewoon naar bed in plaats van eerst nog zachtjes in slaap gewiegd te willen worden. Ik houd mijn hart vast voor hoe ze na een lange zomer thuis de start van een nieuw schooljaar & kort daarna een nieuwe huisgenoot gaat verteren, maar voorlopig ben ik dankbaar voor elk uurtje dat passeert waarin we elkaar vinden.

Aller

Ik ging gisteren naar het kerhof met de slechtst mogelijke compagnon. Iemand die nooit aan de dood denkt, het woord zelfs niet uitspreekt. De ene keer dat ze eens op een begrafenis was, lette ze meer op de galm van de kerk dan op iets anders. Ze is er gewoon niet mee bezig, al was ze wel stil en rustig toen we over de paden wandelde.

Ze luisterde nieuwsgierig naar de muzikant van Reveil. Ze keek naar al die verse ronde bloemstukken en hoorde hoe het water in de fontein ritselde. Ik had niks bij zodat ik haar de hele tijd in mijn armen kon dragen. Net voor we naar huis gingen zetten we ons even op een bankje en at ze een koek. Ik voelde tranen prikken, maar verborg ze in haar dunne haartjes. Toen we thuiskwamen, stonden er een warm badje en een uitzonderlijke papa klaar. Ik ging gisteren naar het kerkhof met de allerbeste compagnon.

Nieuw seizoen ‘Alleen Elvis blijft bestaan’

Er komt weer meer Alleen Elvis blijft bestaan. En ik mocht persteksten schrijven over de gasten van dit najaar. Knappe namen, eigenzinnige figuren en dat tien weken op rij. Zeg nu zelf.

Voor lezen: Quentin Blake

Op 13 september is Roald Dahl jarig en dat wordt elk jaar gevierd. Een geniale schrijver, een intens figuur privé (de biografie “Storyteller” van Donald Sturrock is een aanrader). Voor mij zijn zijn boeken onlosmakelijk verbonden met de tekeningen van Quentin Blake. De onnavolgbare stijl van Blake – 85 intussen – is bedrieglijk simpel, een beetje piekerig. En toch zit er onmiskenbaar veel leven en emotie in zijn krabbels. Een oersterke observator, die niet verleerd is om voluit te tekenen. Kijk maar hoe onbevangen hij een Hornswoggler op papier tovert.

 

De mooiste quotes van Quentin Blake:

  • ‘I do like children, but only as people. Not as if they’re a special category.’ 
  • ‘I’ve always thought that the writer is the front end of the horse, as it were.’
  • ‘If you draw, you find out things that perhaps you didn’t know. I’ve occasionally had to encourage people to do it…. You draw, and you think, I don’t draw very well, and that doesn’t look much like it, does it? But if you go away from what you’re drawing and look at it later, there will be something in there that you saw, you will have taken away something from what it is. I think a lot of young people get discouraged because they can’t draw photographic realism or whatever: drawing isn’t like that, it’s another language and you can talk it with different accents, so to speak.’ (Beluister hier het hele interview)
  • ‘It’s scratchy and looks like it hasn’t been finished, but really its exactly what I intend.’
  • ‘I draw every day – unless I’m being interviewed.’
  • ‘They do tend to assume that because you do children’s books everything must be bland and optimistic. I mean, I’ve got a pretty strong line in optimism myself, but there are other things to life, aren’t there?’
  • ‘When I draw a character, I try to make it defined – but not to close it up completely. It’s as if I’m a go-between between the writer and the reader.’

 

Volg Voor Lezen ook op Instagram!

 

Getagged , ,

Zomaar zomer

“Dat deed mijn mama ook!”. Samen naar het zuiden van Frankrijk rijden, dat is ook herinneringen ophalen aan hoe die ritten zo’n 25 jaar geleden verliepen. Met papa’s aan het stuur (behalve voor een stuk autostrade, zodat papa even zijn ogen kon sluiten), mama’s met wegenkaarten en een thermos koffie aan de voeten en kinderen die al eens op de hoedenplank mochten pitten. Opgenaaid (oud) en wagenziek (jong) landden we uiteindelijk in onooglijke dorpjes met namen langer dan hun hoofdstraat. En kon de pret echt beginnen.

In het Franse huis waar we net een week logeerden hingen links en rechts grote kaders met tientallen familiefoto’s, kris kras over elkaar. Dat typische late jaren 80, vroege jaren 90 sfeertje spatte er van af: weelderige kapsels, te grote t-shirts, overbelichte gezichten, alles een beetje flou. Ik ken dat soort foto’s uit al die fotoalbums die mijn moeder zorgvuldig samenstelde. Zomervakanties, skivakanties, geposeerde portretten. Eén specifieke jongen kwam keer op keer terug – als tiener, twintiger, op zijn trouwdag. Een heel deel van zijn leven hing daar, achter glas.

Tijdens de vakantie sta je er niet bij stil. Je bent bezig met niet smelten, met uitrekenen wanneer de baby in principe het volgende dutje in moet, met bussen zonnecrème en de tot waanzin drijvende muggenbeten op je benen. Je typt bestemmingen in op je GPS, bent alweer je zonnebril kwijt en telt na hoeveel zwemluiers er nog over zijn. Je gaat naar de winkel, eet een ijsje, drinkt wat extra glazen water tegen de hoofdpijn en luistert hoe je schoonbroer in geuren en kleuren een anekdote vertelt, terwijl hij olijfolie op wat tomaten sprenkelt. De kindjes pendelen tussen (reis)bed en zwembad, zetten natte voetjes op de keukenvloer en tateren de dag vol. Eens ze in bed liggen, is er tijd voor wijn, kaartspelletjes, boeken. Het is te warm om goed te slapen. Elke dag vloeit voorbij, met kleine besognes en beslissingen, alsof het niets is. Tot het moment dat je weer in de auto stapt om naar huis te rijden. En beseft dat het alles is.

Je kijkt rond, kijkt iedereen aan en je weet: deze weken zijn niet eindeloos, we maken dit geen honderd keer mee. Dit worden onze verhalen, onze albums, onze “haha, kijk eens, deze foto is hilarisch”, onze herinneringen. Klaar om te koesteren.

Half

Precies een half jaar geleden lag ik in het ziekenhuis, met een slordige 3 kilo mens in mijn armen. Hondsmoe en toch bleef ik nog urenlang wakker, om te kijken en om tegen andere mensen te zeggen “kijk dan. Ja he? Echt he?”.

Vandaag is dat mensje dubbel zo zwaar. Komt er een eerste half tandje piepen. Zegt ze halve woordjes zoals “Beh” en “dah”. Kan ze half omrollen. Belandt meer dan de helft van haar eten effectief in haar mond. Krijg je haar nooit meer dan half aangekleed voor ze weer iets in haar vuistjes heeft weten te klemmen en probeert weg te wriemelen. Slaapt ze soms de halve nacht bij ons in bed. Sabbelt ze graag op haar halve hand. Heeft ze een half hoofd vol pluizige haartjes (vooraan wil het nog niet zo lukken). Wil ze Achiel graag aaien, maar moet hij niet veel weten van haar halve knijp-greep.

Wij zijn intussen al een half jaar streepje ouder. Ook nog wel onszelf en partner en broer/zus en zoon/dochter en oom/tante en vriend/vriendin en neef/nicht en collega en zo, maar toch ook héél veel ouder. In onze daden en dromen. In wat we doen, hoe, wanneer. Zonder pauze. Alsof iemand elke dag 7 schepjes Nutrilon in onze hersenpan kapt. We doen het niet slecht. Met geduld waarvan we niet wisten dat we het in ons hadden, met opofferingen waarvan we niet wisten dat ze helemaal niet als opofferingen zouden aanvoelen. Met één onuitgesproken regel: het beste voor haar.

36394047_10106112170403592_5595951510304325632_nKijk maar eens. Ze zit gewoon al rechtop in haar hoge stoel met één mollig voetje elegant over het andere, al haar speelgoed op de grond te flikkeren. En er is geen mooier beeld op de wereld dan haar gezicht dat zich in een brede, pure glimlach plooit – omdat ze ziet dat je kijkt, of dat je lacht of zingt of zwaait of gewoon binnenkomt. Wat een cadeau om iemand zo blij te kunnen maken met zo weinig en dat dat dan echoot en jij ook als een idioot zit te grijnzen.

Gelukkige dag, lieve, zachte, grappige, geweldige, om op te vreten flinke schelm van een Grote Liefde van ons. Je beseft niet half hoe groot.

 

 

 

Fluctuat nec mergitur

Het gebeurt niet elke dag dat ik in bed lig te bedenken hoe ik zou reageren op een terroristische aanval of een gijzeling. Maar dat komt ervan wanneer je net voor het slapen kijkt naar de driedelige documentaire “November 13: Fluctuat nec mergitur op Netflix.

Sinds 1358 is dat blijkbaar het motto van Parijs, de unieke, onweerstaanbare stad die in november 2015 opgeschrikt werd door een reeks terreuraanvallen. Er komen tientallen getuigen aan het woord, gewone Parijzenaars wiens leven die avond op een paar minuten tijd voor altijd hertekend werd. Geen blitse montage, geen overdreven gebruik van archiefbeeld: je ziet mensen aan een tafeltje, worstelend met hun emoties, hun best doen om hun herinnering zo accuraat en eerlijk mogelijk weer te geven. De ene kwam er zogezegd zonder kleerscheuren van af, maar draagt in zijn ogen nog altijd de shock van toen. De andere verloor zijn vrouw en de moeder van hun dochter. Het is waanzinnig hoeveel mensenlevens er – op om en bij een uur tijd? – uiteen zijn gescheurd, omdat een handvol mannen dat zo hadden uitgedacht. Het is ontroerend, schokkend, pijnlijk, uiteraard, en één vrouw slaagt er in om me meermaals te laten glimlachen, wat een heldin is me dat. Ze kan verdorie lachen met zichzelf en met de absurditeit van haar situatie.

Ik weet nog precies waar wij die avond waren: op restaurant, in Gramm, centrum Brussel. We zitten te eten met vrienden en rond 22u, 22u30 druppelen de eerste onheilspellende tweets en nieuwsberichten binnen op onze telefoons. We beseffen niet onmiddellijk hoe en wat. Ik had zelfs nooit van de Bataclan gehoord. Mathieu bestelt nog een fles wijn. De cijfers in de tweets beginnen te stijgen: minstens dertig doden. Vijftig. Al zeker zeventig.

Mensen die gewoon een glas dronken, die de werkweek wegspoelden met een collega, die hun vader net nog een filmpje hadden gestuurd van het concert, neergemaaid, “comme des lapins”. Je ziet talloze moedige hulpverleners. Je hoort iemand vertellen dat ze een wildvreemde de hand van een stervende zagen vasthouden, zodat die zijn laatste minuten niet alleen moest doorbrengen en je denkt: juist. We zouden in deze tijden nog vergeten dat we nog gewoon goed voor elkaar kunnen zijn.

Terwijl wij stil en voor een keer niet afgeleid door telefoons en laptops naar de docu kijken ligt onze baby rustig te slapen, voor onze neus. Veel getuigen hebben het over hun kinderen. Die waren gelukkig niet op de plaatsen waar de ontploffingen en schietpartijen plaatsvonden, maar ze waren wel de reden voor veel mensen om vol te houden. Zeker wanneer het vermoeden er was dat de andere partner het misschien niet zou halen. Het woord “orphelin” valt en spookt door mijn hoofd. Ik denk aan de nieuwsbeelden van de afgelopen dagen – de bange, huilende kleuters aan de Amerikaanse grens.

“Als wij ooit…” – “Daar wil ik niet aan denken.” Maar we denken hetzelfde.

Hokjesdenken

Het is me een raadsel waarom klerenwinkels niet volop inzetten op het ontwerp van hun pashokjes. Wie wint er bij als het hokje klein is, het licht des duivels, de haakjes en het zitbankje onhandig? Zorg toch dat elke passer er ravissant uitziet! Kermisspiegels die je lichaam helemaal transformeren hoeft nu ook niet, maar gewoon: mooi uitgelicht, genoeg plaats, neutrale kleuren. Ik heb de voorbije jaren al zo vaak in complete horror naar mijn spiegelbeeld staan staren omdat ik er vreselijk uitzag, met elke oneffenheid op mijn huid uitgelicht alsof er een mottig Brits roddelblaadje mee gemoeid was met de kop “CELEBS’ CELLULITE SHAME SHOCKER”. Weg sfeer, weg centen.

 

body2

 

Toen ik deze week ging winkelen had ik een heel fijne hokjeservaring bij Costes. Zij doen het alvast goed. Net als mijn eigen lichaam, trouwens. Tot nu toe kom ik vooral gewicht bij waar het moet, is mijn navel nog even naar binnen gekeerd als ik en houden mijn rug en gewrichten het allemaal goed vol. Voorover bukken wordt steeds minder prettig, hoge hakken doen het niet meer zo en bij sommige bewegingen krijg ik duidelijke alarmsignalen van mijn zenuwbanen, maar al bij al: een tevreden klant. Voor één van de weinige keren in mijn leven kon ik oprecht glimlachen naar halfnaakte hokjes-Sofie. Oh ironie, net op het moment dat ik meer weeg dan vroeger met mijn woelende compagnon. Over een half jaar is het ongetwijfeld een ander verhaal maar in deze fase zien we er goed uit, samen. Aangezien winkelen met buitenlichaamse kinderen supermoeilijk is – ze wenen, zagen, doen in hun broek, lopen weg of blijven zitten en breken de boel af – profiteer ik maar even van deze kangoeroe-situatie. Ik ben al mijn hele leven een aaier – zachte stofjes, zachte haartjes, bontjassen, irresistible – en nu heb ik de allerbeste globe om zo wat over te strelen en naar te staren (eigenlijk 3, maar dat zou een beetje raar worden in het openbaar. En lang duren in dat hokje).

Oktober

d0480a20b43e3e9803b79323be59abe5

Omdat “oktober wijnmaand!” op dit moment pijnlijk weinig voor mij kan betekenen, heb ik een ander voorstel. Laten we oktober eens uitroepen tot pauzemaand. Niet stoppen, voornamelijk playen, maar af en toe pauze en zeker geen fast forward. In de eerste plaats voor Simon – die zich daar toch niks van aantrekt omdat hij alleen in de zetel blijft zitten als hij zich létterlijk kreupel heeft gelopen – die zich de voorbije maanden heel zwaar heeft belast. In plaats van na het werk aan zijn tweede leven te beginnen als schilder, elektricien of atleet hoop ik dat hij rust, uitgaat en nikst.

Pauzemaand, dus. Ik voeg de daad bij het woord door meteen een goed voornemen af te blazen. Want uiteraard zou ik toneel spelen dit jaar. Komaan. Eén avond per week repeteren, dat is echt geen big deal. Zeker als ik maandenlang thuis ben. En tegen mei, eens we echt gaan optreden, ben ik fysiek en mentaal helemaal de oude! Play play play! En toch hoorde ik het mezelf zeggen op de Eerste Grote Vergadering: “Misschien doe ik dit jaar beter wat ondersteunende dingen: promo, productie…?”. Mijn hart bloedde, mijn imaginaire maar daarom niet minder glamoureuze Hollywoodcarrière kreeg een zoveelste deuk en tegelijkertijd voelde ik mijn schouders ontspannen. Ik hoef geen twee of drie nachten op toneelweekend als de baby nog klein is. De maandagen waarop het me moeilijk gaat, hoef ik niet ’s avonds naar Leuven te bollen en weer terug – zonder schuldgevoel. Eventueel een kleine rol, als het stuk er om vraagt, we zien wel. Ik draag bij wat ik kan, wanneer ik kan.

Ook qua baby-prep moet ik mezelf intomen. Ik heb te laat zitten googelen en daardoor een nacht slecht geslapen, piekerend over welke spullen we nodig hebben, welke we op de geboortelijst kunnen zetten en welke we beter zelf kopen, welke nieuw, welke tweedehands, welke lenen, welke stelen want fucking hell dat kost toch wel wat allemaal en hoe moet je nu zo’n donsdeken combineren met een slaapzak, een laken, een inbakerdoek en een babynestje? Pointless, natuurlijk. HET IS NOG KEI LANG. En we krijgen heel wat spullen – er liggen nu al een hoop kleertjes klaar, met dank aan familie & vrienden, en er komt nog van alles bij. Begin november is nog prima op tijd om die lijst af te werken. En mijn schoonzus legt mij alles met eindeloos veel geduld uit, want zij weet wél waar een babynestje voor dient. Djeez. Slaap toch nu je nog kan, eindeloze dommerik.

Ik ben alvast begonnen met al mijn internetdata in september op te gebruiken, zodat ik nog een hele week analoog moet doorbrengen. De tijd gaat vanzelf trager. Mee daardoor speel ik met het idee om eindelijk eens aan die “30×30 Nature Challenge” te beginnen – een uitdaging om 30 dagen op rij minstens 30 minuten in de natuur door te brengen. Kwestie van een goede gewoonte te kweken die je daarna zo goed mogelijk volhoudt. Om het allemaal wat haalbaar te houden wil ik de challenge graag ombuigen tot 30×30 tussen nu en D-Day. Nog een slordige 100 dagen is dat. Na de geboorte zal ik hopelijk met dagelijkse wandelingetjes mijn bos-, blad- en grasuren makkelijk halen. Tot die tijd:

pregnant pause (plural pregnant pauses)

  1. A pause that gives the impression that it will be followed by something significant.