Maandelijks archief: januari 2009

Inwendig gebruik

Ik heb het geluk een lief te hebben dat even graag naar de bioscoop gaat als ik. Hij heeft het ongeluk een lief te hebben dat vaak als een emotioneel wrak uit de zaal komt. Niet huilend of snuffelend, maar met een zwaar hoofd vol doemgedachten. Dat een mens toch kwaadaardig kan zijn, het leven oneerlijk en ons lot zo zinloos. Tsja. Als ik iets triests zie op het grote witte doek, dan slaat dat aan vanbinnen. Een beetje zoals autoruiten op een koude winterochtend. Noem het empathiedamp.

En meestal duurt het even voor die donkere wolk weer wegtrekt. Daar zitten we dan, in de metro terug naar huis. Hij zichtbaar verveeld, ik nog helemaal in shock. Na “Looking for Eric” was ik onder de voet van hoe gemakkelijk een criminele bende een brave, maar onderbeschermde tiener kan inlijven (ermee dreigen zijn kleine broertje iets aan te doen). Na “Das Weisse Band” trok ik mij al het kindermisbruik van de wereld aan (dat mensen zo wreed kunnen zijn! Voor hun eigen bloedjes van kinderen! En dat gebeurt nog elke dag!). En een overwerkte, alleenstaande moeder zijn van zo’n Tasmaans duiveltje als die Max uit “Where the wild Things are”, ja maar schat, dat moet toch heel zwaar zijn? Geen wonder dat hij het apocalyptische drama “The Road” aan ons voorbij wil laten gaan.

“Het is maar een fil-leum”, krijg ik dan te horen. En dat ik mijn echte humeur niet moet laten vergallen door fictie. Hij snapt niet hoe hard ik ervan geniet om onderuit gehaald te worden. Hoe heerlijk ik het vind dat iets gefantaseerds mijn hart als een bankschroef kan samenknijpen. Laat me nu maar even triest naar de plakkerige metrovloer staren, met mijn zorgelijke wenkbrauwtjes. Ik heb er tenslotte tien euro voor betaald.

Advertenties
Getagged , , , , ,