Auteursarchief: sofierycken

Vrijwilligers in Brussel

Omdat toekijken gemakkelijk is, probeer ik af en toe ook echt iets te doen voor Brussel. Zoals vrijwilliger zijn bij Toekomstatelier. Of vrijwillig artikels te schrijven OVER vrijwilligers in Brussel, all meta. Lees hier mijn eerste wapenfeit!

Tada12

Getagged , , ,

Kroatië: impressed

Terug van onze eerste keer Kroatië! Ik had geen schrijfdrang zoals in Colombia, dat was nog net iets exotischer, maar toch: een paar impressies.

1. We want wasverzachter

Na twee of drie Airbnb’s konden we er niet meer onderuit: Kroaten spelen het hard als het op wasverzachter aankomt. Als ‘Hoe meer omekšivač, hoe langer en gezegender het leven’ nog geen spreekwoord is hier, moet dat dringend gaan veranderen. Het beddengoed walmt van het parfum, tot je er hoofdpijn van krijgt. Het populairste merk heet Teta Violeta en heeft een eigen personage, à la Cora van Mora. Ze draagt een paars haarlint en dat verklaart misschien meteen waarom paars en roze hier zo’n populaire slaapkamer- en handdoekkleuren zijn.

18610B7F-562A-43A1-BB96-2ABEC1E7BEFB-2918-0000031F46E46334

2. Waar is iedereen?

De redenen zijn niet zo pluis: verschillende oorlogen, economische tegenslagen, miljoenen Kroaten die naar Amerika en Australië zijn geëmigreerd en tegenwoordig te weinig babies. Maar los van het socio-historische verhaal – ik ben de minister van Werkgelegenheid niet, slechts een opportoerist – is het vooral heerlijk rustig hier. Geen files, altijd parkeerplaats, een gezapig tempo in de supermarkt, vrije tafels in elk restaurant, bijna lege stranden. Toen we tegen Airbnb-eigenaar Ivo zeiden dat we uit Brussel kwamen, zei hij spontaan ‘I don’t envy you!’. Hij vindt Zagreb al hectisch, dat verdorie bulkt van de grote parken. Ja BEDANKT HOOR IVO, kunnen wij er aan doen dat België volgebouwd is en Brussel een uit de hand gelopen maquette.

IMG_1701.JPG

3. Kroatië smaakt

‘Sladoled’ moet wereldwijd zowat de minst aantrekkelijke term zijn voor ijsjes, maar gelukkig smaken ze veel beter dan de naam doet vermoeden. Ook lekker hier: het brood, de wijn, de olijfolie, de vis, het lamsvlees en de kaas. Oh en de koffie, echt, heerlijk. Sorry Italië, Kroatië is breathing down your neck.

4. Voila

Qua showgehalte zijn Kroaten dan weer een soort anti-Italianen. Droog gevoel voor humor (‘Dangerous animals here? No, only the tourists on rented scooters’), behoorlijk stipt en al helemaal geen druk gefladder met handen en tanden. Neemt niet weg dat ze eigenlijk wel heel vriendelijk zijn, gewoon wat ruw gebolsterd, ernstig en niet te bezorgd over welke indruk ze maken. En neem het hen eens kwalijk met die 20ste eeuw van hen.

Ze hebben soms een beetje zeer aan hun goesting (‘No need for tour, we can stand here and talk’) maar volgens de mensen uit het noorden is dat typisch voor mensen uit het zuiden (Voor een streek die Dalmatië heet waren daar trouwens teleurstellend weinig gestipte honden te bekennen). Tja. U dacht toch niet dat het op een ander beter was met die stereotypen?

‘Danku’ in het Kroatisch is ‘hvala’ en dat klinkt precies als voila. Veel gesprekken – aan de kassa, vooral – eindigen naar mijn Belgische oren dus best laconiek. En dat past perfect. ‘Voila. En scheer je nu maar weg’.

5. Natuurlijk

Kristalhelder water, eindeloze bossen, verschillende nationale parken die prima worden onderhouden, pittoreske wijngaarden uit een boekje, machtige bergkammen. Je moet niet kiezen tussen bergen, bomen of zee. De lucht ruikt hier naar lucht, met flarden lavendel, zeewier en naaldboom. Je snorkelt boven witte vissen met zwarte streepjes, die gekke dingen afknabbelen van grote rotsen.

IMG_1725.JPG

Ik wil niet naïef doen. Er is hier ook van alles duister aan de hand met het milieu, ongetwijfeld en uiteraard, maar zo voelt het niet. En dat doet een mens al eens deugd.

6. Kom maar

Kroatië is te gek. Kom op een kalm moment, verwacht gedoseerde charme (knappe maar kleine oude stadjes, prachtige maar prikkelige kiezelstranden), geniet van hoe netjes alles is (de openbare wc’s, de wegen, de bermen, de hotelkamers, de ferry, de restaurantjes, de rekeningen…), prop je schema niet te vol en rep je zeker ook naar de eilanden en de uithoeken. Ik keer terug met een hoofd vol zon en zoetigheid. Zoals dat hoort op een honeymoon.

 

“Helpen bij verlies en verdriet”

Na het dunnere boekje dat je eind 2016 via De Standaard kon kopen, werkte ik deze lente mee aan een tweede publicatie van Manu Keirse, bij Lannoo. Het originele boek is al twintig jaar oud en kreeg een grondige make-over, zowel qua thema’s als qua taalgebruik. Vrolijke materie is het niet, verlies. Maar als je er dan toch doorheen moet – en dat moeten we allemaal, op allerlei manieren – of anderen er doorheen wil helpen, dan vind je in dit boek ongetwijfeld solide advies. (Inclusief: het is een misverstand dat je alle verlies moet “verwerken” tot het helemaal weg is, als een soort papierversnipperaar. Soms blijft het, voor altijd. En dat is ok.)

“Helpen bij verlies en verdriet” is al vele jaren het basisboek over rouwverwerking in de Lage Landen. Twintig jaar na de verschijning van de eerste uitgave verschijnt nu een volledig nieuwe editie, met aandacht voor nieuwe thema’s als verborgen verlies en online rouwen. Aan de hand van vele herkenbare voorbeelden toont Manu Keirse hoe rouwen niet gelijkstaat aan afscheid nemen, maar aan anders leren vasthouden. De talloze concrete tips voor de rouwende én zijn omgeving maken “Helpen bij verlies en verdriet” bovendien tot een heel praktisch boek. Onmisbaar voor iedereen die met verlies geconfronteerd wordt.

 

Lees hier het interview met Manu Keirse in De Standaard (27.05.2017):

20170527_De-Standaard-Antwerpen_p-20-21

Getagged , , , , ,

Nooit meer dromen

“Ik droom eigenlijk nooit,” zegt hij. “Dan moet jij wel heel zen in het leven staan, als je ’s nachts niets te verwerken hebt.” In mijn hoofd zie ik een oertriest dromen-coördinatie-lokaal, waarin één dof mannetje werkt met een knoert van een bore-out. Elke avond zet hij zich met een zucht achter zijn bureau, duwt hij zijn bril wat hoger op zijn bleke neus en legt zijn magere hand op een lege A4. Alweer niks. Traag neemt hij de rode stempel, drukt die zorgvuldig en gelijkmatig neer en zet bedachtzaam een krabbel met een glanzende, zilveren pen. Het lege blad komt in het uit-bakje, hij trekt zijn grijze regenjas aan en doet de deur stilletjes toe. De rest van zijn uren doodt hij dan maar in het stationsbuffet.

A man standing in an empty office

Bij mij krijgt de dromencoördinator – afgekloven nagels, rood aangelopen wangen, een wijde blouse waar ze om de 9 seconden aan pulkt – het amper gebolwerkt. Elke shift opnieuw stoot ze op een uitpuilende inbox, een verse stapel dossiers vol post-its en uitroeptekens en een genadeloos tikkende klok. Ze vloekt aan één stuk door omdat ze alweer een fucking nachtmerrie over “het is de avond van onze première en ik ben al mijn tekst vergeten” moet combineren met “vastzitten op een hoog platform dat steeds kleiner wordt”, terwijl er nog drie onzinnige dialogen liggen te wachten, een woeste kus, een fictief huisdier dat plots zoek is en, want dat kan er ook nog wel bij, een verse guts schuldgevoel, voor half zes. En dat is alleen de originele planning, he, dus daar komt sowieso nog iets tussen – je zal het godverdomme elke keer zien. Wanneer er een telefoontje binnenkomt met de vraag of die ene futiliteit die 11 jaar geleden fout liep niet nog eens aan bod kan komen, smijt ze de hoorn neer. Het bruistabletje plopt het glas koud water in. Het wordt een lange nacht.

 

 

Getagged , ,

Krokodil

15139347_10104699818762602_1791816844_n

Ik sta in een zee van wit zand, omringd door trappelende voetjes en ouders die doen alsof ze niet merken dat hun gebroed lichtgewond op de grond ligt te snikken. Mijn nichtje van drie en ik staan midden in de speeltuin. Ze kiest een lange houten krokodil uit, op twee rode veren, en we kruipen er op – tandemgewijs. Als ik even wiebel en het dier zich roert, roept ze meteen dat ik moet stoppen. “Dat ben ik niet! Het is de krokodil.” Ze is er nog mee weg ook. Of ze speelt het spelletje gewoon mee, wie zal het zeggen. Ze stapt af, marcheert naar voor en wendt zich tot het oermonster. “Wat is me dat nu, zeg”. Als een volleerde schooljuf. Hij is tot de orde geroepen, we kunnen verdergaan met zitten.

Vandaag is een inhaaldag. We zien elkaar niet vaak genoeg, zij en ik. Dat besef ik nog maar eens wanneer ze me op een stil moment oprecht vraagt: “Maar tante Fie… waarom ben jij hier nog al-tijd?”. Ik zeg niets en wiebel zachtjes nog eens met mijn poep.

Ze zijn er!

14993570_10104687622798412_438777719724375563_n

Met veel dank aan de designers en aan Studio Esteban!

 

 

Getagged ,

Boekenbeurs!

14991294_10157864130390372_15290604032878570_o

Het is nog altijd Boekenbeurs! Tussen de tienduizenden titels ligt ook dit hebbeding: de opgefriste versie van “Voor Hetzelfde Geld” – u weet wel, van het TV-programma. Mijn mama heeft alvast een exemplaar gekocht. Als dat geen overtuigend argument is, weet ik het ook niet meer.

 

Boek “Verdriet”

Tussen 12 november en 10 december kan je via De Standaard vier verschillende boeken aankopen. Aan het vierde boek, over verdriet, werkte ik dit najaar mee als copywriter.

Ik kende het werk van Manu Keirse niet zo goed toen ik aan de opdracht begon, maar hij heeft prachtige inzichten. Verdriet laat zich niet in een hokje duwen en is even complex als de mens zelf. Het duurt soms kort, soms een leven lang. Het kan je meteen overvallen, maar sommige mensen duwen het jarenlang voor zich uit. Het is nooit puur maar vermengd met schuldgevoel, schaamte, woede en tederheid. Het zet alles op z’n kop en je relaties onder spanning. Er is geen juiste of foute manier om verdriet te verwerken – en dat toont dit boek heel troostend aan.

gm08kawg

Getagged , , , , , ,

Quizas

Vorige week lachten mijn collega Gianni en ik er nog samen om: die vreselijke muzikanten op de metro, die ’s ochtends vroeg met een slechte box op wieltjes en een schelle microfoon “Volare” in je oor toeteren, “My Way” of de ultimate favorite “Quizás Quizás Quizás”. Ik heb in die fase van mijn dag echt nul behoefte aan lawaai, maar ergens heeft het ook een soort rottige charme, zoals heel Brussel.

Gisterenavond op café kwam het gesprek plots weer op de aanslagen van 22 maart – hoe we het nieuws hoorden, waar we de dag en de avond doorbrachten, hoe we ons de weken nadien voelden en organiseerden. Ook de metro nemen was die eerste keren natuurlijk anders, beklemmend. Alle stellen reden trager. Extra seconden om door het raam te kijken, maar buiten was niets te zien. De eerste weken stonden in Maalbeek enkel houten panelen, daarna het spierwitte station als vanouds. Binnen leek iedereen stiller, voorzichtiger. Elke rugzak werd gemonsterd. En nergens muzikanten te bespeuren.

14993494_10104668791481522_6241982421536893779_n

Dat mijn zenuwen meer gespannen stonden dan ik zelf door had, werd duidelijk toen één man out of the blue en a capella begon te zingen, het hele metrostel door. In een taal die ik niet herkende of kon plaatsen en op de toon van een gebed, of een soort chant. Misschien was het een oproep voor wereldvrede en harmonie. Misschien deed hij het om zichzelf te kalmeren en wou hij er ons ook een plezier mee doen. Misschien is die man wel stiekem de tofste peer ter wereld. Maar die eerste tien seconden werd ik er vooral heel erg kwaad van. Niet nu. Niet hier. Wat zeg jij, wat wil jij, is er gevaar? Hij zong, en dat was het. Er gebeurde niks. Ik heb ‘m sindsdien nog gezien en gehoord. Nu zit hij gewoon in mijn vakje ochtend-irritatie en niet in mijn vakje angst. Wat vreemd dat ik een zingende man op een bepaald moment heb ervaren als iets agressiefs.

Vandaag zag ik in het station van Maalbeek lelijke bruine graffiti. Stom, maar misschien ook het ultieme bewijs van back-to-normal. Ik werd extra verwend met een slechte box en een trompettist. Zo mag het blijven.

Getagged , , , ,

Vriendelijk

“Je hebt lang niet zoveel vrienden als je denkt”. Met variaties op die dramatische titel landden een paar maanden geleden een hoop artikels online. Uit een onderzoek is gebleken dat niet iedereen die jij ziet als een goede tot zeer goede vriend jou ook zo bekijkt. Patat. En dat terwijl elk geluksboek ons op het hart drukt dat een stevig sociaal netwerk dé sleutel is tot een lang en gelukkig leven. Great. No pressure. Laat vriendschap nu net iets zijn dat je op geen enkele manier kan fabriceren of opkloppen.

51jwxlk8knl-_sx325_bo1204203200_We willen het allemaal zo goed doen en in alles uitblinken – maar de realiteit blijft ons in ons gezicht blazen. De alom bejubelde Dirk De Wachter heeft de laatste jaren een hoop sociale wurgslangen bezweerd. De meeste relaties zijn een beetje wankel, je werk is maar je werk, niet elke dag is een feest, so be it. Als moeder mag je tegenwoordig toegeven dat die roze wolk serieus kan tegenvallen. Mag je intussen ook benoemen dat je soms wat worstelt met die berg topvrienden waar iedereen op lijkt rond te tortelen, Sound of Music style? Dat het soms vanzelf gaat en je je pollekes kust, maar dat er ook andere dagen zijn? Dagen waarop niemand tijd heeft, of antwoordt, of opneemt, waarop plannen zomaar worden afgezegd en waarop doorheen die ijle stilte de geniale titel van Mindy Kalings autobiografie door je hoofd schalt. Dagen waarop je denkt: fuck, doe ik het verkeerd?

Hoe doen mensen dat die op elke Instagramfoto omringd worden door 12 mooie glimlachende boezemvrienden? Die in de aanloop naar hun trouwdag niet kunnen kiezen welke van hun levenslange BFF’s als eerste mag speechen en tafels te kort komen voor de 9 klieken die ze allemaal moeiteloos hebben weten te onderhouden? Maken ze het dan nooit mee, dat het fout loopt met een vriendschap? Dat het gewoon niet meer voelt als vroeger en je te weinig overhoudt om oprecht over te praten? Dat je nadat het uit raakt met een lief een groot deel van je gedeelde vriendenkring verliest? Dat het niet zo klikt met een nieuwe partner? Dat er een fout woord valt, een teleurstelling, die nooit uitgesproken wordt en begint te etteren? Dat je verhuist en sommige mensen plots minder gaat zien, zeker als er ook verbouwingen of babies opduiken? Dat je onzeker wordt als iemand waar je al maanden mee probeert af te spreken maar niet over de brug lijkt te komen, terwijl je ooit zo close was? 3a980e62748a1adc527d087799547749

De film Bridesmaids blijft voor mij nog altijd één van de beste komedies van de laatste jaren omdat ze de ups en downs van vriendschap zo eerlijk – en hilarisch – in beeld brengt. We maken fouten, we evolueren, we proberen en zelfs de meest stabiele vriendschappen kunnen klappen krijgen.

Ik heb er de laatste tijd veel gesprekken over gehad – ik heb dus TOCH vrienden, yes – en wat steeds terugkomt is dat vriendschappen als dertiger iets meer inspanning vragen. Je kan niet meer zo snel vermageren, je kan niet meer zo veel drinken én je kan niet meer zomaar vrienden van de bomen plukken. Je moet initiatief nemen, afspreken, kilometers doen, volhouden. En – dit klinkt een beetje als seksadvies voor lang getrouwde koppels – hopen dat het ondanks de beredeneerde moeite niet aanvoelt als een corvee. Dat je glimlachend terug naar huis gaat en denkt “Dààrom zijn wij dus vrienden, hoe zalig was dat”.

Onlangs viel mijn oog op een Buzzfeed-artikel over een zomerkamp voor volwassenen: “The purpose of the camp is to have fun, to act like a kid again, to recapture the same feeling you had at 12. Beyond that, though, it’s about making connections. Our mission is to enable adults to make genuine friendships through shared experience.” Yeesh. Dit is niet zomaar een beetje Stranger Things-achtige nostalgie. Dit zijn volwassenen die vriendschapsbandjes en T-shirts vol alcoholstift missen. Nu denken we zelfs al dat vriendschap vroeger simpeler was. Is daar iets van aan?

635896970044097077-1235145527_3b0b3c2dee9ec4c933d6343253b54c2cHet is 15 jaar geleden dat ik de middelbare school achter me liet en dat wordt binnenkort gevierd op een heuse reünie mét een tas koffie in de refter. Ik kijk er naar uit, want ik heb heel fijne, slimme, grappige vrouwen leren kennen op die school en ik hoop dat het goed met hen gaat en dat we even kunnen bijpraten. Dankzij Facebook weet ik natuurlijk al dat ze met pincetten strijkparels uit de oren van hun tweeling peuteren, maar elkaar zo eens in de ogen kijken is toch anders.

Of vriendschap in die periode zoveel makkelijker kwam, weet ik zo niet. Ik herinner me vooral hoge pieken en dalen (“Die is zonder mij gaan winkelen, IK HAAT DIE ZO HARD”), met al eens een wreedaardig kliekje hoog in de pikorde (meisjesschool…) en veel onzekerheid over wat iedereen van iedereen vond. Maar wanneer het goed zat, zat het wel uren-bellen-kleren-uitwisselen-blijven-slapen-geheimschrift-cassettes-vol-liedjes-en-boodschappen-opnemen goed zoals alleen pubermeisjes dat kunnen. “Ik heb echt fijne jaren op school gehad dankzij jou”, schreef die geheimschrift-vriendin me onlangs. Ik werd er op slag emotioneel van. Heel gewoon, heel waar en heel wederzijds. We hebben nog nooit samen op een Instagram gestaan, dat moeten we in oktober maar eens in orde brengen.

Update 9 oktober:

14572283_10104570323477192_7214415577091137846_n

Getagged