Maandelijks archief: maart 2010

(Big girls do big things)

De Amerikaanse danseres en choreografe Eleanor Bauer is moeilijk in een hokje te stoppen. Met haar meter vierentachtig en stevige dijen heeft ze een atypisch lichaam voor een danseres, en ook wat ze met dat grote lijf doet tijdens haar performances is erg bijzonder. Bauer combineert dans met zang en stand-up comedy in voorstellingen die barsten van de culturele verwijzingen en citaten. In (Big Girls do Big Things), haar meest recente creatie, plaatst ze zo de Amerikaanse rapper Ice Cube naast cultfiguur Karen Finley en countryzangeres Patsy Cline. Door in de huid te kruipen van bestaande performers kan Bauer haar uiteenlopende talenten, van zingen tot acteren, in alle vrijheid etaleren. Maar (Big Girls…) is meer dan de Grote Eleanor Show: het is een exploratie van de wetmatigheden en grenzen van het performen zelf.

 In december 2009 toonde Eleanor Bauer een eerste versie van (Big Girls…) op het Brusselse Working Title Festival. Dat leverde haar een eervolle vermelding van de jury van de Prix Jardin d’Europe op, een eer die haar groeiende reputatie in de Europese dansscène bevestigt. Niet dat nodig was: voor het festival werkte ze al samen met grote namen als Mette Ingvardsen, Trisha Brown en Anne Teresa De Keersmaecker. Eén van Bauers grootste troeven is haar intelligente visie op het gegeven “performen”. Ze heeft een uitzonderlijk inzicht in de dynamiek tussen een performer en een publiek, wat haar toelaat om er volop mee te experimenteren en buiten de lijntjes te kleuren.

“Performen” is een concept vol tegenstrijdigheden. Wie op een podium staat mag zich larger than life gedragen: flamboyante outfits, breed uitgesmeerde emoties en extreme standpunten maken deel uit van het spel. Er gelden radicaal andere regels dan in het echte leven. Toch zijn er binnen dat artificiële kader een aantal impliciete afspraken tussen een performer en zijn publiek, die zich pas aftekenen op het moment dat ze niet worden nageleefd. En dat principe buit Bauer met plezier uit. Nog voor ze uit de coulissen tevoorschijn komt, vertonen de eerste barsten zich al.

Drie kanten van het rechthoekige podium zijn bekleed met lange grijs-blauwe gordijnen. Die zijn zo opgehangen dat ze aan de onderkant enkele meters over het grond slepen, terwijl het publiek op de tribune gemakkelijk over de bovenkant heen kan kijken. De illusie van een strak afgebakend speelterrein waarin de performer een alternatieve werkelijkheid schept, wordt meteen doorprikt: het décor is knullig onvolmaakt, en lijkt niet te passen in deze context. Het publiek heeft bovendien zeeën van tijd om rond te kijken: Bauer wacht opvallend lang met opkomen, terwijl de romantische tweede symfonie van Jean Sibelius de ongemakkelijke leegte tracht op te vullen.

Wacht even, is dat de ster van de avond? Die dame in haar zwarte retrobadpakje met die strakke trek om haar mond? De indruk dat ze tegen haar zin een verplicht nummertje komt brengen wordt versterkt door haar weerbarstige blik en stevige, zelfbewuste tred. Zodra ze voor haar publiek staat, verdwijnt ze: ze raapt een groot, wit, harig pak op, trekt het aan en ritst het helemaal toe. Net als de gordijnen is ook dit pak niet op maat gemaakt: Bauer zwemt erin rond, alsof ze in het donker niet kan uitdokteren waar haar benen en waar haar armen horen te zitten. Op enkele minuten tijd heeft Bauer een pak fundamentele regels op een hoopje geveegd: het décor lijkt niet te kloppen, ze is te laat en te stuurs opgekomen en haar eerste act op het podium was een verdwijntruc.

In het volgende deel van de performance toont Bauer zich iets meegaander. Ze heeft haar weg gevonden in het witte pak – dat nu eens aan een ijsbeer, dan weer aan een jong poesje doet denken – en begint de ruimte te verkennen. Wanneer ze twee kleine cymbaaltjes ontdekt, klapt ze die met groeiend plezier tegen elkaar aan, tot er eentje haar uit handen vliegt. Gegniffel in de zaal als ze even beteuterd staat te kijken en het andere cymbaaltje nukkig de coulissen in gooit. De kwaaie kleuter is maar één van de vele personages die we vanavond te zien krijgen. Voor onze ogen begint Bauer aan een volgende reïncarnatie. Ze laat haar ruggengraat kronkelen, rolt haar schouders achteruit en wanneer ze één pootje in de lucht steekt, staat daar plots Eleanor de stoere rapper. Met dat typische mankende loopje hipt en hopt ze over het podium, van de duivel niet bang. Tot ze bijna struikelt over een microfoon, schrikt van het schrapende geluid en alle branie opnieuw wegsmelt. Die ze prompt herwint zodra ze de lol van de microfoon inziet. Kwetsbaarheid en frivoliteit lossen elkaar voortdurend af in een spel van grootsheid en kleine hartjes. Later vervelt ze nog tot aanstellerig topmodel op de catwalk, diva in een bontjas en klassieke ballerina. Met verbluffend gemak en feilloze timing hinkelt Bauer van het ene personage naar het andere, met overdaad als rode draad. Overmoed is een conditio sine qua non voor wie het spotlicht opzoekt. Bauer toont ook de andere kant van de medaille: gepruts, gestruikel en de daaropvolgende gêne van de performer die zijn eigen ambities niet kan waarmaken.

Na in oudere solo’s nummers als “Rocky Racoon” van de Beatles te hebben opgevoerd, kiest Bauer in (Big Girls…) voor een rapnummer en een sentimentele countryballad. “Laugh Now, Cry Later” van Ice Cube, ook wel bekend als één van de vaders van de gangsta rap, start met “Nigga, I’m gonna do what I wanna do / When I wanna do it / How I wanna do it / And you better hope / I don’t do it to you”. Agressieve woorden, maar als de rapper in kwestie eruit ziet als een wit waspoederbeertje, valt het wel weer mee. De pastiche gaat verder met “Crazy” van Patsy Cline, een sentimenteel liefdesliedje uit 1962 geschreven door country-icoon Willie Nelson. Bauer drapeert het witte dierenvel om zich heen als een stola, trekt een paar hoge hakken aan en kweelt: “Crazy for thinking that my love could hold you / I’m crazy for trying and crazy for crying / And I’m crazy for loving you”. Oprecht ontroerend, ware het niet dat Bauer hier zelf een beetje crazy wordt. Ze blijft het zoetsappige deuntje eindeloos herhalen, terwijl ze langzaam een wankel laddertje beklimt. Met elke trede stijgt ze enkele noten, tot ze het bovenaan hikkend en slikkend staat uit te krijsen. Vaarwel ontroering, welkom gekke tante. En omdat over the top altijd nog meer over the top kan voegt Bauer kleine, hilarische details toe: ooit al een diva gezien die midden in een lied haar gsm uit haar zak en snel een blik op het schermpje werpt? Bauer geniet ervan om de beeldtaal van een bepaalde subcultuur volledig uit te kleden. Ze prikt een gaatje in opgeblazen imago’s en laat hen leeglopen. Ook dat is performen: gebakken lucht verkopen, illusies voeden.

Eén van de meest opvallende scènes van (Big Girls…) is die waarin Bauer een hommage brengt aan cultartiest Karen Finley. Ze declameert een monoloog gebaseerd op Finleys “The Constant State of Desire” uit 1987, een aanklacht tegen de kapitalistische consumptiemaatschappij. Alle elementen van de ellenlange opsomming hebben dezelfde clou: “And nothing happened”. Ze is gestopt met drugs, sigaretten en drank en er gebeurde niets. Ze heeft vijf deeltijdse baantjes genomen, heeft feestjes, festivals en workshops afgeschuimd en er is niets veranderd. Ze ging naar de sportschool, heeft dagen gedetoxed op proteïneshakes en is macrobiotisch gaan eten, zonder resultaat. Een overdosis slaappillen, haar hoofd in de oven en een geweer tegen haar slaap, maar niks. Brieven, petities, stemrondes, betogingen, verkiezingen, allemaal tevergeefs. Het is een ludieke maar confronterende lijst van manieren waarop mensen aan zichzelf proberen te sleutelen en een clevere commentaar op de mythe van de American Dream. Net als bij “Laugh Now, Cry Later” citeert Bauer een bestaande artiest. Het verschil zit hem in de inhoud: het testosterongedreven geblaf van Ice Cube is snel ontmanteld als pose, terwijl de monoloog een pak dichterbij komt. Stoppen met roken, diëten, protestacties: het zijn herkenbare manieren waarop veel mensen hun leven proberen te sturen. Ook dat is een soort van performance: we willen ons anders voordoen dan we zijn, beter en sterker. Maar ook hier schuilt mislukking om de hoek. Vaak draaien goede voornemens op niets uit. Identiteiten zijn vloeibaar, alleen talent stolt.

De vele reïncarnaties van Bauer mogen dan caleidoscopisch lijken, ze vormen samen een fascinerende selectie uit een oneindig aantal mogelijkheden. Eigenzinnig graaft ze doorheen de popcultuur, de dansgeschiedenis en de underground .. als een kind in een speelgoedwinkel. Geen enkel kostuum past, en het is dan ook treffend dat Bauer de te lange gordijnen gebruikt om haar solo mee af te ronden. Ze grijpt de doeken vast, rolt zichzelf op en is weg.

In een pak waar gemakkelijk drie Eleanors in kunnen, verkent ze alles wat klein is of dat langzaamaan wordt. Zelfrelativerend maar onverschrokken en met humor baant ze zich een weg door een weinig verkende artistieke ruimte. En die ruimte geeft zich maar al te graag aan haar gewonnen.

 

 

Gezien in De Vooruit, Gent op 13.03.2010


 

Advertenties
Getagged , , , ,