Tagarchief: cobra.be

In de schoenen van Sam Vloemans

“Waar is het feest?” is de derde kindervoorstelling die trompettist en componist Sam Vloemans maakt voor HetPaleis. Een muzikale reis rond de wereld, voor piepjonge oortjes.

750371144

In een stad als Antwerpen waar zoveel verschillende talen worden gesproken en veel kinderen thuis geen Nederlands spreken, is muziek een mooie brug. Ik kan er iedereen mee bereiken.

Zelf ben ik geboren op de Antillen. Mijn ouders zijn kort daarna teruggekomen naar België, met een enorme liefde voor de lokale muziek en way of life. Die positieve cultuurshock hebben ze ook hier een plaats kunnen geven. Zo legde mijn vader mee de basis voor de Antilliaanse Feesten.

Jonge kinderen zijn echte sponsjes: ze staan open voor alles wat je hen voorschotelt: zowel de goede als slechte dingen. Het is een uitdaging om hen iets mooi mee te geven.

Ik maak geen producties voor een bepaalde leeftijd, maar vanaf een bepaalde leeftijd. Van eerlijke, oprechte muziek kunnen veel mensen genieten.

Liever een rauwe dan een lauwe reactie, ook al is die negatief. Ik doe mijn best om iets moois te creëren, maar dat sommige mensen er hun neus voor zullen ophalen is onvermijdelijk. Niet iedereen kan een fan zijn. Dat inzicht had ik tien jaar geleden nog niet, toen moest iedereen op de knieën.

Componeren is een veldslag. ’s Nachts wakkerschieten met een geniale inval die ik rap op een papiertje krabbel, nee, zo werkt het niet. Gelukkig maar. Je moet eerst een beetje afzien om ergens voldoening uit te kunnen halen.

Ik geloof in chaos binnen de orde. Je hebt een duidelijk kader nodig om daarbinnen in alle vrijheid op verkenning te gaan.

Een heel jaar door hetzelfde doen zou me niet lukken. Laat de opdrachten, de concerten, de festivals en mijn eigen invallen maar lekker door elkaar lopen. Het is veel te plezant om telkens met andere mensen samen te werken, met een eigen visie en een unieke muzikale achtergrond.

Ik zou liegen als ik zei dat het niet uitmaakt hoeveel mensen er naar me staan te luisteren. Als je met Gabriel Rios op Werchter staat, voel je de energie van duizenden mensen en je kan niet anders dan daar op reageren. Maar na een schoolvoorstelling honderd klein mannen uit hun dak zien gaan is minstens even bijzonder.

 

“Waar is het feest?” is de derde productie die Sam Vloemans maakt voor HetPaleis. De rode draad doorheen deze muziekvoorstelling voor kinderen vanaf vier jaar is de levensloop, van de geboorte tot de laatste adem.

[“Waar is het feest?” – HetPaleis, Antwerpen. Vanaf 24.09.2010]

Getagged , , , ,

In de schoenen van Nicolas Provost

“Stardust” van Nicolas Provost wordt op het filmfestival van Venetië vertoond in “Orizzonti”, een programma voor vernieuwend en grensoverschrijdend werk.

213000216

Dat “Stardust” te zien is op het festival van Venetië is een grote eer. Ik ga er met plezier naartoe om mijn werk voor te stellen, mensen te ontmoeten en en passant te laten vallen dat ik volgende maand mijn eerste langspeelfilm draai. Kan nooit kwaad.

Ik zal niet volop van de glamour kunnen genieten, de start van de opnames komt te dichtbij. Ik wil al jaren een langspeelfilm maken maar het is toch schrikken als het plots zover is. Vijf weken heb ik voor de opnames en op die tijd moet alles gebeuren. Doodeng. Maar ik ben er klaar voor. Ik doe het niet om op de kaart te staan, dat boeit me niet. Ik heb rustig gewacht tot de tijd rijp was.

Het wordt de eerste keer dat ik met andere mensen samenwerk. En dat ik acteurs gebruik. Het is ook de eerste keer dat ik op voorhand weet wat het eindresultaat moet worden.

Wat doet kunst anders dan je zin geven in het leven? Extase, vlinders in je buik. Ik heb het al een paar keer mogen meemaken, dat gevoel. Toen ik onlangs naar een documentaire over house aan het kijken was, werd ik teruggekatapulteerd naar de jaren ’80, toen de DJ van de Carrera in Gent voor het eerst een houseplaat draaide. Iedereen werd gek. Dan voel ik onmiddellijk: hier ga ik iets mee doen.

Mensen doen dromen, dat wil ik. Cinema heeft me zoveel doen dromen dat ik probeer om dat gevoel door te geven.

“Het is ne speciale”. Hoe vaak heb ik dat als kind niet mogen horen. Ik was op mijn twaalfde al bezig met creatieve projectjes – ik heb ooit dia’s gemaakt van een met roze toiletpapier behangen badkamer. Onbegrijpelijk dat mijn familie niet even enthousiast was als ik.

De voorbije jaren leek het alsof kunst niet meer mooi mocht zijn. Alsof esthetiek en kwaliteit elkaar uitsluiten. Daar ga ik recht tegen in. Ik heb schoonheid nodig, het is wat mij inspireert. Ik wil mensen niet alleen intellectueel, maar ook emotioneel raken.

Sculpteren met bewegende beelden, zo omschrijf ik mijn films. Het is film, maar ook beeldende kunst. Soms gebruik ik found footage, soms film ik zelf nieuwe beelden. Daarna pas ik alle puzzelstukjes langzaam in elkaar, spelend met de code van de filmtaal die we allemaal onbewust spreken.

Taal is voor mij geluid. Ik weet niet of het iets te maken heeft met mijn tweetalige opvoeding, maar hoe iets klinkt is soms belangrijker dan wat er gezegd wordt. En ik vind niets sterkers dan beelden die werken in volledige stilte. Sacraal.

Ik ben zelf mijn moeilijkste publiek. Als ik tevreden ben weet ik dat een werk naar buiten mag. Na tien jaar voel je wel aan of iets goed zit.

 

“Stardust” van Nicolas Provost wordt op 4 en 5 september 2010 vertoond op het filmfestival van Venetië, in het programma Orizzonti.

De opnames van zijn langspeelfilm starten op 4 oktober.

Getagged , , , ,

In de schoenen van Gust Van den Berghe

Alleen een piepjonge regisseur durft het aan om een verhaal van Felix Timmermans te verfilmen met een onervaren crew. Cannes geeft Gust Van den Berghe nu gelijk.

2702947529

In film is alles nep. Ik wil me omringen met wat echt is.

Met “Little Baby Jesus” heb ik me op glad ijs gewaagd. Een theaterstuk van Felix Timmermans verfilmen? Acteurs met Downsyndroom? En een totaal onervaren crew? Voor veel mensen was het project gedoemd om te falen.

De film is gebaseerd op “En waar de Sterre bleef Stille Staan”, een verhaal over geloof en devotie, over wat het is om een mens te zijn. Het gaat over de schoonheid van het leven, over alles wat tussen goed en kwaad inzit, en hoe mooi elke mens kan zijn. Typisch Vlaams, maar toch ook universeel.

Voor mij is filmmaken een beetje als dansen: je mag er niet te veel bij nadenken. Ik werk heel intuïtief en allesbehalve gestructureerd. Die onbevangenheid is belangrijk, anders sta je niet open voor onverwachte meevallers.

Ik had nog nooit samengewerkt met de mensen van Theater Stap, maar ik heb geen moment aan hen getwijfeld. Voor deze acteurs bestaan geen “grote” of “kleine” scènes. Ze mogen in close-up komen of op vijfhonderd meter van de camera staan, elke take is voor hen een nieuw moment de gloire.

Dat een acteur af en toe hapert, stottert of naast de lens kijkt hoort er bij. Die schoonheidsfoutjes wou ik niet allemaal laten sneuvelen in de montage. Anderzijds wou ik het “anders-zijn” niet exploiteren of te veel benadrukken. Het was even zoeken naar de perfecte middenweg.

We krijgen elke dag zoveel indrukken te verwerken dat we niet meer letten op de grond onder onze eigen voeten. Ik zou heel graag kijkers in vervoering brengen, net door hen te wijzen op wat er al is. Ook dat is voor mij “geloof”. Het speelt zich hier af, niet daarboven.

Kunst is voor mij nooit iets elitairs geweest. Het was er gewoon, in allerlei vormen, op een vanzelfsprekende manier. Geen wonder met een moeder die kinderboeken schrijft, een broer die bezig is met grafisch design, een andere die slaapliedjes opneemt en een zus die in de mode werkt.

Het filmfestival van Cannes is het grootste podium waar ik op kon hopen. Dit project had gemakkelijk kunnen verzinken tussen grotere titels, maar gaat nu een heel eigen leven leiden.

Dit zijn vissersschoenen, ontworpen om niet uit te schuiven op een glad dek. Ik vond ze in een bompawinkel in een Spaans havenstadje. Ik had er nog nooit over nagedacht, maar eigenlijk passen ze wel bij me.
[“Little Baby Jesus of Flandr”, de debuutfilm van Gust, is geselecteerd voor La Quinzaine des Réalisateurs op het filmfestival van Cannes. Het festival loopt van 12.05.2010 tot 23.05.2010]

Getagged , , , , ,

In de schoenen van Oscar van den Boogaard

Oscar van den Boogaard heeft een nieuw boek, “Meer dan een minnaar”, en werkt mee aan een Ensortentoonstelling. Hoe is het om nu in zijn schoenen te staan?

1510084248

Ik heb Europees Recht gestudeerd in Brussel en werkte op m’n vierentwintigste in een mooi advocatenkantoor op de Louizalaan. Ik wou laten zien dat ik het kon, een belangrijke baan hebben, maar onder de dossiers op mijn bureau lag mijn eerste manuscript, “Dentz”. Zodra het boek uitkwam, heb ik ontslag genomen.

Hoe meer afleiding om me heen, hoe beter ik me kan concentreren. Als het te stil is, dwalen mijn gedachten af. Daarom schrijf ik liever ergens buiten of onderweg dan thuis, waar je voor je het weet toch de afwas staat te doen.

Berlijn is een klooster dat midden in de wereld staat. Er is verrassend veel ruimte en groen. Ik kan er in alle anonimiteit werken, maar woon ondertussen wel in een metropool. Bovendien voel je overal het gewicht van de geschiedenis. Daar hou ik van. Sint-Martens-Latem is ook inspirerend omdat je de aanwezigheid voelt van de kunstenaars en bio-hippies die er in het verleden hebben gewoond.

Omdat ik te rusteloos ben om lang achter een bureau te zitten, ga ik vaak wandelen. Ik neem niks mee om te schrijven, ik heb een heel sterk geheugen. Moest mijn computer morgen crashen, ik zou al mijn boeken van A tot Z opnieuw kunnen dicteren. Elk woord zit in mijn hoofd. Net als dit gesprek, trouwens.

Mijn vader heeft ontelbare levens geleid, als officier en wereldreiziger, en zit boordevol verhalen. Ook mijn alcoholistische moeder vertelde veel, maar dan wel vaak hetzelfde. Met minieme variaties. Misschien ben ik verhaaltjes beginnen vertellen om er af en toe een woord tussen te kunnen krijgen.

Schrijvers zijn geen dode mannen uit een exotische, verre wereld: het lijkt evident, maar wat een geluk dat ik die boodschap op school heb meegekregen. Mijn leerkrachten lieten me zien dat literatuur leeft, dat er elke dag nieuwe boeken bijkomen, en dat zelf schrijver worden heel goed mogelijk was.

Ik leef graag, ik wil veel weten, veel vertellen en veel leren. Daarom werk ik zo graag mee aan “Op bezoek bij Ensor”, in het Museum aan Zee in Oostende. Het komende half jaar ga ik om de twee weken langs in zijn salon: de tentoonstelling is een buitenkans om de man echt te leren kennen.

Ik geloof niet in een hiërarchie. Iemand die leeft voor politiek is even boeiend als iemand die gepassioneerd is door mode of lifestyle. Dat het ene oppervlakkiger zou zijn dan het andere vind ik onzin. Het gaat erom hoe je kijkt, en hoe gulzig je bent naar ervaringen.

Het is belangrijk om je leven op te waarderen: koop liever één paar designerschoenen waar echt over is nagedacht en dat goed in elkaar zit, dan twintig prullen. Haal kunst in huis die je bij je nekvel grijpt in plaats van twintig slechte films te gaan bekijken.

Mijn lievelingsschoenen zijn zwarte enkellaarzen van Martin Margiela. Mensen vragen me vaak of ik de spijkertjes er zelf heb ingeklopt. Ik heb ze nu een jaar en nog altijd voel ik me feestelijk als ik ze aantrek.
[Oscar Van Den Boogaard pendelt tussen Berlijn en Sint-Martens Latem Op donderdag 25.02.2010 stelt hij zijn nieuwe roman “Meer dan een minnaar” voor in Passa Porta, Brussel. De tentoonstelling “Bij Ensor op bezoek” loopt van 13.02.10 tot 29.08.10 in Mu.ZEE, Oostende]

Getagged , , ,

In de schoenen van Isabelle Lenfant

Isabelle Lenfant won dit jaar de dertiende Modoprijs van Modo Bruxellae. Hoe is het om nu in de schoenen van de juweelontwerpster te staan?

3621482659

De Modoprijs krijgen is een enorme steun. Het is niet alleen een financiële meevaller, maar ook een duwtje in de rug. Alsof de modewereld en zijn journalisten zeggen: doe zo verder. Ik heb vijf jaar aan de academie van La Cambre gestudeerd, dus ik schat hun zegen absoluut naar waarde.

Juwelen zijn tijdlozer. Mode raast maar door. Ik neem graag mijn tijd om te tekenen, om uit te drukken wat ik echt wil zeggen.

Het puur creatieve is een miniem deeltje van mijn werk. Papierwerk, overleggen met aankopers, rekeningen afhandelen, pers doen… dat slorpt enorm veel tijd op. Gelukkig werkt mijn verbeelding wel vierentwintig uur per dag.

Mijn auto is mijn cocon. Als ik nood heb aan rust in mijn hoofd kruip ik achter het stuur en rij urenlang rond. De gsm gaat onverbiddelijk uit, het enige geluid dat ik wil horen is muziek. Vooral Franse, zoals Arno of Barbara. Maar af en toe staat mijn humeur ook op Joy Division.

Alles heeft zijn moment. Soms duurt het drie jaar voor een idee tot iets concreets leidt, soms een paar weken. Maar het moment waarop een schets in een schriftje zich materialiseert tot een echt juweel, is altijd het juiste. Dat geldt ook voor deze Modoprijs – al had ik dat waarschijnlijk ook gezegd als ik hem vorig jaar had gekregen.

Ik ben gek op deze bottes van Margiela. Ik ben altijd van top tot teen in het zwart, dus ze passen bij mijn kleren. En dan die heerlijke hakken: hoog, maar heel stevig. Ik wil niet voorzichtig moeten trippelen als een poppetje, maar hard kunnen rennen.

Ik heb klanten die nooit juwelen dragen. Dat komt omdat ik geen klassieke vormen maak, maar juwelen met een verhaal. Een zilveren armband in de vorm van een pleister, een witgouden ring die in de knoop ligt, een aspirine als hangertje. Mijn juwelen zijn antwoorden op vragen die ik aan mezelf stel.

In mijn hoofd heb ik al een enorme weg afgelegd. Al zie je dat niet aan mijn juwelen: die zijn al jaren heel herkenbaar.

Ambacht is essentieel. Daarom werk ik enkel met kleine ateliers in België en Frankrijk. Ik zou veel geld kunnen verdienen door in zee te gaan met grote modemerken, maar ik weiger toe te geven aan hun manier van werken: massaproductie in fabrieken aan de andere kant van de wereld. Zo ben ik niet.

Woorden geven mij inspiratie, meer dan beelden. Songteksten, gedichten, romans. “Se vouloir libre, c’est aussi vouloir les autres libres” zegt Simone De Beauvoir. Zo’n uitspraak roept oneindig veel beelden bij mij op.

[Isabelle Lenfant woont en werkt in Brussel. Haar collectie “I.L. by Isabelle Lenfant” is te bewonderen op haar site ]

Getagged , , , ,

Inwendig gebruik

Ik heb het geluk een lief te hebben dat even graag naar de bioscoop gaat als ik. Hij heeft het ongeluk een lief te hebben dat vaak als een emotioneel wrak uit de zaal komt. Niet huilend of snuffelend, maar met een zwaar hoofd vol doemgedachten. Dat een mens toch kwaadaardig kan zijn, het leven oneerlijk en ons lot zo zinloos. Tsja. Als ik iets triests zie op het grote witte doek, dan slaat dat aan vanbinnen. Een beetje zoals autoruiten op een koude winterochtend. Noem het empathiedamp.

En meestal duurt het even voor die donkere wolk weer wegtrekt. Daar zitten we dan, in de metro terug naar huis. Hij zichtbaar verveeld, ik nog helemaal in shock. Na “Looking for Eric” was ik onder de voet van hoe gemakkelijk een criminele bende een brave, maar onderbeschermde tiener kan inlijven (ermee dreigen zijn kleine broertje iets aan te doen). Na “Das Weisse Band” trok ik mij al het kindermisbruik van de wereld aan (dat mensen zo wreed kunnen zijn! Voor hun eigen bloedjes van kinderen! En dat gebeurt nog elke dag!). En een overwerkte, alleenstaande moeder zijn van zo’n Tasmaans duiveltje als die Max uit “Where the wild Things are”, ja maar schat, dat moet toch heel zwaar zijn? Geen wonder dat hij het apocalyptische drama “The Road” aan ons voorbij wil laten gaan.

“Het is maar een fil-leum”, krijg ik dan te horen. En dat ik mijn echte humeur niet moet laten vergallen door fictie. Hij snapt niet hoe hard ik ervan geniet om onderuit gehaald te worden. Hoe heerlijk ik het vind dat iets gefantaseerds mijn hart als een bankschroef kan samenknijpen. Laat me nu maar even triest naar de plakkerige metrovloer staren, met mijn zorgelijke wenkbrauwtjes. Ik heb er tenslotte tien euro voor betaald.

Getagged , , , , ,